dinsdag 28 september 2010

Over lectuur, literatuur, recensenten en een prachtig boek…

Eigenlijk zette de vraag mij meer aan het denken dan me op dat moment lief was. ‘Kun je een samenvatting over jouw nieuwste boek schrijven? Tien pagina’s. Maar het moet wel een literair stuk zijn, want het is bedoeld voor een literair tijdschrift’.

Tja, een literaire samenvatting maken van een boek dat je zelf bovenal als lectuur ziet. Hoe doe je dat? Wat mooiere en langere zinnen maken? Wat ‘duurdere’ woorden er in zetten? Het allemaal wat minder toegankelijk maken voor het grote publiek? Ik besloot het bij een gewone samenvatting te houden. Gewoon in mijn eigen woorden en in mijn eigen stijl. En ja hoor, tot mijn verbazing werd dat literair genoeg bevonden.
    Literatuur, wat is dat eigenlijk?
      Dat is een vraag van alle tijden, die, zo blijkt elke keer weer, niet sluitend is te beantwoorden. Bovendien zijn de meningen er nogal verdeeld over.
        ‘Tot de literatuur behoren teksten die voor jou niet alleen waarde hebben als ontspanning en plezierig tijdverdrijf, maar die ook op een andere manier belangrijk zijn’. Dat althans zeggen mensen die daarvoor hebben gestudeerd. En: ‘Om literair te zijn moet je boek ontroeren en moet de lezer de neiging hebben om het later nog een keer te lezen. Bij die herlezing moet de lezer dan weer allerlei nieuwe dingen in het verhaal ontdekken’. Of: ‘Een literair boek zet je aan het denken over een onderwerp dat daarna nog een tijdje in je hoofd blijft hangen’.
          Er zijn nog veel meer definities van literatuur. Een kleine greep uit wat ik zoal tegen kwam:
          • ‘Creatief schrijven dat algemeen beschouwd wordt als waardevol’.
          • ‘Geschreven werk dat gewaardeerd wordt vanwege vorm en stijl’.
          • ‘Werk dat door de schrijver is bedoeld om gelezen te worden op een esthetische manier’.
          • ‘Teksten die de taal veranderen en verrijken en die ons bewust maken van de waarde van de taal’.
          En wat moet literatuur met ons doen?
            • ‘Literatuur helpt ons te groeien, zowel persoonlijk als intellectueel’.
            • ‘Literatuur helpt ons het leven en de wereld te begrijpen, in cultureel, filosofisch en religieus opzicht’.
            • ‘Literatuur is een van de dingen die ons vormen in het leven’.
            Pfff…het is nogal wat voordat je als auteur het woordje literair voor je naam kunt zetten. En dan nog kan er over gediscussieerd worden. Omdat ook smaken nu eenmaal verschillen.
              Waarom zijn de boeken van Arnold Grunberg literair? Ik vind er persoonlijk niets aan en ze doen ook niets met mij. Persoonlijk dus. Waarom werd ik lang geleden op school gedwongen om De Avonden van Gerard Reve te lezen? Ben ik daardoor de wereld beter gaan begrijpen, werd ik er door gevormd? Niet dat ik mij kan herinneren. Ik vond het gewoon een oersaai boek. Maar dat, zei de leraar, maakte het juist literair, want dat was nu juist de essentie van het boek.
                Naast literatuur heb je dus lectuur. Dat wordt, ietwat denigrerend, ook wel leesvoer genoemd. Wat mij betreft niets mis mee. Mijn eigen boek over het turbulente leven van Teun van Vliet is leesvoer, voor iedereen toegankelijk. Het is een misvatting dat lectuur over het algemeen wordt gezien als oppervlakkig of voorspelbaar. Je kunt alles over Teun van Vliet zeggen, maar oppervlakkig of voorspelbaar is zijn verhaal zeker niet. Integendeel zelfs. Maar het bevat geen vernieuwend taalgebruik. Een andere redenen waarom het niet langs de literaire meetlat gelegd kan worden.
                  Die meetlat kan mij persoonlijk gestolen worden. Als het althans over mijn boeken gaat. Als ze maar gewoon gelezen worden. En als de lezer er maar gewoon van geniet.
                    De aanleiding om toch aan dit blog te beginnen is dan ook juist een recent werk van iemand anders, iemand die ik bijzonder hoog heb zitten. Een boek dat ontroerde, dat mij het leven en een andere wereld beter deed begrijpen, in cultureel, filosofisch en religieus opzicht. Een boek dat niet alleen plezierig en ontspannend las, maar ook op een andere manier belangrijk was. Ik ga het binnenkort nog een keer lezen en ik weet zeker dat ik er dan weer nieuwe dingen in ontdek. Een boek dat me aan het denken heeft gezet en nog steeds in mijn hoofd blijft hangen. Een boek met prachtig mooi taalgebruik. Kortom, gezien alle bovenstaande definities in alle opzichten een literair werk. En nog spannend ook!
                      Ik heb het, zoals dat oneerbiedig heet, in één ruk uitgelezen. Toch is er met dit boek iets vreemds aan de hand. In zowel de Volkskrant als NRC Next kreeg het een beoordeling waarmee het volledig onrecht werd aangedaan.
                        De kritieken: Mensen zouden het boek lezen vanwege de aantrekkingskracht en de persoonlijkheid van de auteur en niet omwille van de inhoud en schrijfstijl. En het zou bovenal gaan over het streven van een twaalfjarig meisje naar menstruatie.
