vrijdag 18 mei 2018



Vrouw van de hoop


8 juni 1972. Trang Bang. Een mooie zomerdag. Een 9-jarig meisje speelt met een groepje kinderen in de buurt van de tempel van het dorp als ze opeens het geluid van een vliegtuig horen. “Wegrennen, weg, weg”, roepen enkele Zuid-Vietnamese soldaten meteen. Te laat. Het nota bene Amerikaanse vliegtuig laat vier bommen vallen. De napalm vliegt in het rond.

De kleine Kim ziet dat haar linkerarm in brand staat en probeert de vlammen van zich af te vegen. Daardoor raakt ze ook gewond aan haar rechterarm. Haar nek, haar rug, het vuur is opeens overal. In totale paniek vlucht het meisje het dorp uit. De vlammen hebben haar kleren verbrand als ze, samen met twee broertjes, een nichtje en neefje en enkele soldaten, naakt op Route 1 richting buitenlandse journalisten rent.

AP-fotograaf Nick Ut, nog maar net 21, ziet haar aankomen en doet zijn professionele werk. Hij maakt foto’s, gruwelijke foto’s. “Te heet, te heet”, schreeuwt het verbrande kind. Een verslaggever van de BBC schiet te hulp en besprenkelt haar nek, haar rug en haar benen met water. Maar ook hij weet op dat moment niet dat dit eigenlijk het ergste is wat hij kan doen. Napalm ontbrandt wanneer het in contact komt met zuurstof waar het dat ook maar tegenkomt. Dus ook in water, waarvan het molecuul tenslotte een zuurstofatoom bevat. Het meisje vliegt dus opnieuw in brand.

Nick Ut ziet haar bezwijken. Op haar rug is haar huid helemaal weggebrand. Hij huivert en brengt het kind naar een ziekenhuis waar de dokters Kim ten dode opschrijven en niet willen behandelen. Drie dagen ligt ze nog maar amper levend in een mortuarium. De fotograaf blijft aandringen op verzorging en redt daarmee haar leven.

Als de kleine Kim dertien maanden en zestien operaties later het ziekenhuis verlaat, is de iconische foto van het schreeuwende en huilende meisje dat naakt en onder de brandwonden in blinde paniek de weg af rent wereldberoemd. De plaat brengt de Amerikaanse president Nixon, die zelfs zijn twijfels uitspreekt over de authenticiteit, in grote verlegenheid en wordt hét beeld van de Vietnamoorlog. Het zorgt voor massaprotesten tegen de oorlog. Fotograaf en kind zijn overigens later vrienden voor het leven geworden, tot op de dag van vandaag noemt Kim hem haar ‘lieve oom Ut’.


Vele vreselijke jaren van operaties en onmenselijke pijnen volgen. Kim ondergaat het allemaal en is het medische personeel enorm dankbaar. Ze is zo onder de indruk van hun werk dat ze besluit om zelf voor arts te gaan studeren. Maar als ze daar tien jaar na de bommen eindelijk mee bezig is, wordt bekend dat het meisje van die foto nog in leven is en waar ze woont. Kim Phuc Phan Ti wordt vervolgens door de Noord-Vietnamese regering onmiddellijk ingezet in de propagandaoorlog tegen Amerika. Ze kan niet meer naar school, staat onder strikt toezicht van de regering. Alle vrijheden worden haar ontnomen. Nog maar 19 jaar jong en opnieuw wordt haar haar leven afgenomen.

Tot ze tijdens haar huwelijksreis naar Moskou een tussenlanding in Canada maakt. Daar besluiten zij en haar man niet meer terug te gaan naar Vietnam. “Daar op dat moment heb ik mijn leven in eigen hand genomen en besloten voor vrijheid te kiezen. Ik dacht alleen maar: God sta mij bij. Gelukkig kregen we asiel.”

Het 9-jarige meisje van toen is inmiddels 55 en heeft nog elke dag pijn. Ze is nu voor het eerst in Nederland. Om haar boek ‘Het napalmmeisje (Haar leven van vuur naar vrede)’ te presenteren. Ze hoopt met haar levensverhaal meer bewustzijn te creëren. Haar credo: “Tel vooral ook je zegeningen.”

We zien vanavond in Alblasserdam ondanks alle ellende een sterke en evenwichtige vrouw. Ze vertelt dat ze inmiddels een trotse oma is en lacht veel. Ondanks die pijnen en alle vermoeiende afspraken. Dankzij haar rotsvaste geloof in God heeft ze inmiddels geleerd om de mensen die haar al dat leed hebben aangedaan te vergeven, om door te gaan. “Vergeving geeft rust.”

Kim Phuc is een standvastige vrouw met een missie geworden. Vanuit Canada zet ze zich met haar eigen Kim Foundation International in voor psychische en medische hulp aan kinderen in oorlogsgebieden. Helaas is dat nog steeds meer dan nodig, want blijkbaar hebben we met z’n allen maar bitter weinig geleerd. De kinderen in Syrië, de jonge drenkelingen in de Middellandse Zee, Kim zag en ziet het allemaal voorbijkomen. “Ze zijn, net als ik toen, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats en ze hebben, net als ik toen, hulp nodig.”’

