zondag 9 oktober 2011

Nuances bij de hype rond het overlijden van Steve Jobs

Soms is het ook als journalist en schrijver beter niet te reageren op iets wat wereldnieuws is. Omdat je niet genoeg verstand denkt te hebben van het onderwerp. Omdat het je niet echt interesseert ook. Of gewoonweg omdat je het niet de moeite waard vindt. Maar soms kun je het uiteindelijk toch niet laten. Omdat je er bij voorbeeld niets meer van begrijpt en de adoratie voor iemand die is heengegaan voor jou ongekende en onbegrijpelijke vormen aanneemt.



Op 5 oktober 2011 overleed Steven Paul Jobs, geboren op 24 februari 1955 in San Francisco, zoon van Joanne Carole Schieble en de Syrische student Abdulfattah Jandali en geadopteerd door Paul Jobs en Clara Jobs-Hagopian, die hem zijn naam gaven. Jobs was medeoprichter en topman van Apple Inc. en leed aan alvleesklierkanker. Zijn overlijden sloeg in als een bom, maakte meer los dan de dood van een legendarische acteur, een briljante muzikant of een topsporter. Wereldwijd!
Jongeren in China staken kaarsjes op in de vorm van de bekende appel. In allerlei steden zag je mensen verslagen voor de deuren van Apple-flagstores staan. Er werden bloemen neergelegd. Miljoenen jongeren rouwden en noemden Jobs hun allerbelangrijkste inspiratiebron. President Barack Obama sprak over een van de grootste vernieuwers van Amerika. ,,Hij veranderde ons leven en zorgde ervoor dat iedereen de wereld op een andere manier bekijkt.’’
,,The Man Who Invented our World,’’ schreef een grote technologiewebsite. Een andere ging ter nagedachtenis helemaal ‘op zwart’. De jeugd adoreerde Jobs als een popster en grijze, zo op het oog toch wijze oude mannen, vergeleken hem met Edison, met Einstein, Henry Ford en zelfs Leonardo da Vinci.



In Nederland was op 6 oktober de uitzending van het populaire programma ‘De Wereld Draait Door’ helemaal gewijd aan het overlijden van de ‘man die de wereld veranderde’. Silvana Simons zei dat ze geen begrip meer kan opbrengen voor mensen die ‘met Windows lopen te klooien’. Steve Jobs is, zo bleek, een religie!
Vrienden op Facebook treurden alsof de wereld was vergaan. Het Algemeen Dagblad vroeg zich in een poll af of er nog mensen zijn die niets van Apple in huis hebben. Ik vulde als een van de weinigen ‘ik’ in. Tot ergernis wellicht van mijn jongste dochter, of zelfs van Ans, een goede, dierbare vriendin die volgende week toch 50 wordt.
Het zal wel. Ik kon het allemaal nog net aanzien. Tot Steve Jobs werd afgebeeld als Jezus Christus, compleet met heiligenkrans en ook nog eens werd vergeleken met Nelson Mandela. Hallo zeg! Mag ik dan toch tenslotte even een beetje op de rem trappen. Waar hebben we het hier over?



Meneer Jobs heeft het heus niet allemaal alleen uitgevonden. Hij heeft ook hier en daar wat dingen gestolen, dingen verbeterd, vernieuwd. En hij had een goed team om zich heen. Hij was dan weliswaar een perfectionist voor wie alleen het beste genoeg was, een genie die het technologische landschap veranderde, maar hij was vooral ook een CEO, die een commercieel bedrijf leidde.
Bovendien kon hij als mens ook gewoon zo nu en dan een hufter zijn. Als je met hem op de zaak in de lift stond kon je maar beter je ogen neerslaan, want als alleen al jouw blik hem niet aanstond kon dat reden voor ontslag zijn. Het fameuze zakenblad Forbes maakte ooit een lijst van de meest verschrikkelijke bazen, en plaatste Jobs na onder andere Adolf Hitler en Kim Jong-il op plaats zes.
Mister Apple kon slecht rekening houden met de gevoelens van anderen, parkeerde, om maar eens wat te noemen, steevast zijn Mercedes op een invalidenplek en was ook in zijn privéleven allesbehalve een lieverdje. Jarenlang gaf hij bij voorbeeld zijn buitenechtelijke dochter geen cent alimentatie.



Vriendin Ans vertelde me dat hij de laatste tijd vriendelijker en vrolijker was geworden, dat hij aan het transformeren was en je mag natuurlijk nooit te hard oordelen over mensen die je zelf niet persoonlijk kent. Bovendien over de doden niets dan goeds. Maar om hem af te beelden en te aanbidden als Jezus Christus, om hem te vergelijken met Nelson Mandela, slaat toch echt helemaal nergens op.
Tussen alle foto’s van de ‘heilige’ Steve Jobs vond ik ook een plaat met twee afbeeldingen. Aan de bovenkant het bekende gezicht van ‘de held van de wereld’. Daaronder een vermagerd hongerend kindje in Afrika, een gier wachtend op de achtergrond. ‘One dies, million cry, million die, no one cries’, stond er onder geschreven.
Steve Jobs is overleden, veel te jong, je gunt het niemand. Maar ook als hij was blijven leven zou hij niets hebben gedaan aan de hongersnood in de wereld, zou hij nooit de Nobelprijs voor de Vrede hebben gewonnen, zou hij geen wijze levenslessen hebben geleerd aan de jongeren die hem hun belangrijkste inspiratiebron noemen.



Wellicht zou hij voor nog wat innovatieve veranderingen hebben gezorgd, maar toch echt niet voor veranderingen waar het werkelijk om gaat, veranderingen die de wereld echt beter, menselijker en socialer, maken. Sta mij toe om bij de hype rond het overlijden van Steve Jobs en al die adoratie toch even deze nuances aan te brengen.

zondag 4 september 2011

,,Als uw televisie stuk is belt u toch ook geen loodgieter”

Sommige dingen moeten gebeuren. Zoals dus blijkbaar het vervangen van de gasaansluiting in je woning.
,,Wanneer bent u thuis meneer”?
,,Woensdag vanaf 12.00 uur”.
,,Goed dan komen we tussen 12.00 en 16.00 uur’’.
Woensdagochtend vijf minuten voor acht. De bel.
Uren te vroeg, maar misschien scheelt dat later op de dag weer het lange wachten. Vooral niet zeuren dus.
De straat wordt open gebroken, de stoep, bij de voordeur naar binnen de kelder in. Troep wordt er gemaakt, maar wat moet dat moet.
Uren later…
,,Nog even naar uw cv-ketel kijken, die resetten en we zijn klaar meneer’’.
Mooi, dankuwel.
En dan wordt het avond en een beetje fris. Toch maar even de verwarming aan zetten. Foute boel. Doet het niet. Zelf maar even resetten. Code 6. Geblokkeerd. Raadpleeg een monteur.
Geen verwarming, geen warm water.
Stedin, de onafhankelijke netwerkbeheerder van twee miljoen mensen in een groot deel van de Randstad, bellen.



Dan krijg je een keuzemenu, maar daar ben je tegenwoordig al aan gewend. Wel heel veel keuzes deze keer. En telkens weer de verwijzing naar de website waar al een hoop antwoorden op je vragen worden gegeven. Maar uiteraard niet op de mijne.
Eindelijk, het laatste keuzemenu, we zijn er doorheen.
,,De wachttijd bedraagt langer dan 15 minuten, belt u later terug of blijf wachten’’.
Wachten dus. En tot tien tellen. Of tot tienduizendzeshondervierentwintig eigenlijk.
Geduld is een schone zaak. En de dame die we uiteindelijk aan de lijn krijgen klinkt behulpzaam.
,,Even bij iemand informeren meneer’’.
Tien (!) minuten later…
,,We komen er hier niet uit, maar ik heb wel een ander nummer voor u. Als u dat belt komt er meteen een monteur’’.
De wachttijd bij het nieuwe nummer is gelukkig minder lang. Maar…
,,U moet helemaal niet bij ons zijn hoor meneer, u heeft geen abonnement bij ons, dus we kunnen u ook niet helpen’’.
,,Bij wie moet ik dan wel zijn”?
,,Geen idee, ik zou nog maar eens met Stedin bellen, want die hebben uw probleem veroorzaakt’’.
Daar is het weer, dat ellenlange keuzemenu. En nee, mijn vraag staat niet op jullie website. Weer dat vreselijke pauzemuziekje. En nog een half uur verder.
Deze keer een man.
,,Doet uw gasfornuis het wel”.
,,Ja hoor”.
,,Mooi, dan kunt u koken”.
,,Ja, maar de verwarming doet het niet en ik heb dus ook geen warm water”.
,,Dan moet u een verwarmingsmonteur bellen meneer, wij gaan alleen over de gaslevering”.
,,Maar mijn verwarming deed het, er was warm water, alles deed het en alles was er, tot jullie kwamen en hier aan de slag gingen en dus ook de verwarmingsketel moesten af- en aansluiten”.
,,Dat kan dan wel zo zijn, maar daar kunnen we niets mee, ik begrijp ook niet waarom u ons belt, als u televisie stuk is belt u toch ook niet een loodgieter”?
,,Pardon, wat zei u daar”?
,,Als uw televisie stuk is belt u toch ook geen loodgieter”!
Rustig blijven, zeg ik tegen mezelf, nog maar eens tot tien tellen. Maar al tel ik tot honderdduizend, deze opmerking kost me mijn laatste stukje energie. Al had ik me nog zo voorgenomen me niet te laten afschepen, me vooral niet te ergeren, na ruim twee uur tenslotte zo’n antwoord krijgen doet van alles verkrampen in mijn lijf.
,,Maar als iemand van Stedin per ongeluk mijn televisie kapot maakt bel ik jullie ook”.
,,Daar hebben wij dan schadeformulieren voor meneer, als u wilt stuur ik er wel eentje op”.
Ik weet het, er is veel ellende op de wereld en dit stelt allemaal helemaal niets voor, maar toch breekt het zweet mij uit. De verwarming aanzetten hoeft dus niet meer. Bovendien ben ik toe aan een koude douche. Dus Cruijff heeft, zoals altijd, ook hier weer gelijk: elk nadeel heb z’n voordeel.
Morgen maar een verwarmingsmonteur bellen en later de kosten proberen terug te krijgen van Stedin.
Ik wens de man aan de telefoon een fijne avond. En spreek de hoop uit dat hij als hij straks thuis voor de televisie zit nog even nadenkt over dat voor mij zo belachelijke en zelfs onbeschofte antwoord.
,,Kom op zeg. Zo hoeven wij toch niet met elkaar om te gaan”!
Het was nog wel zo’n mooie blauwe woensdag.
Als er mensen zijn die dit gezeur helemaal tot het einde hebben gelezen: dankjewel, moest het gewoon even kwijt.
En nu terug naar blauw!