                          Het lezen van beide recensies riep bij mij direct al het vermoeden op dat beide recensenten niet eens de moeite hadden genomen om het boek echt helemaal te lezen. Blijkbaar hadden ze er alleen maar vliegensvlug ‘horizontaal’ doorheen gebladerd. Waardoor ze niet alleen niet over de inhoud en de schrijfstijl konden oordelen, maar ook met de woorden ‘streven naar menstruatie’ volledig de plank mis sloegen. Dat komt in het begin en aan het einde immers maar heel even ter sprake.
                            De kritieken dekten op geen enkele manier de lading en leken meer op de persoon, dan op het boek gericht.
                              Beide recensies deden mij denken aan mijn jonge studentenjaren in Amsterdam, toen ik een frequent bezoeker van concerten was. Het ene nog mooier dan het andere. Maar elke keer weer las ik de volgende dag in de Volkskrant een vernietigende kritiek. Vijftigduizend mensen hadden genoten, maar de recensente van de krant vond het nodig om elke keer weer haar pen in azijn te dompelen en schepte er blijkbaar een genoegen in om dat wat ze zelf niet kon top op het bot af te kraken.
                                Toen al wilde ik journalist worden en in de 31 jaar dat ik dit ook daadwerkelijk ben geweest, heb ik jammer genoeg vaak gezien dat er met het gros van de recensenten in Nederland iets structureel mis is. Of is het gewoon typisch Nederlands om kritiek per definitie in het negatieve te trekken? Is het typisch Nederlands om wat echt goed is per definitie neer te sabelen? Zijn we in dit land vergeten dat je ook opbouwende kritiek kunt leveren? Mag je in dit land nog wel iets gewoon mooi vinden? Of moeten miljoenen lezers en/of concertgangers tot de orde geroepen worden?
                                  ‘Dit boek had in de knop gebroken moeten worden’, durfde de recensent van NRC Next zelfs te schrijven. Het zal maar van je ‘kindje’ gezegd worden.
                                    Wat is er mis met deze auteur die miljoenen lezers heeft, waarvan elk nieuw boek opnieuw ook een bestseller is? Met dat talent dat de lezers elke keer weer weet te verrassen, te ontroeren, te raken, aan zich te binden? Komt het omdat ze niet in Nederland is geboren en getogen, maar toch in ‘onze’ taal schrijft? Zou ze, vooral omdat ze dat zo goed doet, niet juist daarom extra geprezen moeten worden?
                                      Komt het omdat ze weigert aan te schuiven in die kliek die elkaar telkens weer ‘het balletje’ toeschuift, die elkaar in stand houdt en voedt? Omdat ze bij niemand ‘op schoot’ gaat zitten, het woord ‘zuiverheid’ hoog in het vaandel heeft staan?
                                        Wat is er mis met deze auteur die nooit slecht praat over anderen, die altijd opbouwend bezig is, die nederigheid tot kunst heeft verheven? Met die persoon die – je zou bijna denken ‘helaas’ – niet lelijk of op z’n minst scheel is? Alsof mensen een boek gaan lezen vanwege het uiterlijk – lees: aantrekkingskracht en persoonlijkheid – van de auteur. Kom nou toch recensent van de Volkskrant. Minacht je eigen lezers niet zo!
                                          Nee, er is dus helemaal niets mis met deze auteur, die onkreukbaar, goedaardig en oprecht is. En er is ook helemaal niets mis met haar boek. Er is veel eerder iets mis met de doorsnee recensent, die afkraken tot norm heeft verheven en opbouwen te moeilijk vindt om in leuke woorden te vatten.
                                            In recensentenland Nederland regeert Koning Zuurpruim, de meest jaloerse onder alle vorsten, want jaloezie is, zo weet ik na al die jaren werken bij de krant, ook een foute drijfveer van menig recensent.
                                              Veel mensen vinden dat er over smaak en waarde niet te twisten valt. Ik ben het daar niet mee eens.
                                                Een goede recensent heeft de kennis en wijsheid, inclusief de mensenkennis om te weten wat zijn lezers willen zien of lezen. Hij weet waarover hij schrijft, hij kent en begrijpt het werk waar hij over schrijft. Hij kent en begrijpt de maker en zijn beweegredenen, waardoor hij het werk in de juiste context kan plaatsen. Daarvoor moet hij ook het grootste deel van het oeuvre van de maker en dat van andere werken van andere makers in dezelfde stroming kennen. Bij het recenseren zelf is hij kritisch, maar nooit expliciet negatief of expliciet positief. Hij laat de eindkeuze ook aan de lezer zelf over.
                                                  Dat vergt dus nogal wat van een recensent en helaas hebben we in Nederland te weinig recensenten van formaat.
                                                    Bij kwaliteitskranten als de Volkskrant of NRC Next verwacht je op z’n minst recensenten van niveau. Helaas was dat beide keren niet het geval. Misschien is de auteur en het boek wel te goed voor Nederland.
                                                      Voor de goede orde: Dit stukje is slechts simpele lectuur. Ik heb niet nagedacht over de zinnen, de woorden of wat dan ook. En ik heb, een enkele uitzondering daargelaten, ook geen last gehad van negatieve en/of onterechte kritieken op mijn boeken. Ik heb deze blog snel en spontaan geschreven vanuit mijn buikgevoel. En dat buikgevoel schreeuwde dat deze auteur en dit boek echt enorm tekort is gedaan.