“Ik weet wat ze meemaken, ik begrijp hun pijn en ik weet wat ze nodig hebben”, zegt vredesactiviste Kim Phuc, die ook wel het bekendste oorlogskind ter wereld na Anne Frank wordt genoemd. “Als ze mij zien, zien ze ook hoop voor de toekomst. Hoop blijven houden, wat er ook gebeurt in je leven, is zo belangrijk. Ik zeg het zo vaak: Verlies nooit je hoop!”

“Toen de oorlog mijn woonplaats Trang Bang bereikte, was het net alsof een reusachtige lichtknop werd uitgeschakeld. Toen die napalmbommen vielen, werd alles vernietigd: ons bezit, onze vrijheid, ons leven. Maar ik ben er, bijna 46 jaar later, nog steeds, ik ben dus zelfs een trotse oma geworden, en ik deel graag mijn ervaringen. Ja, het reizen en werken kunnen mij soms behoorlijk uitputten, maar dan zegt een stem diep in mijn hart: niet opgeven Kim. Ik hou van die kinderen en als ik iets voor ze kan betekenen geeft dat veel voldoening.”

Ze praat honderduit en zingt zelfs een Vietnamees liedje. Over de volle maan en romantiek. We kijken naar een foto in haar boek waar ze haar oudste zoon, toen nog een baby, vasthoudt. “Niemand geloofde dat ik fysiek ooit nog in staat zou zijn om kinderen te krijgen. Onmogelijk. Er zat geen rek meer in mijn huid, mijn organen hadden te veel te lijden gehad door de verzengende napalm en zouden tijdens een bevalling verder kunnen beschadigen. Hun ongelijk werd bewezen met de geboorte van Thomas.”


Ze kreeg nog een zoon. En anderhalf jaar geleden dus een kleinzoon. “Weet je hoe leuk dat is?” Ik knik en zeg dat ik er twee heb. Dan pakt ze het boek uit mijn handen en schrijft er ‘For the New Children’ in. Voor de nieuwe kinderen, voor de nieuwe generatie die, zo hoopt ze van harte, voor meer vrede en liefde zal zorgen dan deze generatie. Want hoop moet er altijd zijn.


donderdag 3 mei 2018

Betalen voor papieren voor de prullenbak
of een pasje dat nooit wordt gebruikt



Geachte mevrouw Bindels,

Uw betaalrekening wordt onderdeel van het OranjePakket en gaat u 1,55 per maand  kosten. Maakt u gebruik van papieren afschriften dan komen de kosten hiervan bovenop die van het OranjePakket.

Brigitte kreeg vanmiddag opeens post van de ING-bank.
Vanwaar deze kosten? Ook dat stond erin.

Altijd, overal en veilig uw geldzaken regelen. Dat kan bij ons. En wij blijven ons daarin vernieuwen. Om dat te kunnen doen…. Etc. etc. etc.

Hoewel Brigitte helemaal niets zelf kan, moest ze, toen ze 21 werd, vanwege het zorgkantoor en allerlei instanties toch een aparte bankrekening hebben. En die heeft ze dus. Onder mijn beheer. Daar ben ik bewindvoerder voor en daarvoor leg ik elk jaar verantwoording af bij de kantonrechter. Ik heb daar al eerder over geschreven. Zoals ik ook al vaker heb geschreven over de vaak bizarre regels die de overheid je op legt. Maar deze keer is het dus de bank die voor een verrassing zorgt.

Brigitte haar bankrekening is louter een administratieve aangelegenheid. Er gebeurt niets spannends op of mee. De brief van de bank roept dan ook vraagtekens bij mij op. Dus toch maar even bellen.

Volgens de vrouw aan de andere kant van de lijn zijn het de rekeninghouders die willen dat de betaalrekening van Brigitte onderdeel wordt van het OranjePakket, dat dus 1,55 per maand gaat kosten. Op die manier kan de bank de kosten van iedereen zo laag mogelijk houden.

Het gesprek verloopt nogal moeizaam, we willen elkaar maar niet begrijpen. Natuurlijk heb ik al snel door dat ik niet onder die 1,55 uit kom. Het is natuurlijk ook een bedrag dat is te overzien. Maar het gaat mij om het principe. Zeker omdat er kosten bovenop komen voor de maandelijkse papieren afschriften, waar ik nooit om heb gevraagd.

“Die wil ik niet mevrouw”, zeg ik op een gegeven moment dan ook luid en duidelijk.
“Ik kan toch alles via internet inzien. Die papieren verdwijnen hier elke maand meteen gewoon in de prullenbak.”
 “Maar ik kan dat niet stopzetten.’’
“Waarom niet? Zonde van al dat papierwerk, zonde van de kosten. Zowel voor u als voor mij. Die papieren hebben geen enkele functie.’’
“En toch blijft u ze krijgen en moet u er vanaf 1 augustus 2018 voor betalen…  Tenzij u de rekening van uw dochter loskoppelt en er een eigen volwaardige rekening van maakt.”

