vrijdag 7 december 2012

Verdaas, wees een vent of blijf een ordinaire graaier



Ook socialisten kunnen graaiers zijn! Co Verdaas is daar helaas een treffend voorbeeld van. De PvdA’er trad vandaag af als staatssecretaris van Economische Zaken omdat hij het in zijn tijd als Gedeputeerde in Gelderland niet al te nauw nam met de regels omtrent declaraties.

In normaal Nederlands: Co Verdaas pleegde gewoon ordinaire fraude! Zelf zei hij vandaag dat hij zich de afgelopen weken ‘nog eens grondig verdiept’ had in de zaak en dat hij tot de conclusie was gekomen dat zijn integriteit niet ‘boven elke twijfel verheven’ was.

Aangezien hij zijn partij en het kabinet niet verder met de zaak wilde belasten zat er voor hem niets anders op dan zijn handdoek in de ring te gooien. Met pijn in het hart, dat natuurlijk weer wel. En o ja, hij zei ook nog dat hij ‘juridisch advies had ingewonnen en op basis daarvan had besloten het ter discussie staande bedrag terug te betalen.’

Tjonge, tjonge… waarom niet gewoon, in opnieuw normaal Nederlands, zeggen: ‘Ik ben tegen de lamp gelopen, ik heb de zaak geflest, ik heb jarenlang met een dienstauto ritten gedeclareerd die ik niet heb gemaakt, ik heb jarenlang de boel belazerd. Ik dacht er mee weg te komen, maar helaas, het is me niet gelukt’.

Niets nieuws onder de zon, zullen sommigen denken, het is weer business as usual in de Nederlandse politiek, die over de ruggen van de zwakkeren, de zieken en de ‘onweerbaren’ regeert.

Dit nieuws van vandaag is morgen, of misschien wel pas overmorgen, helaas weer oud nieuws en vergeten. We gaan weer allemaal over tot de orde van de dag. Maar dan wil ik toch nog even graag het volgende onder de aandacht brengen….

Deze zelfde Co Verdaas, die precies 1 hele maand en 1 hele dag staatssecretaris is geweest, krijgt de komende zes maanden nog wel 80 procent van het salaris van een staatssecretaris en heeft bovendien recht op ruim drie jaar (!) lang ‘wachtgeld’, een bedrag waar menige zieke of werkeloze medelander bij wijze van spreke een moord voor zou plegen.

Verdaas is betrapt op ‘corruptie’ maar kan toch twee wachtgeldregelingen incasseren. Voor zijn ‘werk’ dus als staatssecretaris en voor zijn functie als gedeputeerde in Gelderland. Samen overbruggen ze een periode van precies drie jaar en een maand!

Hoe leg je zoiets uit aan die bijstandsmoeder, die voor haar zieke kind probeert te zorgen, maar de touwtjes al lang niet meer aan elkaar kan knopen? Moeten we tegen onze kinderen en kleinkinderen zeggen dat ‘misdaad’ loont?

Ik kan hier alleen maar 1 ding op zeggen: ‘Beste Co Verdaas, wees een vent en accepteer je verlies! Zie af van die drie jaar en 1 maand wachtgeld of geef dat aan een goed doel! Lik je wonden en biedt excuses aan! Of blijf, socialist of niet, voor altijd een ordinaire graaier!

vrijdag 12 oktober 2012

Gehandicapten het bos in, een hek eromheen en stokslagen voor de ouders!





Opeens kwamen de eigen bijdragen. Zorg met verblijf, zorg zonder verblijf, noem het maar op. Daar was tot op een bepaalde hoogte nog wel begrip voor. De kosten van de zorg in Nederland rijzen immers de pan uit en je bent als ouder van een gehandicapt kind dat 24 uur per dag die zorg nodig heeft niet te beroerd om daar ook jouw eigen financiële bijdragen aan te leveren.

Vervelend wordt het met elk jaar weer die verhogingen van het eigen risico. Maar het kan nog net, met de nadruk op nog. Geen nood, we zijn nog - weer dat woordje nog - niet aan de bedelstaf.

Ik heb er al verschillende blogs over geschreven. Er werden immers steeds meer grenzen overschreden. Minder begeleiding op de groepen. De fysiotherapie, die mijn dochter eigenlijk dagelijks nodig heeft, werd van een keer per week, een keer per twee weken en wordt tenslotte in 2013 volledig wegbezuinigd. Opeens was er ook die eigen bijdrage van de peperdure tandartskliniek… Het gaat maar door en door.

Het moet niet gekker worden, dacht ik telkens weer. Maar dat wordt het toch. Om er telkens weer over te schrijven ging mij echter te ver. Je valt dan immers al snel in herhalingen, wat de kracht van de boodschap niet ten goede komt. Bovendien hielpen al dat geschrijf en al die stemverheffingen niet. Welke partij ik ook aanschreef, links, rechts of in het midden, reacties bleven botweg uit, het enorme bezuinigen op de gehandicaptenzorg gaat door, alle verkiezingsbeloften ten spijt.