                                                      In mijn – let wel: mijn – ogen is juist dit een literair meesterwerk. Dus… gewoon eerst maar eens kopen dat boek. En dan zelf oordelen! Want het kan en mag toch niet gebeuren dat het op verzoek van een recensent alsnog in de knop wordt gebroken.

                                                      • O ja… Over wie en wat ik het hier heb?
                                                      • Over Wilde Rozen van Lulu Wang!

                                                      maandag 6 september 2010

                                                      Strijdend tegen kanker

                                                      Pelgrims op dezelfde reis, strijdend tegen kanker

                                                      Als Teun van Vliet speciaal voor haar het boek over zijn leven heeft gesigneerd, trekt ze ons naar zich toe, buigt voorover en fluistert in onze oren. Haar stem klinkt als het gedempte geluid van de zee tussen de luisterende palmbomen door. Haar blik is versluierd met mist en regen, maar toch, haar zachte, warme handen voelen aan als de zon. Onlangs heeft ze haar dochter van 15 jaar verloren. Hersentumor. Daarom is ze hier. Om te fietsen voor het goede doel, KWF Kankerbestrijding. En om Teun van Vliet te ontmoeten, die dezelfde ziekte op zo’n wonderbaarlijke manier heeft overleefd. Haar geluk heeft een hoog prikkeldraadgehalte. Maar ze gaat door. Ze moet doorgaan. Vanwege haar man en natuurlijk vooral voor haar andere kind, dat gehandicapt is.
                                                        Zijn gezicht getuigt van een hoog kwakkelgehalte, te veel nacht, te weinig zon. Hij heeft een sterk gevoel voor ingetogenheid. En ook hij verzet zich niet meer tegen de opwellende tranen als hij Teun van Vliet vertelt over zijn geliefde, die ook aan die vreselijke ziekte is overleden. Drie vrienden staan hem bij, spreken troostende woorden, want troost is wat velen hier nodig hebben. Troost, begrip en vooral ook hoop. Hoop op een betere toekomst, op betere behandelmethodes, op minder dodelijke slachtoffers. Al is het dan voor hun of voor hun dierbaren te laat, in het land van de hoop is het nooit winter. En als er in de toekomst nieuwe en betere behandelmethodes worden ontdekt, dan zorgt dat in elk geval voor een verlate balsem op hun zo beproefde ziel.
                                                          Wielrennen is over het algemeen een machowereld, waar getuigenissen van zwakheid niet serieus worden genomen. Oud-profwielrenner Teun van Vliet weet daar alles van, kent die wereld immers van binnenuit. Maar ook hij laat zijn tranen nu gewoon over de wangen rollen, want wie weet er beter dan hij wat deze mensen allemaal mee maken, moeten doorstaan? Drie keer heeft hij de dood onder ogen gezien, de laatste keer, inmiddels alweer bijna vijf jaar geleden, kreeg hij zelfs te horen dat hij nog maximaal één jaar had te leven. Glioblastoom Multiforme Graad IV, de ergste hersentumor in zijn soort.
                                                            Maar ook dit jaar is hij dus weer ‘gewoon’ bij de Ride for the Roses. Om middels deze fietstocht opnieuw geld in te zamelen voor KWF Kankerbestrijding. De Ride for the Roses (een initiatief van Lance Armstrong) is inmiddels een begrip binnen de Nederlandse wielerwereld. In de ‘cycletour’ wordt er van start tot finish gereden door een groot peloton van duizenden wielrenners met een gemiddelde snelheid van 28 tot 30 kilometer per uur. Dit onder volledige politiebegeleiding en over een afgezette weg.