PS: De verwarmingsmonteur is geweest. Te veel lucht in de gasleiding. Zijn commentaar: ,,Stedin langsgeweest zeker"?

PS2: Even op internet in het openbaar iets van je afschrijven kan dus helpen...:-)
De woordvoerder van Stedin belde zojuist. Hij had mijn blog gelezen en wilde namens Stedin excuses aanbieden. Ook zei hij dat hij er persoonlijk op toe zal zien dat mijn klachten naar behoren en snel worden afgehandeld...

PS3: De volgende dag kwamen ze mijn stoep opnieuw leggen. Deze keer netjes.

PS4: Weer enkele dagen later: Een grote bos bloemen, met: Onze excuses voor het ongemak.

woensdag 10 augustus 2011

Petje af voor Haagse Wesley


Hij zou vandaag aan maar liefst 70 sportjournalisten worden gepresenteerd. Ze zaten allemaal klaar om kennis te maken met de nieuwe aanwinst van Nottingham Forest. Trainer Steve McClaren was in zijn nopjes dat hij de topper had weten binnen te halen.

Een van de duurste aankopen ooit voor Nottingham Forest, maar de vleugelspeler was een groot talent en zou zijn geld ongetwijfeld dubbel en dwars waard zijn. Ook ADO Den Haag was blij. De eredivisieclub zou immers maar liefst 2,5 miljoen euro voor hem ontvangen. Het was, kortom, een voetbaltransfer uit het boekje.

Alle partijen hadden afgelopen vrijdag al een akkoord bereikt en, niet onbelangrijk, Everybody was Happy. Tot vandaag zo kort voor de presentatie. Want al kon Haagse Wesley in Engeland vele malen meer verdienen dan thuis bij die club achter de duinen, hij besloot op het allerlaatste moment toch maar alles af te blazen. Tot verbijstering van de Britten, zijn eigen agent én ADO Den Haag.

Na een dagje rondkijken in de Engelse midlands concludeerde Wesley Verhoek dat alles er perfect was geregeld en ook geweldig uit zag. Maar… hij was er nog geen dag of hij kreeg al heimwee!

’Wesley is erg close met zijn familie en gaf aan dat-ie het toch niet zag zitten om de mensen die hem zo dierbaar zijn achter te laten voor een vertrek naar Engeland’, schreef de Nottingham Evening Post vanavond.

Alles en iedereen reageerde teleurgesteld. En de hoofdrolspeler zelf? Die zei, dat hij het echt had geprobeerd, dat hij zelfs had gesproken met een psycholoog die Nottingham Forest in allerijl had opgetrommeld, maar dat hij er geen goed gevoel bij had. Hij wilde toch liever in zijn eigen Den Haag blijven, bij zijn eigen clubje.

Het buitenlandse avontuur waar iedere Nederlandse voetballer van een beetje niveau zo van droomt is dus niet aan Wesley Verhoek besteed. Zelfs niet in voetbalwalhalla Engeland. "Ik zal nu wel door 99 procent van de mensen in Nederland voor gek worden verklaard. Maar geld maakt niet gelukkig voor mij’’, zei hij zojuist voor de camera’s van de NOS. En de eerste reacties op internet liegen er inderdaad niet om. Verhoek wordt ‘een watje’ genoemd, ‘een verschrikkelijke aansteller’, ‘een moeders papkindje’.

Ik behoor in elk geval tot die 1 procent die daar anders over denkt, hoop dat dit er meer zullen zijn en dat de pers de komende dagen geen karaktermoord gaat plegen op Wesley Verhoek. Ik vind het enorm dapper van hem dat hij zijn eigen gevoel volgt.

Iedereen is de schepper van zijn eigen geluk. Haagse Wesley weet dat zijn geluk een hoog prikkeldraadgehalte zal hebben als hij huis en haard verlaat. Hij is nu eenmaal geen avonturier en laat zich ook niet verleiden door een pak geld.

Natuurlijk, hij zal daardoor nooit die absolute topvoetballer worden die hij had kunnen worden. Maar wat is daar mis mee? Het is ietsjes minder, mag het? Ik neem mijn petje af voor Wesley Verhoek. Als Harrie Jekkers zijn grootste hit nog niet had geschreven, zou hij het ongetwijfeld nu doen. Als ode aan die voetballer die zijn eigen, echte gevoel volgde:

O, o, Den Haag
Mooie stad achter de duinen
De Schilderswijk, de Lange Poten
En het Plein
O, o, Den Haag
Ik zou met niemand willen ruilen
Meteen gaan huilen
Als ik geen Hagenees zou zijn

zaterdag 30 juli 2011

De kunst van het nagenieten



Ergens onderweg moet ik het zijn kwijtgeraakt. Ongemerkt eigenlijk. Ik weet niet eens meer wanneer, waar en hoe. Het is in elk geval lang geleden. En het verlies is waarschijnlijk in den beginne ingegeven door ervaringen die op de een of andere manier littekens hadden achtergelaten. Ik geloof dat ik niet de enige ben. Ik hoor het wel vaker om mij heen. Zeker in vakantietijd.

,,Ik had er het hele jaar hard voor geploeterd en ik heb het leuk gehad. De zon scheen, het was gezellig. Maar toen ik thuis kwam lag er meteen weer zoveel werk op me te wachten, was dat heerlijke ontspannen gevoel snel weer verdwenen. Na twee weken lijkt het wel vele maanden geleden en eigenlijk ben ik nu alweer hard aan vakantie toe.’’

Zelf ben ik er onlangs ook een weekje tussenuit geweest en herken ik dat soort opmerkingen wel. Ik was samen met alle drie mijn kinderen en ook verder omgeven met louter mensen die mij zeer dierbaar zijn. Weer even het gevoel van je gezin mogen ervaren, van compleet zijn, een groter genieten is er voor mij niet. Maar dan kom je thuis en ligt er een naheffingsaanslag van de belastingdienst in de bus. Een bon voor te hard rijden. De gemeente heeft weer een nieuw soort eigen bijdrage voor gehandicapten verzonnen, de derde alweer in korte tijd. Ik vraag me af hoe lang ik financieel nog in staat zal zijn om mijn dochter thuis te kunnen blijven verzorgen. Ik hoor dat we nu weer iets van 150 miljard gaan storten in de bodemloze put die Griekenland heet. Hoe moet dat straks met onze pensioenen? Een idioot vermoordt in Noorwegen 77 mensen. De beelden van hongerend Afrika zijn verschrikkelijk…

De waan van de dag, de zorg om alledag, slaat in recordtempo toe. Vroeger was het na een dikke week automatisch terugkijken geblazen. Als de vakantiefoto’s eindelijk klaar waren. Spannend. Zouden ze zijn gelukt? Ja hoor. Mooi! Kijk deze! En deze! Leuk! Weetje nog? Tegenwoordig bekijk je de kiekjes al tijdens de vakantie. Gewoon op je laptop. Het woord nagenieten heeft een wel heel beperkte houdbaarheidsdatum gekregen.

Soms lukt het je ook niet meer omdat, wat ooit fijne herinneringen waren, later vaak opeens pijnlijke zijn geworden. Vanwege een echtscheiding bij voorbeeld. Of een sterfgeval. Prachtig al die vakanties op de camping of in die huisjes in Frankrijk, al die mooie momenten met de toen nog kleine kinderen. Maar je denkt er liever niet meer aan. Omdat wat je dacht dat de liefde van je leven was, tenslotte je geliefde niet meer is, het gezin niet meer compleet is en je weet dat al die mooie tijden nooit meer terug zullen komen. Geweldig en bijzonder dat feest daar ver weg, verscholen in het Colombiaanse Andesgebergte, dat de locale bevolking speciaal voor mijn collega Johan en mij had georganiseerd. Maar Johan is alweer heel wat jaren geleden overleden, ik mis hem nog steeds, dus word ik daar liever niet aan herinnerd.

Ik hoor steeds vaker om mij heen dat ik vooral moet ‘Leven in het Nu’. Bladeren door je herinneringen? Niet doen. Je bent een typische kreeft hoor. Leven in het verleden, niet kunnen loslaten, man, doe niet zo gek, wordt eindelijk eens volwassen. Misschien hebben die criticasters wel gelijk, maar dat wil niet zeggen dat je in dat Nu de kunst van het nagenieten moet kwijtraken. Het een kan ook samen gaan met het ander, besefte ik opeens zomaar uit het niets vannacht.

Dat kwam door Ivo Niehe. Zijn televisieprogramma 'De TV Show' bestaat dertig jaar en in de nachtelijke uren wordt daar dezer dagen op teruggekeken. Ik zapte er toevallig tegenaan en zag Sting opeens voorbij komen. Ivo memoreerde aan een van zijn mooiste optredens. Samen met You-You Ma. Salt Lake City 2002. De beelden. Het geluid. Fragile. Het is en blijft een prachtig nummer. Die hele setting, het kwam me allemaal bekend voor. En verrek, ja, ik was erbij, daar, toen in Salt Lake. Nog even goed kijken. Ja hoor, daar zat ik! Ik was het al lang vergeten.