Murw gebeukt kom je op een gegeven moment automatisch op een punt dat je het zeker denkt te weten: Klaar! Dit is de limiet, erger kan het nu echt niet meer worden. Wel dus! Want in asociale maatregelen is Nederland de Koning van de overtreffende trap aan het worden.

Vanmiddag kreeg ik een brief, die mij zo van mijn stuk bracht dat ik nu toch maar weer een stukje schrijf. Deze keer om de noodklok te luiden, harder en fanatieker dan ooit. Want het land waar ik staatsburger van ben gaat nu echt voorbij de laatste grens.

De brief was trouwens deze keer een noodkreet van de zorginstelling zelf. Vanaf 1 januari 2013 wordt het gehandicaptenvervoer van en naar het dagverblijf voor een groot deel wegbezuinigd. Een meerderheid van onze prachtige Tweede Kamer heeft zich daar al voor uitgesproken.

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland had namens alle organisaties in de gehandicaptenzorg een kort geding aangespannen tegen deze enorme ingreep. Maar de rechter vindt, zo hoorde ik vandaag, dat het ministerie van Volksgezondheid in haar recht staat.

De zorginstantie weet het inmiddels zelf ook niet meer en vraagt de ouders nu om mee te denken over oplossingen. Maar ik wil daar eigenlijk helemaal niet over meedenken. Ook al omdat wordt aangegeven dat welke oplossingen er zullen komen, die altijd in het nadeel zullen zijn van de ‘cliënten’ en hun ouders. Bovendien ben ik moe, doodmoe, van al dat moeten vechten tegen die belachelijke bierkaai.

Ik wil gewoon voor mijn kind zorgen, dat is fysiek én mentaal al zwaar genoeg. Helemaal als je telkens weer zoveel energie kwijtraakt aan dergelijke, eigenlijk ontoelaatbare, maatregelen van de overheid.



Zorgen moet je doen, niet maken, schreef ik (met dank aan Loesje) al eens eerder. Maar de overheid maakt het voor de zorgers onmogelijk om hun liefdevolle taak te blijven doen en verhoogt alleen maar hun zorgen. Ik denk daarbij niet alleen aan mezelf, maar bij voorbeeld ook aan die aardige, alleenstaande moeder, die van een minimumloon moet zien rond te komen.

Zij kan onmogelijk het vervoer van en naar het dagverblijf van haar leuke, maar zwaar gehandicapte, knul zelf op zich nemen. En als ze dat al zou kunnen, dan moet ze haar baantje opzeggen. Waardoor ze helemaal geen geld meer zal hebben om zelf voor haar zoon te blijven zorgen.

Ik zal nog één keer de politieke partijen, van links tot rechts, aanschrijven. Ik zal nog één keer roepen dat onze grens nu toch wel is bereikt. Veel zal het niet helpen, heeft het verleden al geleerd, want blijkbaar zitten er niet genoeg ouders met zwaar gehandicapte kinderen in de Tweede Kamer. Toch doe ik het dus nog maar eens. Omdat ik nu al zie gebeuren dat zelfs dit nog niet het einde is, dat er eigenlijk helemaal geen grenzen meer zijn in Nederland.

Ik vraag me echt af waar we heen gaan in dit land? Straks alle gehandicapten droppen in een groot bos met een hek eromheen? En stokslagen voor de ouders die een gehandicapt kind hebben durven krijgen? Omdat ze voor te veel problemen zorgen. Omdat ze voor te veel kosten zorgen. In tijden dat juist landen als bij voorbeeld Griekenland ons geld zo hard nodig hebben?

Als dat ‘discrimineren’ van de gehandicapten en hun ouders/verzorgers uiteindelijk de bedoeling is, zeg het dan meteen meneer Rutte, Samson, Pechtold, Roemer, Buma of hoe jullie ook allemaal mogen heten. Blijkbaar zijn jullie met jullie enorme ego’s de schaamte al lang voorbij!



PS: Ik ben normaal erg terughoudend met het plaatsen van foto’s van een van mijn kinderen hier op internet. Maar deze keer zet ik er een afbeelding van mijn 24-jarige schat bij. Dit is dus Brigitte dames en heren politici. Ik ben blij dat dit mooie en pure mens, dat werkelijk helemaal niemand kwaad doet, er is! Jullie helaas niet. Jullie vinden haar zelfs een groot probleem.

dinsdag 9 oktober 2012

Weg met dat balkje, noem de gek gewoon bij zijn naam en publiceer als hij ooit weer vrij komt zijn woonadres!



Het programma ‘Een Vandaag’ ging vanavond dieper in op de misbruikzaak rondom de 27-jarige onderwijsassistent Stefan P. uit Huizen, die veel groter is dan aanvankelijk werd gedacht. P. wordt naast ontucht ook verdacht van ernstig seksueel misbruik. Het gaat daarbij vooral om blinde en verstandelijk gehandicapte kinderen.