                                                              Op een sportieve, gezonde en plezierige manier bezig zijn en tegelijkertijd iets doen tegen kanker. Samen met duizenden anderen een sportieve prestatie leveren. Als manier van kankerbestrijding. Ter nagedachtenis aan iemand die aan kanker is overleden. Als steun in de rug van iemand die tegen kanker vecht. Of gewoon omdat je het doel een warm hart toedraagt. Teun van Vliet is er dit jaar ook als ambassadeur van de nieuwe stichting Topsport for Life, een initiatief van een aantal (ex)topsporters, die zich inzetten voor mensen met een levensbedreigende ziekte. Het is hun doel om mensen die zeer ernstig ziek zijn een in alle opzichten ‘beter’ leven te geven.
                                                                Teun is het boegbeeld van Topsport for Life. Hij heeft vandaag, ondanks zijn beperkingen, 55 kilometer meegefietst en gaat daarna nog eens alle tijd nemen voor een signeersessie voor zijn boek ‘Drank, vrouwen, de koers en de dood’, waarvan de opbrengst naar het goede doel gaat. Schrijven kan hij amper meer, maar hij doet het toch. ,,Voor wie is dit bedoeld? Voor Ingrid?” Met engelengeduld probeert hij de letters van de naam te schrijven.
                                                                  Er staat dan ook al snel een lange rij voor de stand van Topsport for Life. Vooral nadat hij op het grote podium heeft gestaan. Waar de film van het liedje, dat ex-profvoetballer Bjorn van der Doelen over Teun van Vliet heeft gemaakt, wordt vertoond. Waar de kleine, grote man een lange en almaar aanzwellende ovatie in ontvangst mag nemen. Mooie emoties zijn het gevolg. Zowel op het podium als in de zaal, waar velen Van Vliet als een voorbeeld zien. Ook al omdat hij ondanks alles nog steeds zo positief in het leven staat.
                                                                    Vaak staat Teun van Vliet fier overeind in een oceaan vol twijfels, maar hier, in dit gezelschap mag en durft hij zichzelf ook te laten gaan. Want in de hallen van de bloemenveiling FloraHolland in Venlo hebben zich allemaal ‘pelgrims’ verzameld op dezelfde reis. Sommigen hebben betere wegenkaarten dan anderen, maar allemaal hebben ze ‘iets’ met kanker. Ruim tienduizend mensen zijn er speciaal met hun fietsen voor naar Limburg gekomen. Zij brengen ruim acht ton voor elkaar. Geld dat deze keer is bedoeld voor onderzoek naar dikke darmkanker.
                                                                      Nederland heeft, zo blijkt aan het einde van een lange dag, als de rij voor de stand van Topsport for Life nog steeds niet afneemt, maar weer eens, zijn eigen Lance Armstrong. Teun van Vliet neemt voor iedereen de tijd, troost waar getroost moet worden, lacht waar gelachen wordt, toont begrip, huilt en is bovenal een van hun. Pelgrims op dezelfde reis. Strijdend tegen kanker.
                                                                        roses4.jpg
                                                                        • Voor meer informatie over Topsport for Life of voor het bestellen van door Teun van Vliet zelf gesigneerde boeken zie: www.topsportforlife.nl