Ik genoot indertijd even ter plekke, maar ook toen al was nagenieten er niet bij. Want ik was daar voor mijn werk, ik had het druk-druk-druk en elke dag was er wel weer iets anders, waardoor je jezelf niet de tijd gunde om dat wat je allemaal aan bijzonders meemaakte op je in te laten werken, echt te zien, te voelen, te horen, te ruiken, te ondergaan. En terug in Nederland wachtte er wel weer een volgende klus, een andere reis. Nagenieten? Dat was toch iets voor ‘ouwe lullen’.

Ben ik nu dan opeens zo’n ‘ouwe lul’ geworden? Zeg het maar! Misschien ben ik wel wijzer geworden? Het maakt me niets meer uit wat anderen vinden. Zomaar opeens, midden in de afgelopen nacht, vond ik met terugwerkende kracht de kunst van het nagenieten terug. Ik heb er lang over gedaan. Maar het mag weer. Van mezelf. In het Nu.

Ik heb me voorgenomen mezelf midden in de vluchtigheid van het leven, midden in de waan van de dag, elk etmaal even een kwartiertje terug te trekken in mezelf, stil te staan bij momenten van toen en die mee te nemen naar het nu. Ik ben benieuwd wat het morgen gaat worden?

De wonderbaarlijke ontboezemingen van Melanie Griffith, die mij in Albertville uitnodigde om samen met haar een weekje naar een Zwitserse Alpenhut te gaan? Het etentje met de toen nog onbekende Kylie Minogue? Die wilde stapavond met de zanger van Europe (The Final Countdown) in Gothenborg? De eerste kennismaking met het toen nog nieuwe fenomeen karaoke in Calgary? Dat kleine Japanse meisje in Nagano dat me zomaar een van papier gevouwen vogeltje kwam geven? Het bizarre Koreaanse nachtleven in Seoul, in de wijk Itaewon. Of gewoon een van die ‘oude’ vakanties op een camping in Zuid-Frankrijk met het toen nog complete gezin?

Zoveel gezien, zoveel meegemaakt. Er nooit meer bij stil blijven staan betekent ook dat je er niets van hebt geleerd. Bovendien: zonder verleden geen toekomst.

Nagenieten is trouwens niet alleen iets voor ouderen. Ook de jeugd zou ik willen oproepen dat wat meer te doen. Eergisteren, op het verjaardagsfeestje van mijn jongste dochter, feliciteerde een vriendin van haar me met de Publieksprijs die mijn laatste boek had gewonnen. In een adem door vroeg ze of ik al bezig was met het volgende. Niet dus. En automatisch voelde ik me een beetje schuldig. Raar eigenlijk. Terwijl de ene prestatie amper is geleverd, moet je dus blijkbaar meteen alweer verder gaan met de volgende.

Dat ga ik ook wel doen. Maar in het vervolg niet meer zonder die momentjes voor mezelf, dat even stil blijven staan bij ogenblikken van nagenieten. Ik ben blij dat ik die kunst na zo vele jaren heb teruggevonden. En kijk nu op dit moment weer even naar de uitvergroting van een foto van mij met mijn drie kinderen, onlangs genomen tijdens een heerlijk samenzijn. Er komt als vanzelf een glimlach rond mijn mond. Wat kan nagenieten toch mooi zijn…

maandag 6 juni 2011

Een tien met een griffel en een zoen van de vader

Liefde is een hele nacht wakker liggen vanwege een ziek kind. Of een gezonde volwassene. Mijn jongste dochter van bijna 21 is ‘al lang’ geen kind meer, maar toch lig ik zo nu en dan nog wel eens vanwege haar wakker. Niet omdat ze een zorgenkind is, integendeel zelfs, maar juist omdat ik een zorgenvader ben. ‘Pa je hebt te veel oestrogenen’, zei ze ooit met prachtige pretoogjes tegen mij. Ze heeft gelijk, ik ben het type man dat zich overdreven ongerust kan maken over zijn kinderen en het liefst voor altijd als een moederkloek over ze waakt.

Zorgen kunnen ongenode gasten zijn, maar zorgen zeggen ook iets over de liefde die je voor de ander voelt. Natuurlijk moet je kinderen op een gegeven moment los laten. Uiteraard moet je ze hun eigen leven laten leiden. Maar wil dat ook zeggen dat je niet meer voor ze mag zorgen en dat je je geen zorgen meer om hen mag maken? Mij lukt dat in elk geval niet, ook al heb ik het getroffen met drie geweldige kinderen, waar ik met recht 365 dagen per jaar trots op ben.

In het hartenrijk van nooit verdwijnende gevoelens zijn ze mijn houvast, mijn energiebron, mijn levensbehoefte, mijn alles. Mijn leven is zoveel rijker geworden door hen. Mag ik dan even wakker liggen als mijn jongste het stoute plan opvat om te gaan parachutespringen voor het goede doel? Ja, dat mag ik van mezelf!



Het was nog mijn eigen schuld ook. Als lid van de stichting Topsport for Life kwam ik in aanraking met Buddies for Life, een speciaal ‘onderdeel’ voor terminale patiënten. ‘Een beter leven voor zieke mensen in hun laatste levensfase’, de slogan trok mij meteen aan. Bekende topsporters en ex-topsporters, die iets proberen te betekenen voor ernstig zieke mensen. Door hun buddy te zijn, door gewoon langs te gaan om te praten, of door samen met ze naar een mooi evenement te gaan.

Voor ernstig zieke kinderen heb je ‘Stichting doe een Wens’, maar voor volwassenen was er nog niets. Buddies for Life vult ook dat gat op. Het begon met de start van de Tour de France vorig jaar in Rotterdam, toen Topsport for Life een groep van 25 terminale patiënten een bijzondere dag kon geven door een volledig verzorgde vip-ontvangst te organiseren. En het kreeg een vervolg met het initiatief van Louis van de Moosdijk, op dat moment zelf aanbeland in de laatste fase van zijn leven.

Louis wist als geen ander hoe moeilijk het is om met zo’n doodvonnis om te gaan. Hij onderkende het belang van coaching en begeleiding in dit proces en richtte samen met Miel in ’t Zand van Topsport for Life kort voor zijn overlijden Buddies for Life op, een initiatief dat nu door zijn vrouw Ans wordt voortgezet. Zij en Louis hielden van het avontuur. Parachutespringen was hun passie. Zo leerden ze elkaar kennen. Daarmee begon hun liefde.

Toen Louis op 17 februari van dit jaar, op nog maar 47-jarige leeftijd, overleed ontstond dan ook al snel het idee om een parachutesprong-evenement ter zijner nagedachtenis te organiseren. Niet alleen zouden de leden van zijn vereniging een remembrancesprong maken, maar ernstig zieke patiënten, die dat nog op hun wensenlijst hadden staan, zou die dag meteen een gratis sprong worden aangeboden. Om het geheel compleet te maken werd besloten er meteen ook een sponsoractie aan te verbinden. Gezonde mensen, die minimaal 225 euro bij elkaar zouden brengen, konden ook mee de lucht in gaan. En dat allemaal onder de passende naam ‘Tussen Hemel en Aarde’.

Het idee om een parachutesprong te maken trok mijn jongste dochter, werkzaam in de zorg, in principe wel, maar toen ze hoorde waarvoor het was raakte ze pas echt enthousiast. ‘Dit past precies bij het werk wat ik doe’, zei ze, ‘dus daar ga ik voor’. Ik schrok!

Het geld was niet het probleem, van alle deelnemers haalde zij het meeste op, de teller stopte pas bij 700 euro, maar had ik, die zorgzame en zorgelijke vader, er wel goed aan gedaan om haar hiervan op de hoogte te brengen? Vroeger op de fiets naar school, later in de auto van haar vriend naar Ermelo, altijd weer waren en zijn er die woorden, vaak tot vervelens toe, zelfs nu nog: ‘Pas op, rij voorzichtig, kijk uit’.



Arme Ans. Sinds de dood van Louis had ze geen sprong meer gemaakt. Daar zou op vrijdag 3 juni verandering in komen. En ik bleef haar maar lastig vallen met vragen over de veiligheid van mijn jongste dochter. Lieve Ans, ze had er nog begrip voor ook. Beloofde met haar mee het vliegtuig in te gaan, alles nog eens extra te controleren en ook met haar mee te springen.

Toch lag ik er wakker van. En mijn jongste dochter? Die werd zenuwachtiger naarmate het evenement dichterbij kwam, vooral ook door mijn toedoen. Maar afgelopen vrijdag stapte ze, samen met vriendin Hedy, doodleuk en kalm dat vliegtuig in om even later tussen Hemel en Aarde te zweven.

Uiteraard stonden we met z’n allen bij de landingsplek. Vriend en vrienden, oma, broer, zus, moeder en een bibberende vader. Die pas tot rust kwam toen hij hoog in de lucht zijn kind zag hangen aan een parachute die gewoon normaal open was gegaan. En die een traantje moest wegpinken toen hij zijn verrukte, dolenthousiaste meisje even later ontroerd in de armen kon sluiten.

Met de hele familie, hebben we die avond nog lang nagepraat, nagenoten. De volgende dag wilde mijn dochter een mailtje sturen naar de mensen die haar sprong hadden gesponsord. Ik keek over haar schouders mee en zag dat ze begon met iedereen te bedanken voor het steunen van Buddies for Life. ‘Jullie hebben niet alleen mij een ongelofelijk mooie ervaring bezorgd, maar vooral een heel mooi en belangrijk doel gesteund’, schreef ze vervolgens. En weer kreeg ik een brok in mijn keel.

Een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw. De oudsten onder ons weten nog waar deze uitdrukking vandaan komt. Uit een al lang vervlogen schoolsysteem, waarin leerlingen voor goede prestaties werden beloond met stempeltjes, verschillende kleuren inkt en ander fraais. Drie van deze beloningsmiddelen waren: een tien (het hoogste cijfer), een extra griffel (te gebruiken bij de lei) en een zoen van de juffrouw (een hele eer). Het onderwijssysteem is de afgelopen decennia al vaak hervormd, maar de uitdrukking is gebleven. Om aan te geven dat je iets buitengewoons hebt gedaan, iets waarop je trots kunt zijn.

Stoere Suzanne heeft afgelopen vrijdag iets bijzonders gedaan. Van mij krijgt ze een tien met een griffel en een zoen van de vader!