Uit de reportage bleek dat Stefan P. al in 2010 in beeld was als zedenverdachte. Omdat dit destijds niet tot een veroordeling leidde, kon hij nog twee jaar langer zijn ziekelijke gang blijven gaan. De misdrijven vonden plaats in een blindenschool, een kinderdagverblijf en een instelling voor kinderen met een verstandelijke handicap. De meeste slachtoffers zijn dan ook kinderen met een visuele of verstandelijke beperking. Het jongste was pas 3 jaar.

De hele affaire doet steeds meer denken aan die rondom de een jaar oudere Robert M., die vele tientallen zeer jonge kinderen misbruikte op de crèches waar hij werkte, bij hem thuis en op oppasadressen. Ik ben op een gegeven moment gestopt met het volgen van de berichtgeving omtrent deze Robert M., want wat allemaal naar buiten kwam was simpelweg te gruwelijk voor me. Die kant zal het straks met Stefan P. ook wel weer opgaan vrees ik.

Net als bij Robert M. roept ook deze zaak weer vragen op over het toezicht en de screening van medewerkers in de hulpverlening aan kinderen. Die blijkt andermaal niet te werken. Al in 2010 was er dus een ernstig signaal over de verdachte. Toen deed de moeder van een 16-jarige jongen van de Scouting aangifte omdat haar zoon op zomerkamp door hem zou zijn aangerand.

Waarom kon hij daarna dan nog twee jaar lang ongestoord doorwerken in de kinderzorg? Omdat, zo blijkt uit de reportage van ‘Een Vandaag’, instellingen en politie geen informatie uitwisselen over verdacht gedrag en meldingen. Vermoedens en negatieve signalen, mogen niet aan elkaar gemeld worden. Dat kan alleen als er sprake is van een veroordeling. Als het kalf verdronken is dus…

Het heeft te maken met privacy en dergelijke. Zoals dat ook met die stomme balken en initialen het geval is. Al heeft Stefan P. bekend, hij is nog niet veroordeeld en tot dat het geval is zijn de media uitermate voorzichtig. Ook in de reportage van ‘Een Vandaag’ had zijn portret een balk voor zijn ogen.

De Nederlandse pers is daarin anders dan in veel andere landen. Wij zijn het land van initialen en balken. De internationale gedragscode voor journalisten rept er niet over, maar in de code van het Nederlands Genootschap van hoofdredacteuren staat dat de journalist algemene herkenbaarheid van verdachten en veroordeelden zal vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en bladiebla…

Wat nou voorzichtig zijn? Wat nou inbreuk op privacy, portretrecht en weet ik wat allemaal meer? Weg met die balken, naam en toenaam, breng het maar in beeld! De Nederlandse media moeten zich bij de bepaling van hun beleid louter door journalistieke overwegingen laten leiden en moeten niet zo snel bevreesd zijn gerechtelijke procedures te gaan verliezen. Waarom publiceerden diezelfde Nederlandse media trouwens wel portretten zonder balken van Marc Dutroux, die bovendien gewoon bij zijn volledige achternaam werd genoemd? Is het anders en mag het wel als iets net over de grens gebeurd is?

Natuurlijk kun je je afvragen waar ik me druk over maak. Maar op de een of andere manier wil ik de duivel in zijn ogen kunnen kijken en weten hoe hij heet.

Volgens zijn advocaten moet Stefan F. nu vooral hulp hebben. Robert M. werd, conform de rapportage van het Pieter Baan Centrum, beschouwd als verminderd toerekeningsvatbaar. Ik vind dat de daden van beide beesten, ik krijg het niet voor elkaar om ze mensen te noemen, dermate gruwelijk zijn, dat ze wat mij betreft nooit meer op vrije voeten mogen komen. En als ze dat ooit weer wel komen, want zo gaat dat nu eenmaal in Nederland, dan moeten de media dat meteen melden. Niet alleen met naam en toenaam, maar ook met het nieuwe woonadres. Zodat de ouders dan eindelijk verhaal kunnen halen.

Ik besef hoe ongenuanceerd en onchristelijk deze opmerkingen zijn. Ik heb ook altijd geleerd dat je iedereen moet kunnen vergeven en een nieuwe kans moet geven. Ik heb respect voor mensen die dat in alle gevallen kunnen en doen. Maar mij lukt dat gewoon niet in dergelijke afschuwelijke en niet te bevatten gevallen. Mijn excuses daarvoor.

maandag 24 september 2012

Vliegen als een vogel, tussen de wolken net als zij

Soms zeggen beelden meer dan woorden. De blikken in de ogen van de ouders als ze hun kind zien vliegen zijn allesomvattend. Maar wat me het meest raakte tijdens de familiedag gisteren van onze stichting Buddies, waren twee kleine momenten tijdens deze grootse dag.

Jasiu is twaalf jaren jong. Zijn vader heeft de ongeneeslijke en onherroepelijk dodelijke ziekte ALS. Pa mag vliegen, hij zelf ook. Nu verwacht je van een kind van 12 dat hij vooral met dat vliegen bezig is. Spannend! Je gaat die windtunnel in waar twaalf krachtige turbines je omhoog blazen zodat je zweeft als alleen een vogel dat kan. Gaaf toch?