Volwaardige rekening? Die term kende ik nog niet.

“Ze heeft nu toch ook een volwaardige rekening?”
“Nee hoor, ze heeft een, zeg maar, slapende rekening.”
“Maar ik betaal daar van alles mee. Er is weldegelijk sprake van verkeer of hoe u dat ook wilt noemen.”
“Pas als u een volledig eigen rekening voor haar opent met een eigen inlogcode, pasje en zo kunnen wij het versturen van papieren afschriften stopzetten.”
“Doe dat dan maar. Of kost dat ook weer extra geld?”
“Ja, 4 euro per maand, want dan krijgt u er een betaalpas bij en dat brengt ook kosten met zich mee.’’
“Maar ik hoef geen betaalpas voor haar. Daar kan ze helemaal niets mee.”
“Toch kan een eigen rekening los van die van u niet worden geopend zonder betaalpas en dat kost dus 4 euro per maand.’’

Ik probeer een en ander in mijn verwarde hoofd samen te vatten.

“Dus als ik het laat zoals nu moet ik opeens 1,55 per maand gaan betalen plus de extra kosten voor de papieren afschriften die ik helemaal niet wil hebben en die ook helemaal geen functie meer hebben in deze moderne tijd? En als ik een nieuwe rekening voor haar open krijg ik die overbodige papieren afschriften niet meer, maar moet ik 4 euro per maand betalen voor een pasje wat ik niet wil hebben?’’

Het is even stil aan de andere kant van de lijn.

“Bij de rekening die uw dochter nu heeft horen maandelijkse papieren afschriften en bij een andere, nieuwe rekening hoort een pasje, daar kan ik niets aan veranderen.”

Het gesprek gaat nog een tijdje door, maar wordt vooral, in allerlei variaties, een herhaling van wat daarvoor al is gezegd.
Recht proberen te praten wat krom is, kost nu eenmaal tijd.
En dus bedank ik de dame aan de andere kant van de lijn tenslotte maar voor haar geduldige uitleg. Ik verontschuldig me voor de verontwaardigde stemverheffingen waar ik me in mijn onbegrip een paar keer schuldig aan maakte. En ik zeg dat ik ook wel begrijp dat zij er zelf niets aan kan doen. 
Ze blijft stil...

“Het klopt weer van geen kant dit, mevrouw!”

Ik verbreek de verbinding en loop de tuin in. Hoe zat dat onlangs ook alweer met die salarisverhoging van ING-topman Ralph Hamers, die al zo’n waanzinnig miljoeneninkomen had? Niet aan denken… De zon schijnt. Diep ademhalen. Adem in, adem uit. Ik doe de ademhalingsoefening van mijn andere dochter Suzanne. De altijd vrolijke en positief gestemde buurman kijkt over de schutting en wil iets vragen. Maar ik moet eerst even mijn ei kwijt. Adem in, adem uit. Principes kosten energie.

dinsdag 13 februari 2018


Ik mis de keukentafel


Je heet Lotte van Beek, hebt op 1/100ste seconde een medaille gemist, er plakt een verhaal van jarenlange, maar overwonnen, ellende aan je vast. De makers van Studio Sportwinter vragen je om, ondanks die op een haartje na gemiste medaille toch naar hun olympisch avondprogramma te komen. Dapper dat je dat doet. Maar nog geen drie minuutjes later sta je alweer buiten in de vrieskou van Pyeongchang.

Natuurlijk moet er in die 50 minuten ook aandacht worden besteed aan gouden Ireen Wüst en bronzen Marrit Leentstra. Maar die zijn ook alweer te snel weg. Er moet blijkbaar over ijshockey worden gepraat. Er is een speciaal item over ene Chloe Kim (dan hebben we het over de kwalificatie op de halfpipe?). Co-host Erben Wennemars moet zijn zendtijd (eigen item) krijgen. Er zijn nog wat filmpjes en rubrieken. En presentator Henry Schut moet ook vanavond weer zijn aandacht en tijd verdelen onder in totaal maar liefst negen voorbijvliegende studiogasten.

Met vijf eigen camera’s zorgt de NOS overdag voor prachtige live-tv langs de schaatsbaan. Maar het avondprogramma voegt, op primetime, te weinig toe aan wat eerder op de dag en vroege avond al aan interviews, achtergronden en vooral ook mooie emoties is voorbijgekomen.

Misschien ligt het aan mij, maar ik mis de intieme (keuken)tafelgesprekken van Mart Smeets. Nu zie ik de een na de ander in razend tempo eventjes neerploffen op ieder zijn eigen (woonkamer)bank. Het avondprogramma komt daardoor maar niet op gang. Te vluchtig, te veel in te weinig tijd willen doen. Gasten die in vliegende vaart binnen komen en weer weg rennen. Van alles wat en daardoor eigenlijk niets. Het beklijft niet. Jammer van deze gemiste kans.

Dankjewel Lotte van Beek, dapper dat je er was. Ga maar snel weer naar je ouders toe Ireen Wüst. Gauw naar bed Marrit Leenstra.