PS: Soms is het beter om niet alles te weten. Zeker niet als man met te veel oestrogenen, want, fragment uit een mail van Ans: ‘De tandeminstructeur van Suzanne was helemaal blij met zo’n levendig meissie. Salto’s? Voorover, achterover? Lekker wild of een keurige rustige sprong?, vroeg hij nog. Tegen Suzanne grapte ik: Zeg straks maar tegen je vader dat jullie het rustig en beheerst hebben gedaan en ga nu met Tom maar lekker uit je dak, je zit goed vast en het gevoel is fantastisch! Ze keek me nog even aan van echt? En ja hoor daar begon ze weer te lachen. Wat een leuke, lieve en pure griet heb jij’.


Voor een filmpje van de landing klik hier.

dinsdag 10 mei 2011

Geen plek voor chauvinisme en commercie, maar gepaste rouw


De beelden van de derde etappe van de Giro d’Italia riepen vandaag meteen herinneringen op aan 1995. Zoals Wouter Weylandt er na zijn val tegen een muur in de afdaling van de Passo del Bocco bij lag, deed het ergste vermoeden. De wielrenner bewoog niet meer, er stroomde bloed uit zijn neus. Iedereen die indertijd in de Tour de France Fabio Casartelli had zien liggen dacht meteen: Brrr… Wouter Weylandt is ook dood!

Hoewel het nog een tijdje duurde voordat arts Giovanni Tredici het trieste nieuws bekend maakte, nam de organisatie van de Giro al snel na de vreselijke val een dapper en juist besluit. De podiumceremonie werd afgelast. Geen huldiging van de winnaar, geen roze trui voor de nieuwe leider van het algemeen klassement. Hoe anders was dat tijdens die andere gitzwarte dag uit de wielergeschiedenis, toen we, als verslaggever live aanwezig, even een gloeiende hekel kregen aan de sport die ons meestal zo lief is. Een terugblik, met als positieve ondertoon dat het dus ook anders kan…

…Vierendertig kilometer duurt de vijftiende etappe van de Tour´95 voor Casartelli, rugnummer 114 van de Motorola-ploeg. Het is net half 11 geweest als door de ronderadio het woordje chûte, valpartij, schalt. Volgauto’s remmen, portieren gaan open, de verwarring is groot. Wie ligt er allemaal bij?

Het peloton was tijdens de beklimming in groepjes uiteen gevallen en tijdens de afdaling liep de snelheid op tot boven de 90 kilometer per uur. Er is, zo wordt snel duidelijk, iemand in het ravijn gevallen. Een meter of acht naar beneden roept Dante Rezze om hulp. Twee mensen pakken een touw en halen hem uit het ravijn. Hij wordt de ambulance ingedragen, maar heeft nog geluk gehad, want zijn val werd geremd door een paar struiken.

Pas als Rezze is gered valt op dat er, tussen een ander groepje omstanders, nog steeds iemand op de grond ligt. Fabio Casartelli is met zijn hoofd tegen een van de betonnen paaltjes langs de kant geknald. Hij ligt er grotesk bij. Bloed stroomt vanuit zijn hoofd over het asfalt. Hij wordt gereanimeerd.

Erik Breukink heeft het zien gebeuren en is hevig aangedaan. Hij beseft dan nog niet dat de gil die hij hoorde het laatste geluid was dat Casartelli maakte. Ook Johan Museeuw is betrokken bij de valpartij. Hij zit met een bezeerde knie op de grond, kijkt naar zijn collega, weet eigenlijk al dat hij dood is, maar weigert dat te geloven. Tenslotte wordt Casartelli de ambulance ingedragen. Die rijdt een klein stukje naar beneden en stopt weer. Op een plek waar nauwelijks ruimte is, landt een helikopter. Die brengt Casartelli naar het ziekenhuis in Tarbes.

Ondertussen dendert de Tour door. Richard Virenque, de glorieuze winnaar van de koninginnenrit, hoort pas op het podium wat er is gebeurd, dat zijn collega Casartelli is overleden. Maar de populaire Fransman laat zich toch huldigen alsof er niets aan de hand is. Terwijl iedereen en dus ook hij weet dat Fabio Casartelli, pas 24 jaren jong, getrouwd met Annamarie, die nog maar vier maanden eerder is bevallen van zoon Marco, is overleden, geeft hij in de perszaal vervolgens een lange verhandeling over deze voor hem toch zo geslaagde dag. Over de verkoudheid die hem in de Alpen, waar hij zijn hartslag niet hoger dan 165 slagen per minuut kreeg, parten speelde, over dat hij vandaag in de Pyreneeën die hartslag weer op zijn normale limiet van 185 had weten te krijgen, over dat deze zege toch nog veel mooier was dan die van vorig jaar en over bla, bla, bla…

De Franse televisie jubelt nog ruim een uur na over de victorie van hun Virenque. Op de uitslagenlijst van die dag staat achter de naam Casartelli alleen het woordje ‘Abandon’. Uitgevallen. Net als de renners Belli, Rezze, Baldinger, Aguirre, Boscardin, Rojas en Camargo. Ons ongeloof neemt alleen maar toe. Hallo chauvinistische Fransen, er is hier vandaag in jullie land, in jullie Ronde een wielrenner overleden!

De volgende dag opent de organiserende krant met een paginagrote foto van winnaar Virenque. Met onderin een piepklein portretje van Casartelli! Maar gelukkig is er voor de start van de zestiende etappe toch eventjes die stilte, die zo zwaar en doorzichtig is als kristal. De pompom-meisjes van sponsor Coca Cola, die Barbiepoppen met hun lege omhulsels, dansen voor deze ene keer niet hun opwindende dansje. Het jazzorkestje dat elke ochtend optreedt, houdt de instrumenten ingepakt. Pas de dag na het vreselijke ongeluk dat Fabio Casartelli het leven kostte, komt dus ook het commerciële circus van de Tour eindelijk voor even tot inkeer.

Tranen, zo blijkt dan maar weer eens, hebben meer kracht dan woorden. José de Cauwer pakt de huilende Hennie Kuiper vast, omhelst hem en wrijft over zijn rug. Ooit was De Cauwer de waterdrager van Kuiper. Eens een knecht, altijd een knecht, de wetten van het peloton gelden ook in tijden van groot verdriet. Als Kuiper, een van de ploegleiders van de overleden Casartelli, even later wordt belaagd door ons journalisten, verwijdert De Cauwer zich stilletjes en barst, als zijn oude meester het niet meer kan zien, zelf in snikken uit.

De stilte bij het dorpsplein van Tarbes is indrukwekkend, maar dan moet er toch maar weer worden gekoerst. Kom-op. Vive le Tour, Vive la France. Maar dan grijpen gelukkig de renners zelf in. Gianni Bugno werpt zich op als de ‘patron’ van de dag. Hij is de kampioen van Italië, Casartelli was een Italiaan en Bugno neemt zijn verantwoordelijkheid. Niemand mag aanvallen, er wordt in wandeltempo en ‘en groupe’ de hele dag over de laatste Pyreneeëncols gereden. Televisieproducenten vloeken, in finishplaats Pau staan de sponsors urenlang te knarsetanden.

Aan het einde van een lange, loodzware en snikhete dag komt er in datzelfde Pau tenslotte een einde aan een even lugubere als indrukwekkende solidariteitsmanifestatie. Andrea Peron, de kamergenoot van Casartelli, de man ook die namens de ploeg de vrouw van de overleden renner belde en van haar te horen kreeg dat de familie wilde dat de Motorola-ploeg in koers bleef, mag als eerste de eindstreep passeren. Met in zijn spoor de teamgenoten Lance Armstrong, Frankie Andreu, Steve Bauer, Alvaro Mejia en Stephen Swart. Het peloton volgt op een gepaste honderd meter afstand.

Een waardig en mooi eerbetoon van de renners zelf. Maar oud-renner Bernard Thevenet, die lid is van de organisatie, noemt de actie van de coureurs een schande. Hij vindt dat ze het publiek hebben bestolen. ,,Het zijn profs en profs moeten hun pijn kunnen verbijten. Dit was belachelijk.’’

De woorden van Thevenet waren belachelijk. Zoals ook de euforische zegetocht van Virenque en de geringe aandacht die de Franse krant aan het overlijden van Casartelli besteedde belachelijk waren. Gelukkig gaf het peloton de Fransen en de Tourorganisatie een lesje in waardigheid. In de Giro is dat nu niet nodig. Wouter Weylandt, 26 jaren jong, is in hun Ronde overleden, in september zou hij vader worden. En de Italianen grepen wel meteen in.

Geen podiumceremonie, geen feestelijkheden, maar gepaste rouw. Girodirecteur Angelo Zomegnan liet weten dat hij aan de renners zelf over laat hoe ze morgen de volgende etappe willen afwerken, dat hij elk besluit zal respecteren. Zo kan het dus ook. En zo hoort het ook! Voor chauvinisme en commercie is op zulke momenten geen plek!

dinsdag 26 april 2011

Soms mag je ook trots zijn op jezelf

Een sterk gevoel voor ingetogenheid heb ik altijd belangrijk gevonden. Ego stond voor mij gelijk aan egoïsme, egocentrisme. Het bezorgde mij een nare smaak in de mond. Bescheidenheid siert de mens, doe maar normaal. Maar soms zijn er van die momenten dat alles toch even anders is, dat je even trots mag zijn, zelfs op jezelf. Als je de balans maar in de gaten houdt, het tussenstation tussen te weinig en te veel.


Het begon de afgelopen week allemaal in het Olympisch Stadion in Amsterdam. De verkiezing van het beste sportboek van 2010: Winnaar van de Publieksprijs. Met een overweldigende meerderheid aan stemmen. Mijn uitgeefster Jitske Kingma en mijn vriendin Hedy Kooymans spraken in superlatieven. Ik werd er verlegen van. Thuis werd ik overladen met felicitaties, complimenten en bloemen. Ik wist me geen houding.