Maar Jasiu is in eerste instantie vooral met zijn vader bezig. Als papa Dick met zijn rollator naar de ‘ring’ rond de windtunnel gaat is hij een en al behulpzaamheid. En als hij op de stoel zit te wachten op zijn beurt, pakt de zoon de hand van de vader vast en knijpt er zachtjes in.



Dick vliegt even later zoals hij nog nooit heeft gevlogen. Op zijn eigen vleugels! Jasiu kijkt toe en geniet. Pas daarna, als pa weer veilig en wel op zijn stoel zit, springt hij zelf de windtunnel in om zijn moment van gewichtloosheid te ervaren. Dan kijkt Dick trots naar zijn zoon en vergeet Jasiu even de zorgen van alledag.

Het andere moment is die zorgzame en vertederende blik van Sophie. Zij is niet de ‘echte’ zus van Okke, 10 jaar en vanwege de spierziekte Duchenne gekluisterd aan zijn rolstoel. Met heel zijn familie is Okke helemaal vanuit Haaksbergen naar Roosendaal gekomen, een ritje van ruim twee uur.

De broers Siep en Joep gaan met hem sky diven, pa René en ma Angelie ook. En natuurlijk mag Sophie, de dochter van vriendin Silvia en door iedereen ‘de grote zus’ van Okke genoemd, ook ‘de lucht in’. Menig volwassene kan een voorbeeld nemen aan de bijzondere en liefdevolle manier waarop zij, zelf nog zo jong in jaren, zich deze hele dag over Okke ontfermt.



Met Buddies hadden we al ‘Tussen Hemel en Aarde’. Ernstig zieke patiënten als een soort ‘laatste wens’ een gratis parachutesprong laten maken. Dankzij Skydive Rotterdam groeide dit uit tot een indrukwekkend evenement.

Indoor Skydive Roosendaal bood aan om zoiets ook ‘binnenshuis’ te willen doen en uiteraard grepen wij van Buddies dat met beide handen aan. We gaven er bovendien een extra dimensie aan door er een echte familiedag van te maken.

Bij ernstig zieke mensen draait meestal automatisch alles om degene die niet lang meer heeft te leven. De partner en de kinderen dragen doorgaans de daaruit voortvloeiende zorg met liefde. Maar het leek Buddies een goed idee om juist ook hen een keer een ‘uitje’ te gunnen.

Dat werd dus Indoor Sky Diving. Met z’n allen! Niet alleen voor de zieke, maar ook voor zijn/haar dierbaren. Het werd een bijzondere dag. Waarop iedereen kon ervaren hoe het is om te vliegen en om even het gevoel te hebben dat er ‘helemaal niets aan de hand is’. Een dag van samenzijn, van samen even alles vergeten en gewoon samen plezier hebben.

‘Vliegen als een vogel, tussen de wolken, net als zij. Vliegen op je eigen vleugels, tussen de wolken wilde jij’. De muziek van het bekende liedje moest je er zelf bij bedenken, want de turbines van Indoor Skydive Roosendaal overstemden elk ander geluid. Maar eigenlijk had je er ook geen muziek bij nodig, want de 'schitteringen' in de ogen van de deelnemers overstemden alle mogelijke akkoorden.



Vraag het maar aan Jan, ook lijdend aan die vreselijke ziekte ALS. Hij is pas 42, maar weet dat hij niet veel ouder zal worden. In Roosendaal genoot hij van zijn eigen ‘vlucht’. Maar wie hem daarna opzij van de turbines zag staan, kon zien dat hij misschien nog wel meer genoot van het ‘zweven’ van zijn vrouw Maaike en zijn kinderen Myrthe (9) en Jesse (8). En van Saar (4), zijn jongste, die op de tribune glunderend en enthousiast zwaaiend toekeek.

Op dat moment waren zij even de hoofdpersonen en Jan vond het prima zo. “Ik heb”, zei Myrthe, “al vaak gedroomd dat ik kon vliegen. Die droom is nu uitgekomen”. Vader en moeder Jan en Maaike vonden het vooral ‘ontzettend gaaf’ om hun kinderen zo te zien stralen. “Bovendien”, zei Maaike, “vond ik het zelf ook geweldig. Het was echt super, ik zou zo nog een keer willen, want het is verslavend.”

“Weet je wat ook verslavend is”?, besloot Myrthe deze bijzondere dag, met prachtige gevoelens. “Deze snoepjes! Die smaken naar meer.” Er gaat op zo’n emotioneel moment toch niets boven het relativerende vermogen van jonge kinderen!

PS: Voor meer informatie en foto's zie: www.buddies.nu Mailadres: info@buddies.nu

zondag 8 juli 2012

Gelukkig is Serena toch gewoon een vrouw





Het eerste wat ik hoor als ik tussen de bomen door naar beneden loop is opzwepende muziek. Als ik dichterbij kom vermengt die zich met doffe knallen en gekreun. Serena en Venus Williams zijn, enkele uren voordat ze de olympische finale moeten spelen tegen het Nederlandse tennisduo Miriam Oremans en Kristie Boogert, nog ‘even’ aan het trainen. Tegen twee stoere kerels, die als amateurs alle hoeken van de baan worden opgestuurd.

Nooit eerder heb ik een training gezien waar het er zo keihard aan toe gaat. Er is verder niemand bij dat afgelegen tennisbaantje in Sydney, dus het valt meteen op als ik langs de baan ga staan. Serena kijkt me aan en serveert. Bam!!! Geschrokken deins ik achteruit en ga veilig achter een hekje zitten. Ze lacht en serveert nog maar een keer. Wham!!!

Een uur lang sta ik gebiologeerd te kijken naar een vrouw die een kracht uitstraalt die ik zelfs maar zelden bij een man heb gezien. Wat een kuiten, wat een bovenbenen, wat een armen! Het is bloedheet, haar lichaam glimt van het zweet, maar ze gaat maar door en door. Zal ze ooit uitgeput raken? En is het wel zo verstandig om je enkele uren voor de finalepartij nog zo enorm af te beulen?

Ze raakt niet uitgeput. En Oremans en Boogert hebben daarna, in de olympische arena, geen schijn van kans tegen Serena en haar zus Venus. Ik vraag me dan af of die onderzoeken waarin wordt beweerd dat in de toekomst op sportgebied vrouwen beter zullen presteren dan mannen niet toch een kern van waarheid bevatten? Britse wetenschappers beweren zelfs dat in 2156 vrouwen op de honderd meter hardlopen sneller zullen zijn dan mannen: 8,079 tegenover 8,098.



Is Serena Williams hier een voorloopster van? Natuurlijk niet. Bij gelijke omstandigheden zal, zo blijkt uit serieuze en minder op publiciteit gerichte onderzoeken, de man als het om sporten gaat waarbij kracht en snelheid belangrijk zijn, altijd superieur blijven aan de vrouw. Dat is nu eenmaal biologisch zo bepaald. De lichamelijke verschillen zijn te groot.

De heupen van een man zijn gebouwd om snel te kunnen lopen, die van een vrouw om een kind te kunnen baren en dragen. Een man is gemiddeld 11 centimeter groter, 12 kilogram zwaarder, heeft een groter hartvolume, heeft meer bloed en, wat bij het leveren van sportprestaties ook heel belangrijk is, meer testosteron (hormoon). Omdat er nooit sprake zal zijn van een eerlijke competitie tussen twee gelijkwaardige individuen is het dus onmogelijk dat de vrouw de man op het gebied van sportprestaties voorbij zal streven.

Dat is misschien sneu voor de vrouw, maar die kan zich troosten met het feit dat zij op andere gebieden dan de sport weer ‘in het voordeel’ is. Zo hebben mannen weliswaar meer hersencellen dan vrouwen, maar bij vrouwen is het centrum van de emoties in de hersenen weer groter. Ook is de hersenbalk tussen de twee hersenhelften bij vrouwen groter, waardoor deze twee helften beter kunnen samenwerken.

Deze verschillen in de hersenen hebben tot gevolg dat vrouwen zich beter emotioneel kunnen uitdrukken, beter kunnen ruiken, beter zijn met woorden, meerdere taken tegelijk kunnen uitvoeren, een betere fijne mechaniek hebben, beter zijn in het herkennen van gezichten en beter onsamenhangende informatie kunnen opslaan.

Zo oneerlijk is het dus ook weer niet verdeeld. En verschil moet er nu eenmaal zijn. Wat niet wegneemt dat dit verschil daar op dat oefenbaantje in Sydney voor mij even vervaagt. Serena Williams maakt op dat moment een onuitwisbare indruk op me. Ik probeer me voor te stellen wat er zou gebeuren als ik aan de andere kant van het net een opslag van haar probeer terug te slaan of alleen maar tegen te houden. Auw, ik voel mijn pols al breken.

Ik blijf haar vanaf die broeierige septemberdag in 2000 volgen. Een vrouw met mannelijke krachten. Die van zichzelf zegt, dat ze haar dijen te dik vindt en haar armen te gespierd, maar die desondanks toch altijd vrouwelijk is gebleven. Een vrouw die graag in sexy tennisrokjes de baan op gaat. Die graag wil laten zien dat je ook met een grotere kledingmaat mooi kunt zijn. Kortom een vrouw om gefascineerd naar te kijken. Zeker als ze tennist!



Vorig jaar had ze een voetblessure nadat ze in een restaurant in glas had getrapt en lag ze vervolgens ook nog eens met een longembolie in het ziekenhuis. Maar twaalf jaar (!) na die indrukwekkende ontmoeting in Sydney wint ze dit weekeinde ‘gewoon’ alweer voor de vijfde keer Wimbledon. Een paar uur later pakt ze met haar zus Venus ook de dubbelspeltitel.