Egodriften: Je hebt ze in alle soorten en maten, want tja het kanaal gelooft nu eenmaal graag dat rivieren alleen bestaan om hem van water te voorzien. Ik denk persoonlijk dat ze voortkomen uit een maatschappij waarin de laatste decennia het persoonlijk welbevinden en de zelfwaardering belangrijker zijn geworden dan het gemeenschappelijke doel. Ambitie, trots en aandacht raakten steeds meer gericht op het individu en iedereen ging daar op zijn eigen manier mee om.

De laatste tijd ontmoet ik steeds meer mensen die zich bewust zijn van de noodzaak om te kijken en af te wegen of hun eigen persoonlijke egodriften ook kunnen bijdragen aan een groter doel dan alleen het zijne of het hare. Dat stemt mij niet alleen gelukkig, maar zorgt er ook voor dat mijn bescheidenheid geen valse bescheidenheid wordt.

Enkele dagen na de prijsuitreiking, waarmee ik me geen raad wist, was ik nog even helemaal van streek. Iemand die wist dat de opbrengst van mijn boek bestemd is voor een bijzonder goed doel en die mij ook nu weer veel tijd in dat goede doel zag steken, zei plompverloren: ’Er zijn mensen die hard moeten werken voor hun geld en geen tijd hebben om zich voor dat soort zaken in te zetten’. Pats, dat kwam binnen! Ik voelde me gekrenkt, onbegrepen, ging er met mijn persoonlijke ego in zitten.


Maar gelukkig was er meteen daarna de Teun van Vliet Classic, de fietstocht waar het allemaal om was te doen. Teun van Vliet is een oud-wielrenner die tot twee keer toe werd getroffen door een hersentumor. Eén procent kans had hij om te overleven, binnen één jaartje zou hij eigenlijk dood moeten zijn. Over hem gaat mijn boek, dankzij hem werd er ook een die fietstocht georganiseerd waarbij geld werd ingezameld voor een belangrijk onderzoek naar hersentumoren.

De avond voorafgaande aan het evenement was er een reünie van de in de jaren tachtig zo vermaarde Panasonic-wielerploeg, die speciaal voor de Teun van Vliet Classic, speciaal voor dat prachtige doel, weer samen kwam. Eerst was er nog even de ergernis over de mensen die hiervoor op het laatste moment hadden afgezegd, maar daarna was het vooral genieten van het warme weerzien tussen oud-ploeggenoten als Peter Winnen, Henk Lubberding, Theo de Rooij en Phil Anderson.

Minister Ivo Opstelten was er ook. Hij vertelde dat hij op mijn boek had gestemd, vooral ook omdat hij het gewoon goed vond. Ik kreeg een ‘hug’ van Mart Smeets die mij met een oprechte glimlach feliciteerde. Egodrift? Voor even mocht die er zijn, want het ging om het doel, om geld inzamelen en daar is het bekroonde boek simpelweg een onderdeel van. Zoals zo vele mensen daar een onderdeel van zijn.

Bijna 1200 mensen namen deel aan de Teun van Vliet Classic en allemaal steunden ze daar op hun eigen manier het goede doel mee. Vriendin Hedy kwam met haar zonen Tim en Ferdie. Buurman Ad van der Ven klom, ondanks zijn harttransplantatie, enthousiast en fit op de fiets. En Eric Schneider maakte, samen met zoon Luut, het team van ons hoekje van de Toulonselaan in Dordrecht compleet. Individuen, samen voor een gezamenlijk doel. Zoals ook de initiatiefnemers Miel in ’t Zand en Nita van Vliet, de hartverwarmende Ans en Annemarie van de Moosdijk en al die andere vele vrijwilligers van Topsport for Life ervoor zorgden dat er een gezamenlijk ego mocht zijn.


Vaak is de wereld een theaterzaal waar de slechtste lieden de beste plaatsen hebben. Maar gelukkig kan het ook anders. De eerste Teun van Vliet Classic tokkelde universele snaren aan. Van passie, ontroering, warme en oprechte liefde voor elkaar en van strijdlust voor hetzelfde doel.

Teun was door dit alles bijna een week lang het stralende middelpunt. Toen hij hoorde dat mijn boek over zijn leven de Publieksprijs had gewonnen, moest hij huilen. Toen hij enkele dagen later zag wie er allemaal op zijn reünie en zijn toertocht waren afgekomen, kwamen opnieuw de tranen. Huilen mag in zulke gevallen, huilen moet dan zelfs, want huilen kan ook mooi zijn. Ook natte ogen kunnen schitteren. Bewees Teuntje. De achterkant van zijn roem is geen mijnenveld geworden, integendeel, hij inspireert anderen om vooral nooit op te geven.

Geluk is een seconde die eeuwigheid wil zijn, maar geluk vermenigvuldigt zich wanneer je het met anderen deelt. Het belang van de groep ging de afgelopen dagen voor het belang van het individu, dat stemde niet alleen trots, maar ook gelukkig. En dat gaat door. De eerste stap is gezet. En aan het vervolg kan ook weer iedereen meedoen. Door het boek te kopen, door donateur te worden, door vrijwilliger te worden van Topsport for Life, door mee te doen aan een van de volgende acties, door het unieke en hartverwarmende project Buddies for Life van Ans te ondersteunen. Of gewoon door anderen, die geveld zijn door die vreselijke ziekte die kanker heet, een hart onder de riem te steken.

Dankjewel Ivo voor je stem. Dankjewel Mart voor die welgemeende felicitatie. Dankjewel Miel en Nita voor jullie prachtige stichting Topsport for Life. Dankjewel Jitske voor je vertrouwen en geloof in mij als auteur. Dankjewel Hedy, Tim en Ferdie voor jullie liefde. Dankjewel Ad, Eric en Luut voor jullie gezellige deelname. Dankjewel Annemarie voor je warme uitstraling. Dankjewel Ans voor dat bijzondere en diepe gevoel en dat prachtige initiatief, Buddies for Life, met die zo toepasselijke slogan: Een beter leven voor mensen in hun laatste levensfase.


De wereld is een stuk beter af met mensen als jullie. Ik ben er trots op een van jullie te mogen zijn. En voor deze keer ben ik dan ook een beetje trots op mezelf. Soms mag dat. Als je de balans maar in de gaten houdt, het tussenstation tussen te weinig en te veel.

Sta op tegen kanker. Samen maken we het verschil!

PS: Voor meer hierover: klik hier

PS2: Voor een mooie en integere reportage van Mart Smeets over de Teun van Vliet Classic klik hier

vrijdag 21 januari 2011

Jolanda, Brandon, Dexter, Martin Gaus en het PGB

Jolanda, Brandon, Dexter, Martin Gaus en het PGB

Jolanda, mijn gehandicapte dochter Brigitte, mijn deze maand alweer zeventien jaar geleden overleden vader, mijn jongste dochter Suzanne, Brandon, Dexter en zijn ouders, het Persoonsgebonden Budget PGB, bezuinigingen in de gezondheidszorg en Martin Gaus: Soms hebben dingen, namen, mensen, gebeurtenissen meer met elkaar gemeen dan je voor mogelijk houdt. Bij mij roept al dit halverwege januari 2011 in ieder geval vele associaties en gevoelens op. Sta mij toe, in ‘historische’, volgorde het een en ander uit te leggen.

    22 Jaar geleden werden we opgeschrikt door een foto van Jolanda Venema, een zwakzinnig meisje dat in de instelling Hendrik van Boeijen-oord in Assen verbleef. In haar dossier stond: ‘impulsief, uitdagend, dwars, grillig, agressief, heeft gilbuien, destructie van kleding en voorwerpen en soms incontinent. Jolanda is soms lief en behulpzaam, maar verknoeit situaties onophoudelijk door alle aandacht op te eisen’.

    In 1988 kwamen haar ouders op bezoek toen er verder niemand op haar paviljoen aanwezig was. Ze troffen Jolanda aan in haar kamer, naakt op haar bed, met een buikband om haar middel, die met een touw aan de muur vastzat. Om haar heen lag vuile was en haar eigen ontlasting lag op de vloer. De ouders hadden een fotocamera bij zich en vader maakte een foto van Jolanda met haar moeder, om de situatie waarin zij dagelijks leefde vast te leggen. Die foto veroorzaakte indertijd een fel maatschappelijk debat over de kwaliteit van de gehandicaptenzorg.
      Het ministerie van WVC stelde extra geld beschikbaar voor Jolanda. Hiermee kwam er ruimte voor meer personeel en een intensievere begeleiding. Jolanda werd nog enkele malen herplaatst binnen de instelling en de nieuwe begeleidingsstijl had een positief effect op haar. Jolanda kreeg weer kleding, en als zij deze kapot scheurde kreeg ze gewoon weer nieuwe aan. Langzaam aan leerde ze bij en kon ze ook weer functioneren binnen sociale relaties.

      22 Jaar geleden werd ook mijn dochter Brigitte geboren. Ze was de mooiste baby van de wereld, maar ik begreep al snel dat juist dit juist het probleem was. Een hoofd, zo vertelde men mij, schijnt een achtste deel van de lengte van een volwassen mens te zijn, bij baby’s is dat slechts een vierde deel. Ouders van pasgeboren kinderen zeggen altijd dat hun kind zo mooi is, terwijl buitenstaanders zien dat de verhoudingen niet kloppen. Wat een dikke koppen! Bij Brigitte klopten die verhoudingen wel. Ze was een echt poppetje. En dat klopte dus niet!