De tand des tijds heeft in al die jaren het een en ander gedaan met mijn lichaam, dat van Serena Williams lijkt alleen maar nog sterker geworden. Maar als zij het morgen zou opnemen tegen de mannelijke Wimbledonwinnaar van vandaag, Roger Federer, zou ze toch volstrekt kansloos zijn. Want al kan ze soms mannelijk goed zijn, het is en blijf toch een vrouw. Gelukkig maar.

vrijdag 29 juni 2012

Een Gordiaanse knoop

Ik heb ooit meegedaan aan de ‘Nationale IQ Test’ en, al zeg ik het zelf, daar kwam ik toch als buitengewoon slim uit tevoorschijn. Maar toch lijkt het alsof ik steeds minder dingen begrijp en dat heeft, zo hoop ik althans, toch niets met leeftijd te maken.



Miljarden naar Griekenland, je raakt er aan gewend. Miljarden naar Spanje, toe maar. Italië, het kan echt niet anders, zo wordt er gezegd. Maar nu ook honderd miljard voor de Spaanse banken?

Terwijl ik vannacht rustig lag te slapen is er besloten dat we via het Europese noodfonds nu niet alleen landen gaan helpen, maar ook noodlijdende banken direct van kapitaal gaan voorzien! Maar zijn die banken niet juist de veroorzakers van al die ellende? Gaan we al die graaiers nu ook nog belonen in plaats van veroordelen?

Er worden dus nog meer belasting-miljarden in die bodemloze put gegooid. En ondertussen wordt de gezondheidszorg in Nederland alsmaar duurder. Emile Roemer liet vandaag weten dat zijn SP een verhoging van het eigen risico (waarvan vooral de chronisch zieken en gehandicapten de dupe worden) bij eventuele formatiebesprekingen niet zal accepteren. Ook zal hij er, bij voldoende stemmen, voor zorgen dat de marktwerking in de zorg wordt teruggedraaid.

Verkiezingsbeloftes, ik ken ze, ik heb ze al vaker gehoord, al jarenlang, elke keer weer. Maar als het zover is worden ze telkens net zo gemakkelijk verbroken. Raar eigenlijk dat ik dan mijn in goed vertrouwen gegeven stem niet terug kan vragen. Wegens misbruik.

In mijn hoofd zit ondertussen een Gordiaanse knoop. Ik snap er echt niets meer van. Is er iemand die hem kan ontwarren?

donderdag 31 mei 2012

Tussen Hemel en Aarde: ‘Hoi Lieke, hier is papa’



“Hoi Lieke, hier is papa. Het leven is fantastisch, haal eruit wat er in zit, live life to the max! Yeah!”

Hij kijkt recht in de camera en spreekt zelfbewust en zonder hapering. De zachte westenwind waait dansend over de open vlakte van het weiland in Rhoon, waar hij zojuist uit de lucht is komen vallen. Mooi is wat je van binnen voelt en wat van je ogen is af te lezen. Van de ogen van Philippe de Lange is op dat moment veel moois af te lezen. Ondanks alles, misschien juist wel vanwege alles.

“Ik heb genoten”, zegt hij meteen na de door stichting Buddies gratis aan hem aangeboden parachutesprong, “oh man dit geeft zo’n kick. Er gaat een onwijze adrenaline rush door je lijf. Ik zou dit gewoon op wekelijkse basis willen gaan doen. Onwijs bedankt Buddies, dit is echt te gek en zo heerlijk!”

Philippe de Lange is 36 jaar oud en heeft sinds 2010 ALS. Lieke is dus zijn dochtertje, nog maar net 9 weken jong. Ze zal haar vader nooit echt leren kennen, want ALS is een snelle ‘killer’. Daarom is Philippe een document voor haar aan het maken. “Zodat ze later toch kan zien wie haar vader was”.

ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose) is een ziekte van de zenuwcellen die de spieren aansturen. De aandoening leidt tot het onvoldoende functioneren van de spieren. De motorische zenuwcellen in het ruggenmerg en het onderste deel van de hersenen -de zogenaamde hersenstam- sterven af. Daardoor komen de signalen vanuit de hersenen niet meer aan bij de spieren. Het is een verschrikkelijk proces en het uitvallen van de ademhalingsspieren is tenslotte meestal binnen drie jaar de oorzaak van het overlijden van iemand met ALS.

Lieke is nog zo jong, maar als zij later de parachutesprong van haar papa terug zal zien, zal zij ongetwijfeld trots op hem zijn. Ondanks zijn ziekte staat hij daar al snel na de landing als een rots overeind in een oceaan vol twijfels. De vlinder telt geen maanden, maar momenten, en dat is wat mensen die aan ALS lijden doorgaans noodgedwongen doen. Voor Philippe is de parachutesprong, net zoals voor de andere ALS-springers deze dag, zo’n bijzonder ‘vlindermoment’.

Als er een hemel bestaat, dan zal Louis van de Moosdijk van daaruit met gepaste trots hebben toegekeken. Hij was immers de bedenker van de stichting Buddies. Hij wist hoe moeilijk het is om met een dodelijke ziekte om te gaan. Toen hij zelf werd getroffen door kanker, merkte hij dat er voor alles een coach, een therapeut of noem maar op is. Behalve voor mensen die dood gaan. “Terwijl dat”, zo zei hij, “toch de grootste zekerheid van het leven is.”