      Microcefalie ten gevolge van een lissencafalie luidde tenslotte de conclusie. Om een lang verhaal hierover toch nog kort te maken: Ze zal nooit kunnen lopen, staan, praten of wat dan ook, kreeg het etiket ernstig lichamelijk en geestelijk gehandicapt opgeplakt. Ik moest indertijd denken aan Jolanda. Vastgebonden, naakt op haar bed, met een buikband om haar middel, die met een touw aan de muur vastzat, met om haar heen vuile was en haar eigen ontlasting op de vloer: dat zou ons nooit gebeuren! Nederland zou hier toch wel van leren?
        17 Jaar geleden lag mijn vader in een ziekenhuisbed in Heerlen. Het maatje van mijn Brigitte, had vele hartinfarcten overleefd, maar was uiteindelijk geveld door bloedkanker. De verpleging zei dat hij de neiging had om zijn infuus er uit te trekken. Daarom hadden ze hem maar vastgebonden. Ik was woest, dat kon toch niet waar zijn. Anderen probeerden mij ervan te overtuigen dat het niet anders kon, dat dit vanwege zijn eigen bestwil werd gedaan.
          De beelden van Jolanda, de angst voor de toekomst van Brigitte toen, mijn aan het bed vastgebonden vader; het kwam allemaal opeens weer naar boven toen ik deze week de beelden van de 18-jarige Brandon zag. Hij zit al bijna drie jaar lang, dag in dag uit, vastgebonden aan een riem van anderhalve meter in zijn kamer in ’s Heeren Loo, een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Het personeel is bang voor Brandons onvoorspelbare gedrag en daarom zit hij vast. Dat althans zegt een medewerkster van ’s Heeren Loo die de situatie van Brandon zo ernstig vond dat ze besloot met haar verhaal naar buiten te komen. De moeder van Brandon spreekt van ‘een gekooid dier’. De ouders van Jolanda zijn woedend. ‘Hebben we in al die jaren dan toch niets geleerd, gaat het alleen maar om geld’?
            En weer ontstaat er een maatschappelijk debat. De Tweede Kamer hield woensdag een spoeddebat, de actualiteitenprogramma’s duikelen deze week over elkaar heen. Iedereen heeft er wel een mening over. En zoals bij alles in dit land wordt al snel duidelijk dat Nederland barst van de deskundigen die hun mening maar wat graag op televisie ventileren.
              Mijn jongste dochter Suzanne werkt op datzelfde ’s Heeren Loo, op een enorm complex, waar ook, laten we dat vooral niet vergeten, heel veel goed werk wordt gedaan. Het is een stoere meid die van aanpakken weet. Ze zag de afgelopen dagen veel pers op het terrein staan, maar ze kent Brandon niet. Ze heeft ook wel eens een klap van iemand gekregen, maar is niet bang. Ik heb diep respect voor haar en haar werk, zoals ik diep respect heb voor iedereen die dit loodzware werk doet. Het is een roeping en een gave om dit te kunnen en willen.
                En Suzanne heeft dus een zus die gehandicapt is, al is dat van een andere orde. Want al kan Brigitte in tegenstelling tot Jolanda en Brandon niet lopen, staan of praten, er zit geen druppel agressie in haar, ze straalt louter liefde uit. Je kunt de een dan ook niet met de ander vergelijken, ook gehandicapten zijn gewoon mensen, individuen, met elk zijn of haar eigen verhaal. Wat me meteen brengt op Dexter en zijn ouders.
                  Dexter is 14 jaar, autistisch, heeft een verstandelijk beperkt niveau van iemand van negen maanden oud en leeft in zijn eigen verwarde wereldje. Hij is, juist naar aanleiding van de ophef die rond Brandon is ontstaan, samen met zijn ouders, te gast in het tv-programma De Wereld Draait Door. Zijn ouders konden niet de juiste zorg voor hem vinden, simpelweg omdat die nodige individuele zorg er niet is, slechts in groepsverband wordt aangeboden. Dus besloten ze het zelf maar te gaan doen. Twintig uur per etmaal, want Dexter heeft ook nog een slaapstoornis.
                    De dag voor Dexter was Martin Gaus te gast in het televisieprogramma Pauw en Witteman. Die had Daphne bij zich, een prachtige hond, die gedurende de hele uitzending zijn hoofd rustig op tafel liet hangen en vredig om zich heen gluurde. Gaus was ‘opgeroepen’ omdat hondenliefhebbend Nederland momenteel in de ban is van Cesar Millan. Deze ‘hondenfluisteraar’ zoals hij zichzelf noemt, verzorgt twee stijf uitverkochte shows in de Heineken Hall. Hij heeft een imperium opgebouwd dat 100 miljoen dollar waard is. De goeroe van hondenland.
                    Hoe ga je met psychisch gestoorde honden om? Corrigeren, straffen, eigen schuld, dikke bult. Hij laat de honden schrikken, imponeert ze, bindt ze vast aan hun staart, geeft ze desnoods elektrische schokken, maakt ze ondergeschikt en in wezen doodsbang. Nu deed Gaus dertig jaar geleden niet anders, ook hij ging de oorlog met onwillige honden aan. Hij werd daar in elk geval een bekende Nederlander door. Maar soms brengen de jaren en de ervaringen wijsheid met zich mee. Nu is Gaus in de studio met Daphne en predikt hij een nieuwe dierenzorg. Ik ga niet meer voor direct resultaat, zegt Gaus, die tegenwoordig juist het belang van knuffelen propageert. Niet straffen, niet corrigeren, niet domineren, maar samenwerken is zijn nieuwe credo. De hond moet zich vooral veilig voelen.
                      Ook Dexter wil zich vooral veilig voelen, zegt zijn moeder. Net zoals Jolanda indertijd en Brandon nu. Dexter, Jolanda en Brandon zijn geen honden, maar mensen, dus zou je denken dat dit een voordeel is. De ouders van Dexter geven hem ook wat hij nodig heeft. Dag en nacht, zeven dagen in de week. Ze moesten er allebei hun baan voor opgeven en ze leven nu van een Persoonsgebonden Budget, zijn als het ware in loondienst van hun zoon.
                      Dat PGB is geen vetpot, maar het is te doen. Het zou de overheid vele, vele malen meer kosten als ze Dexter zouden laten opnemen in een instelling. Het mes snijdt dus als het om een Persoonsgebonden Budget gaat aan twee kanten. Dexter krijgt de best denkbare zorg en de staat spaart kapitalen uit. Maar toch wordt er in de enorme bezuinigingsdrift van nu vooral gesneden in dat PGB. De ouders van Dexter, die al zoveel hebben moeten inleveren, zijn onlangs met ruim vier procent gekort. Volgend jaar moeten ze het met tien procent minder doen, het jaar erop gaat er nog eens twintig procent vanaf en daarna kunnen ze niet meer zelf voor Dexter zorgen.
                        Het is ook in dit verband dus, zoals de ouders van Jolanda al zeiden, een ordinaire centenkwestie. De gehandicaptenzorg staat, net als de ouderenzorg en de ziekenzorg, enorm onder druk. Specialisten zeggen dat we sinds 1988 veel hebben bijgeleerd, er zijn nog maar 40 gevallen bekend van het ‘niveau’ Brandon waar dat er in de tijd van Jolanda nog 2500 waren. Maar daarbij wordt niet vermeld dat dit ook komt doordat steeds meer ouders de zorg voor zwaar gehandicapte kinderen zelf ter hand hebben genomen. Door in het PGB te gaan schrappen zakken we weer terug naar voor 1988.
                        Gaan we onze honden straks beter verzorgen dan onze eigen mensen? Klopt het dan toch, dat wij eigenlijk allemaal gewoon dieren zijn, maar dan met een mobiele telefoon op zak?
                          PS: Jolanda Venema stierf op 33-jarige leeftijd aan long- en hartproblemen ten gevolge van een stafylococceninfectie, mijn vader is 17 jaar geleden overleden, Brigitte krijgt, net als Dexter, van haar ouders de dagelijkse liefde en de zorg die ze nodig heeft en Suzanne doet haar werk op ’s Heeren Loo met warme liefde en veel overgave. Er is, hoor ik rond Brandon nu vooral zeggen, veel veranderd. Maar is dat wel zo? Want opnieuw is er even sprake van collectieve verontwaardiging, even buitelen de politieke parijen weer over elkaar heen. Maar ook nu zal het straks weer stil worden. Want diezelfde politieke partijen moeten en zullen bezuinigen en doen dat buitensporig veel op de zorg. Zolang er bij voorbeeld nog politici zijn die liever een Joint Strike Fighter hebben dan een fatsoenlijk Persoonsgebonden Budget is er niets gewonnen, hebben we niets geleerd. En kunnen we wachten op weer een volgende Jolanda Venema.

                            donderdag 13 januari 2011

                            Open brief aan Arno Brok

                            Open brief aan Arno Brok, burgemeester te Dordrecht

                            Uwe weledel geborene heer Brok,
                              Sta mij toe enkele woorden tot u als hoofd en verantwoordelijke van de gemeente waarin ik woon te richten. Uw optreden rondom de ramp in Moerdijk heeft mij in grote verwarring gebracht. Mijn hoofd zit inmiddels in een Gordiaanse knoop. Ik begrijp er niets meer van! 
                                Ik houd van het voorjaar. De overgang van donker naar licht, van korte naar lange avonden, van bedompt en stoffig naar fris en luchtig, heb ik altijd als mijn favoriete seizoen ervaren. Ik houd van de lente als de bomen kleuren, de vogels zingen, de ramen open kunnen en de verwarming uit. Maar hoe ziet onze lente er in de verre toekomst uit? Waait de westenwind straks nog dansend over onze mooie stad of brengt hij nog slechts begrafenismuziek met zich mee? Wanneer kan ik die ramen eigenlijk weer open zetten?
                                  Toegegeven, dit alles is een beetje zwaar aangezet, maar ligt deze toon niet ook aan u en uw optreden de afgelopen dagen, week? Waar was u toen uw bevolking u voor het eerst, en misschien de enige keer in uw leven, echt nodig had? Toen u zich in de uitvoering van uw ambt geliefd had kunnen maken door, zoals het hoort, voor de uwen op te komen?
                                    De afgelopen dagen werden in de ene na de andere gemeente informatieavonden gehouden, in Moerdijk voorop. Spoor ik niet helemaal? Ben ik blonder dan blond? Heb ik dat kaartje niet goed begrepen dat de windrichting en rookontwikkeling ten tijde van de ramp in Moerdijk illustreerde? Dat gaf toch aan dat alle troep helemaal niet naar Moerdijk, maar juist stoer en rechtstreeks richting Dordrecht koers zette? Ik heb dat kaartje zojuist voor de zekerheid nog maar even goed bekeken. Wij, de inwoners van uw stad, kregen de eerste en heftigste neerslag over ons heen.
                                      Het werd die dag trouwens hier bij mij ook al opvallend vroeg donker. Maar ja, er gingen geen sirenes, er reden geen auto’s met waarschuwingen voorbij, dus het zou wel eens zo’n typische donkere wintermiddag kunnen zijn. Ik liet de hond uit, ik haalde mijn dochter op. En opeens kreeg ik sms’jes. Uit Groningen, uit Limburg, overal vandaan. Behalve uit Dordrecht. ‘Ben je binnen, heb je de ramen dicht, de ventilatiesystemen afgezet’? He? Hoezo? Waarom dan? Ik zette uit nieuwsgierigheid de televisiezender van Dordrecht aan. Niets aan de hand zo te zien, vrolijke muziek. Maar er kwamen meer sms’jes, mailtjes.
                                        Het was al avond toen het tot me door begon te dringen dat wat er ‘aan de overkant’ was gebeurd bovenal een ramp voor ‘deze kant’ zou kunnen zijn. Wist ik veel dat er mensen die bij de gemeente werken inmiddels al naar vrienden ver weg waren vertrokken om het zekere voor het onzekere te nemen. Ik vertrouwde op u, heer Brok, burgervader van de gemeente die mij zo lief is, de stad waar niet alleen ik, maar ook een aantal van mijn kinderen leeft.
                                          Toen ik op eigen onderzoek uit ging, hoorde ik dat u via persconferenties adviseerde om ramen en deuren te sluiten, om, nu al meer dan een week, de kinderen niet buiten te laten spelen. Om onze honden niet vrij rond te laten lopen. Om het vee binnen te houden. Om vooral niets uit eigen tuin te consumeren, ja om zelfs als we buiten waren geweest de voeten goed te vegen. Ik hoorde dat wederom niet van u, via een rondschrijven of bij een bewonersbijeenkomst, maar enkel en alleen via internet, via verslagen van persconferenties, in de dagen die volgden.
                                            In roetdeeltjes in een gebied van tien kilometer van de brand is het zwaar kankerverwekkende dioxine is aangetroffen. De loodneerslag overtrof meer dan duizend keer de toegestane waarde. Niet goed voor gras en gewas, het veevoer, maar in Dordrecht, de stad die het eerst van alle plaatsen alles en dus het meeste over zich heen kreeg, worden de bewoners vooral dom en onwetend gehouden. Ik kijk elke ochtend naar de brievenbus. Genoeg post. Maar niet van u!
                                              Gisteren zag ik bij Nieuwsuur Jacob de Boer, hoogleraar toxicologie, die uit de rapporten opmaakt dat Dordrecht het dichtst bij de bron van alle neergeslagen rotzooi zat. De woorden van De Boer doen mij trouwens goed. Eindelijk erkenning! We bestaan! Helaas niet dankzij u!
                                                De jaren zullen ons leren wat deze dagen nu nog niet weten. Worden het tijden met een hoog kwakkelgehalte voor de bewoners van uw stad? Jaren met te veel nacht en te weinig zon? De waarheid houdt op waar de leugen begint. Blijkt straks het bagatelliseren en verzwijgen van de waarheid uw grootste leugen te zijn? Kunt u over tien jaar nog in de spiegel kijken? Hoe ziet ons voorjaar er dan uit? Mijn hoofd zit in een Gordiaanse knoop en wat doet u met deze verwarde burger van uw gemeente? U trekt die knoop alleen maar strakker aan.
                                                  Guido Bindels
                                                  (verwarde inwoner van Dordrecht)

                                                    woensdag 12 januari 2011

                                                    Een week na de ramp…

                                                    maneninpakken.jpg

                                                    ‘Heb persconferentie op televisie gezien. Er is echt geen gevaar, dus don’t worry’! Het berichtje is afkomstig van mijn lieve en bezorgde zus uit het verre Limburgse Heerlen. Het volk in Nederland wordt op een deskundige manier gerustgesteld, in slaap gesust. De mensen buiten de getroffen regio gaan over tot de orde van de dag. Maar in mijn regio is die orde van de dag van een geheel andere orde.
                                                      Een week na de ramp is officieel bekend gemaakt dat in de roetdeeltjes in een gebied van tien kilometer van de brand het zwaar kankerverwekkende dioxine is aangetroffen. Niet goed voor gras en gewas, het veevoer, maar geen paniek, de Voedsel en Warenautoriteit doet er nader onderzoek naar. Bovendien zegt de burgemeester van Dordrecht, Arno Brok, zijn naam mag hier ook wel eens worden genoemd, zijn die verhoogde gehaltes niet ongebruikelijk in het winterseizoen. Wel blijft zijn advies van kracht om geen gewassen van eigen grond te eten, kinderen nog steeds niet op speeltoestellen te laten spelen en het vee binnen te houden. Als het niet ongebruikelijk is voor het winterseizoen waarom wordt die waarschuwing dan niet elk jaar gegeven?
                                                        Een week na de ramp, want zo mogen we de brand, met dank aan Ivo Opstelten, nu eindelijk noemen, kijk ik naar de herhaling van Nieuwsuur van gisterenavond. Ik hoor veehouder Sander Vijverberg vertellen dat zijn koeien massaal aan de diarree zijn. Elke dag worden het er meer. Henk Jans van de GGD zegt dat dioxine in de voedselketen terecht kan komen, dat het zeer moeilijk afbreekbaar is en al bij geringe hoeveelheden zware effecten voor de gezondheid kan hebben. Jacob de Boer, hoogleraar Milieuchemie en Toxicologie is verbaasd dat er nog helemaal niets is gezegd over de enorme hoge loodgehaltes die er op het land in de omgeving zijn gemeten. Wel duizend keer (!) boven de norm.
                                                          Een week na de ramp hoor ik verkeersregelaar Cokkie Toorenspits zeggen dat de klachten van de hulpverleners worden gebagatelliseerd. Hij heeft nog steeds hoofdpijn, jeuk, is draaierig, het komt en het gaat.
                                                            Een week na de ramp krijg ik op hyves nog steeds veel reacties die er niet om liegen, vooral van mensen uit de buurt, die zich grote zorgen maken. Ook op de particuliere en dus onafhankelijke website Meldpunt Brand Moerdijk blijven de reacties binnen stromen.
                                                              Een week na de ramp hoor ik uit betrouwbare bron dat de voorgenomen dumping van de ongekende hoeveelheid zwaar giftig bluswater in de Westerschelde niet door gaat. Er zit toch meer troep in dan verwacht. Hoe het nu zal worden verwerkt? Een mooie uitdaging voor de journalistiek om dat op de voet te gaan volgen.
                                                                Een week na de ramp krijg ik via de mail ook verontrustende berichten van mensen die ik hoog heb zitten en die doorgaans niet snel in paniek raken. Privé. Niet bestemd voor de openbaarheid! Uiteraard. ‘Moerdijk zal later de grootste ramp uit de geschiedenis van ‘de Nederlandse gezondheid’, blijken, schrijft er een. ‘Op termijn gaat een gigantisch aantal mensen kanker krijgen’.
                                                                  Een week na de ramp zijn de meetresultaten van de gewassen nog steeds niet bekend. Tuinders die hun gewassen niet kunnen verkopen, beginnen hun geduld te verliezen. Volgens een woordvoerder van het Productschap Tuinbouw neemt de schade toe en beginnen vooral in het buitenland de afnemers van bij voorbeeld spruiten het vertrouwen in dit product verliezen.
                                                                    Een week na de ramp vraag ik me af welke politieke en economische belangen er allemaal meespelen en nog mee gaan spelen?
                                                                      Een week na de ramp wordt Chemie-Pack toch in staat van beschuldiging gesteld. Het bedrijf in Moerdijk zou in strijd hebben gehandeld met de vergunning, terwijl toch dagenlang is gezegd dat dit absoluut NIET het geval was. Verdere vragen hierover worden niet beantwoord. In het belang van het onderzoek.
                                                                        Een week na de ramp wordt er nog steeds vooral gezwegen. In het belang van allerlei onderzoeken. Zelfs onze gezondheid moet wijken voor dat belang.
                                                                          Een week na de ramp is mij als inwoner van het rampengebied niet bekend of de rioolgemalen nog steeds zijn stilgelegd, of de waterbekkens in Dordrecht en Rotterdam nog steeds niet worden gebruikt en of het water uit mijn kraan nog steeds uit de spaarbekkens bij de Biesbosch komt. Hoe groot is de voorraad daar eigenlijk?
                                                                            Een week na de ramp roep ik RTV Rijnmond – zeven dagen geleden nog onze rampenzender – op om niet meer zo kritiekloos alle geruststellende persconferenties te volgen. Kom op mannen en vrouwen, ga zelf ook eens echt en journalistiek onderzoek doen, dit is jullie kans!
                                                                              Een week na de ramp heb ik een poll op mijn hyves geplaatst. De stelling is: De overheid heeft de plicht mij bij een ramp altijd eerlijk, duidelijk en volledig voor te lichten, zelfs al is men bang voor paniek onder de bevolking. Er wordt meteen volop op gereageerd. De uitkomst is niet verrassend. Tot nu toe is 96,2 procent van de stemmers het daar mee eens.
                                                                                Een week na de ramp blijven ze die zeven woordjes herhalen. ‘Er is geen gevaar voor de volksgezondheid’. Maar er zijn nog steeds meer vragen dan antwoorden en de twijfels nemen alleen maar toe.
                                                                                  Een week na de ramp lopen er ‘mannen in pakken’ rond. Hadden ze dat niet meteen moeten doen?

                                                                                    zaterdag 8 januari 2011

                                                                                    Samenvatting besloten vergadering crisisteam, zaterdagmiddag 8 januari 2011

                                                                                    verbodentoegang.jpg 
                                                                                    Voorzitter: Mannen en euh, dame, goedemiddag. Ik heb jullie op deze vrije dag toch maar weer opgeroepen om eventjes bij te praten over de ramp. Neem wat koffie en zoals jullie zien is er ook cake.