In vrijheid kunnen praten over de dood was voor Louis erg belangrijk. “Een beter leven voor ernstig zieke mensen”, werd zijn slogan, “het bieden van de helpende hand in de laatste levensfase”, de missie van de stichting die onder de bezielende leiding van zijn vrouw Ans na zijn dood in het leven werd geroepen.

Het overlijden van Louis werd zodoende een afscheid met een nieuwe geboorte. Met hiervoor speciaal opgeleide ervaren en gecertificeerde ‘buddies’ begeleidt de stichting Buddies nu ernstig zieke mensen op een professionele manier. Dat kan zijn door het verstrekken van informatie en/of door alleen maar langs te gaan en te praten. Door de patiënt bij de hand te nemen, een stukje met hem of haar te gaan wandelen. Of om samen naar een mooi evenement te gaan, waarbij wordt getracht een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan.

Dat parachutespringen daar een onderdeel van is geworden, lag voor de hand. Omdat is gebleken dat er veel patiënten zijn die graag nog één keer in hun leven zo’n sprong willen maken. En omdat dit de passie van Louis was. Hij leerde er zelfs zijn vrouw Ans door kennen. Skydive Rotterdam was hun ‘tweede thuis’. Louis was een van de mensen die deze club groot maakten.

Logisch dus dat het evenement Tussen Hemel en Aarde daar in Rotterdam zijn thuisbasis vond. Tijdens de editie van 2012 werden niet alleen mensen die ALS hebben blij gemaakt. Harry Luneman heeft de spierziekte HMSN en kreeg twee jaar geleden een herseninfarct. Haagse Harry, zoals we deze prachtige, enthousiaste man meteen maar hebben gedoopt, maakt al op de dag na Hemelvaartsdag als een van de eersten de sprong van zijn leven.



Eenmaal weer terug op de grond put hij zich uit in vrolijke superlatieven. “Gaaf, mooi, kicken, werelds, geweldig, helemaal het einde! Sjonge, sjonge, sjonge, helemaal top! Ik kon alleen maar genieten, schreeuwen, huilen, gillen. Wat een belevenis, wat een ervaring! De adrenaline bleef maar gieren door mijn lichaam, niet te beschrijven!”

Harry en enkele anderen hebben geluk. Het merendeel van de springers moet die dag helaas nog onverrichterzake terug naar huis, want de veranderende weersomstandigheden zorgen ervoor dat het te gevaarlijk wordt om nog meer vluchten te doen. Maar tien dagen later is er, op een stralend mooie zomerse dag, dus meteen al de ‘herkansing’.

Op Tweede Pinksterdag spreekt Philippe zijn boodschap aan zijn dochter uit. Op die dag ook maakt bij voorbeeld Rick Heijmans zijn parachutesprong. Rick heeft congenitale spierdystrofie en zit in een rolstoel. Ook hij heeft aangegeven dolgraag een parachutesprong te willen maken. Samen met zijn familie voegt hij zich op Rotterdam Airport bij al die anderen. En ook hij kan na de landing in Rhoon zijn geluk niet op.



“Ik kan nog steeds bijna niet geloven dat ik die sprong heb gemaakt en heb al een stuk of tien keer de foto’s en het filmpje teruggekeken”, zegt hij een dag later. “Ik kan er geen genoeg van krijgen.”

Ook wat Rick betreft mag er vaker een Tussen Hemel en Aarde-dag zijn. Een dag die deze keer over twee dagen werd verspreid en op Tweede Pinksterdag eindigt met een bijzondere actie van de beste vrienden van Louis. Met z’n negenen stappen ze tegen de avond het vliegtuigje in: Arie Slob, Martijn Vinke, Arie de Jong, Koen van der Venne, Irma van der Venne, Erwin van den Braak, Meüs van der Poel, Henri van der Poel en natuurlijk Ans van de Moosdijk. Om daarna, hoog in de lucht, in formatie samen eerst de letter B van Buddies te vormen, vervolgens een hart en als laatste de missing man-formatie. Een cirkel met een open gat. Omdat er één man ontbreekt: Louis.

Het wordt een emotioneel eerbetoon aan het einde van Tussen Hemel en Aarde 2012, waarop wensen van prachtige mensen zijn vervuld.

dinsdag 22 mei 2012

Het goede zit ‘m vaak in het kleine en persoonlijke

Nee!

Geen collectes!

Ik doneer op mijn manier…

Ik herkende de lay out van de stickers die ik zelf bij mijn voordeur heb geplakt. Nee! Geen ongeadresseerd reclamedrukwerk… en… Nee! Geen huis aan huis bladen. Maar Geen collectes? Die kende ik nog niet en vond ik in eerste instantie best confronterend. Wat voor iemand woont hier? Geen collectes? Heb je dan niets over voor de zieke of zwakkere medemens?