                                                                                    Kees, bedank je vrouw straks en zeg haar dat het ons goed heeft gesmaakt. Er schijnt nu toch wel enige onrust te ontstaan onder de locale bevolking. Zeker nadat vanochtend in de krant stond dat tientallen hulpverleners kampen met acute gezondheidsproblemen. Hoe is het daarmee Hans?

                                                                                    Hans: Wat irritaties aan mond, keel en luchtwegen, nog niet echt alarmerend. We hebben iedereeneen brief geschreven. Er heerst ook een stevige griep momenteel, we moeten eerst maar eens onderzoeken hoeveel van die klachten daadwerkelijk rechtstreeks te maken hebben met de brand.
                                                                                      Voorzitter: Zoveel mogelijk blijven bagatelliseren zou ik zeggen en Hans, stuur wat mensen langs bij die zieken, zorg dat ze op hun gemak worden gesteld, vertel ze dat het slechts klachten van tijdelijke aard zijn. Ook hier moeten we ten koste van alles voorkomen dat er paniek ontstaat. Ja Piet, wat is je vraag?
                                                                                       
                                                                                      Piet: Moet de burgemeester nu eindelijk niet eens zeggen dat de mensen hun hond weer ongelijnd mogen uitlaten en dat de kinderen weer op de speelplaatsen mogen spelen? Hij heeft donderdag gezegd dat de inwoners dat niet moesten doen, maar is die waarschuwing nu al ingetrokken? Volgens mij niet.
                                                                                        Voorzitter: Dat is niet nodig. Want stel dat het mis gaat, dan krijgt hij dat achteraf verweten. Laat de mensen maar zelf hun keuze maken. Ze zijn gewaarschuwd. John?
                                                                                         
                                                                                        John: Er komen al claims binnen van groentetelers die geld willen zien omdat hun land vol gif zit.
                                                                                          Voorzitter: Niet op reageren, hou ze aan het lijntje, dat is voor latere zorg. De massa is belangrijker nu dan het individu en die massa moet gerustgesteld worden. Zelfs al gaan er straks een paar dood aan de gevolgen van deze ellende, we moeten ten koste van alles paniek blijven voorkomen.
                                                                                           
                                                                                          John: Maar met alle respect, dat is toch niet vol te houden? De mensen zijn tegenwoordig mondiger dan vroeger en door internet gaat de tam-tam een stuk sneller. Dat zie je ook aan dat belachelijke filmpje dat we zo snel van de site van Chemie-Pack hebben gehaald. Hun site was nog niet gesloten of het stond al op Youtube. En als je naar allerlei discussies op dat internet kijkt, daar worden we niet echt vrolijk van.
                                                                                            Voorzitter: Tja, vroeger was het gemakkelijker, maar dat maakt onze uitdaging nu alleen maar groter en dus interessanter. Nieuws verspreidt zich snel, dat zie je maar weer aan The Voice of Holland.
                                                                                             
                                                                                            Piet: Wat is daarmee dan?
                                                                                              Voorzitter: Vanavond is de uitslag, maar het is gisterenavond al opgenomen en op internet kun je nu al zien wie er uit gaan.
                                                                                               
                                                                                              Jan: O ja? Wie dan?
                                                                                                Voorzitter: Nigel, Bart, Lenny en Meike geloof ik.
                                                                                                 
                                                                                                Els: Lenny? Jammer zeg, hij was mijn favoriet!
                                                                                                  Voorzitter: Ik was meer voor Meike.
                                                                                                   
                                                                                                  Hans: Volgens mij lekte het uit via twitter en niet via internet.
                                                                                                    Voorzitter: Doet er niet toe, terug naar de orde van de dag. Hoe zit het met de watersnood in Limburg Leo?
                                                                                                     
                                                                                                    Leo: Die schijnt mee te vallen.
                                                                                                      Voorzitter: Jammer, want een nieuwe ramp elders was ons hier nu wel van pas gekomen, had de aandacht van de media afgeleid. Die blijven trouwens maar zeuren om het vrijgeven van de lijst met stoffen die in de lucht zaten. Alsof ze daar veel wijzer van zouden worden. Wij begrijpen zelf nog helemaal niets van al die moeilijke namen. En het zijn er zoveel dat je dan toch niet meer weet wat die vreemde cocktail aan producten zou kunnen veroorzaken. Laten we ons nog maar even voor de domme houden, want in feite zijn we dat natuurlijk ook.
                                                                                                       
                                                                                                      Jan: Nou, er zijn wel al genoeg petrochemische specialisten die zich er over hebben uitgesproken. Die beginnen trouwens ook steeds meer te zeuren over de roet die overal zo snel is neergevallen.
                                                                                                        Voorzitter: Dat is dan voor hun eigen rekening. Wij zijn geen professoren en blijven bij ons woensdag al ingenomen standpunt: Blussen en sussen!
                                                                                                         
                                                                                                        Jan: De mensen beginnen ook weer over DuPont. Die staat zelfs in een woonwijk, als daar eens iets gebeurt.
                                                                                                          Voorzitter: Onzin om daar nu over te beginnen. Je hebt altijd van die zwartkijkers. Als DuPont de lucht in gaat, kan helemaal niemand in Dordrecht het meer navertellen, wij ook niet, dus negeren. Frank?
                                                                                                           
                                                                                                          Frank: Wat gaan we trouwens doen met al die troep in de sloten, met dat benzeen, naftaleen en tolueen of hoe dat spul ook allemaal heet. Het water kan niet meer gezuiverd worden in normale rioolwaterzuiveringsinstallaties. We brengen het nu naar opslagtanks, maar de hoeveelheid waarover we het hebben is gewoonweg niet meer hanteerbaar.
                                                                                                            Voorzitter: Iemand een idee?
                                                                                                             
                                                                                                            Els: Ik heb het daar intern bij ons al over gehad. Dumpen in de Westerschelde lijkt ons de beste oplossing. Dan wordt het meteen verdund.
                                                                                                              Voorzitter: Hoe zit het daar met de visvangst?
                                                                                                               
                                                                                                              Els: Weet ik niet precies, maar ik heb me laten vertellen dat die daar in elk geval minder is dan in de Oosterschelde.
                                                                                                                Voorzitter: Akkoord. Goed plan!
                                                                                                                 
                                                                                                                Els: Dan gaan we dat verder uitwerken.
                                                                                                                  Voorzitter: Nog iemand iets voor de rondvraag?
                                                                                                                   
                                                                                                                  Leo: Mogen we deze vrije dag compenseren?
                                                                                                                    Voorzitter: Uiteraard. Goed mannen en, euh, dame, hier wil ik het voor dit moment even bij laten. Denk erom: we hebben een belangrijke taak. De rust van velen is belangrijker dan de gezondheid van enkelen. Kees, laat het niet meer gebeuren dat Waterschap lekt. Hun eerlijkheid is onder normale omstandigheden misschien te prijzen, maar dit zijn geen normale omstandigheden meer, dus dat kunnen we echt niet hebben. Monden op elkaar allemaal! Wel thuis. Laat jullie kinderen nog maar even binnen spelen. Voor de zekerheid. En sla genoeg blikgroenten in. Ook voor de zekerheid, want wij weten eigenlijk nog maar weinig. Ik wens jullie een heel fijn weekend verder. En neem voordat jullie gaan nog een stukje van die heerlijke cake.

                                                                                                                    donderdag 6 januari 2011



                                                                                                                    We moesten binnen blijven, ramen en deuren dicht, ventilatiesystemen uitschakelen. Het vee moest van het land. Trein- en scheepverkeer werd stilgelegd, de snelweg afgesloten. De grootse chemische brand ooit in dit land, de hoogste alarmfase ooit.


                                                                                                                    Bij elke ontploffing gingen de zwaarste kankerverwekkende stoffen de lucht in, vele honderden verschillende producten, het ene spul nog giftiger dan het andere. Maar… ‘Er is geen gevaar voor de volksgezondheid’.





                                                                                                                    Het is nu een dag later. Op grote schaal worden roetdeeltjes gevonden in de hele regio hier. Onze burgemeester Brok van Dordrecht zegt letterlijk: ‘Consumeer geen groenten uit eigen tuin, laat kinderen niet op speeltoestellen spelen en laat huisdieren niet vrij rondlopen’! Mensen klagen over een droge mond, jeukende ogen en benauwdheid. Maar… ‘Er is geen gevaar voor de volksgezondheid’.

                                                                                                                    De lucht stinkt, je kunt het zelfs proeven. De rioolgemalen zijn stilgelegd en ook de sloten in de buurt zijn afgedamd. De waterbekkens in Dordrecht worden tijdelijk niet gebruikt. Het waterschap vangt het zwaar vervuilde bluswater voorlopig in een noodbuffer op. Maar:.. ‘Er is geen gevaar voor de volksgezondheid’.

                                                                                                                    ‘Natuurlijk zit die rook boordevol giftige stoffen’, zegt een hoogleraar crisisbeheersing in het AD. ‘Nee hoor’, houdt de overheid vol. Vandaag staan de kranten er vol van, maar morgen gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. En zal er verbazing zijn over Eros Ramazzotti, die Marica Pelligrinelli aan de haak heeft geslagen, de nieuwe Sophia Loren van Italië, die, zo lees ik zojuist op internet, een kwart eeuw jonger is dan een van mijn muziekhelden. Is dat nu wel of niet goed voor zijn gezondheid?

                                                                                                                    Het zou wel eens jaren kunnen duren voordat er bekend wordt wat daadwerkelijk de gevolgen van de grootste chemische brand ooit voor de volksgezondheid in deze regio zijn. Of ben ik nu een zwartkijker? Of gewoon blond? Want… ‘Er is geen gevaar voor de volksgezondheid’. Toch meneer de burgemeester?

                                                                                                                    Ik kijk nog maar eens naar dat hilarische superopgewekte promotiefilmpje van Chemie-Pack: Wat een vrolijk bedrijf en wat een vrolijke presentatrice. Met de kennis van straks… Hoezo veilig? Giftig joh!