Ik zag hem afgelopen zondag toen ik een goede vriendin in Vlaardingen opzocht. En toen ik erover na ging denken, begreep ik al snel wat ze bedoelde, ik ken haar immers. Vivienne is een hele sociale en gevoelige vrouw. Ze heeft het hart op de goede plek en heeft juist heel veel voor die zieke en zwakkere medemens over. Haar boodschap aan de voordeur is dan ook vooral gericht aan al die Goede Doelen-acties die zo groot zijn geworden, dat de boodschap en het uiteindelijke doel ondergeschikt geraakt zijn aan de commerciële activiteiten.

Eigenlijk zegt Vivienne met haar sticker dat wat de laatste tijd min of meer mijn stokpaardje is geworden: Geef aan kleinschalige en persoonlijke organisaties om grote doelen te bereiken!

Onlangs stond er een lieve moeder met haar kleine dochter voor mijn deur. Ze kwamen collecteren voor de Hartstichting. Nu weet ik (niet) toevallig dat de directeur van die stichting een kleine anderhalve ton per jaar aan salaris toucheert en ik vroeg mij af hoeveel moeder en kind met hun bus moeten rondleuren om alleen al dat salaris bij elkaar te collecteren. Toch zei ik er niets over en liet ik automatisch wat muntjes de bus in glijden. Tegen zo’n lieve moeder en kindje, tegen zo’n goed doel, zeg je toch geen ‘nee’?

De afgelopen dagen werd ik bovendien op diverse sociale media overstelpt met vragen om mensen te steunen die deelnemen aan Alpe d’HuZes, de inmiddels razend populaire fietstocht over die legendarische Alpencol. Hele radioprogramma’s worden er aan gewijd. De televisie zal er straks weer bij aanwezig zijn. Meer dan twintig miljoen zal er worden opgehaald. Bekende Nederlanders, sporters, tv-presentatoren, musical-sterren etc. zullen er aan deelnemen. Allemaal voor KWF Kankerbestrijding, waar de directeur een slordige180.000 euro per jaar vangt.

Mooi hoor, dit soort initiatieven. Prachtig al die mensen die zich daar zo voor inzetten. Vooral doen! Maar… het doet me, juist nu, denken aan Kees en Ineke, niet te verwarren met Henk en Ingrid.

Kees is Kees Veldboer. Vijf jaar geleden reed hij als ambulancechauffeur de voormalige doodzieke zeeman Stefanutto naar het ziekenhuis voor een vervelende behandeling. Opeens werd er gebeld dat die behandeling uitgesteld was. Omdat ze toch eenmaal onderweg waren vroeg Kees aan de patiënt of hij dan maar ergens anders heen wilde. ‘Nog één keer voor mijn dood op een schip varen’, was het antwoord. En Kees vervulde die laatste wens.

Het was het begin van de oprichting van Stichting Ambulance Wens waarvoor zich inmiddels 195 vrijwilligers inzetten. Nog één keer naar het strand, nog één keer naar de ouderlijke woning of een bezoek aan die naaste die ook niet meer mobiel is: Kees maakt het mogelijk! Samen dus met die vrijwilligers. Begonnen vanachter de computer in de eigen huiskamer, inmiddels werkend vanuit een pand/kantoor/garage waar vijf ambulances staan. Kees is er zeven dagen in de week, heeft geen superduur gebouw met vele personeelsleden nodig en, als enige in loondienst, ook geen belachelijk hoog directeurssalaris.

Ineke is Ineke Zaal. Van de stichting ALS. ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose) is een ziekte van de zenuwcellen die de spieren aansturen. De aandoening leidt tot het onvoldoende functioneren van de spieren. De motorische zenuwcellen in het ruggenmerg en het onderste deel van de hersenen -de zogenaamde hersenstam- sterven af. Daardoor komen de signalen vanuit de hersenen niet meer aan bij de spieren. Het is een verschrikkelijk proces en het uitvallen van de ademhalingsspieren is tenslotte meestal de oorzaak van het overlijden van iemand met ALS.

Het ontstaan van deze afschuwelijke ziekte, die binnen een paar jaar onherroepelijk de dood tot gevolg heeft, is nog onbekend. Er bestaan ook geen medicijnen die de ziekte kunnen stoppen of genezen. De noodzaak tot onderzoek en behandeling is dus groot. Om daarvoor fondsen te werven organiseert de Stichting ALS binnenkort een fietstocht over een andere legendarische Tour de France-col, de Mont Ventoux.

Waar straks weer duizenden mensen voor het kankeronderzoek de Alpe d’Huez beklimmen, daar fietsen een kleine negentig mensen de Mont Ventoux op. Ergens is dat wel begrijpelijk, want iedereen in Nederland kent in zijn familie- of vriendenkring wel iemand die kanker heeft. Ook door de verbeterde behandelmethodes lijden in Nederland momenteel een half miljoen mensen aan kanker. Het aantal mensen dat ALS heeft schommelt voortdurend rond de 1500, vooral omdat die mensen zo razendsnel komen te overlijden.

Kees en Ineke zijn mensen die enorm veel tijd investeren in het ‘veraangenamen’ van het leven van mensen die in hun laatste levensfase zijn aanbeland. Ik leerde ze kennen vanwege mijn bestuursfunctie voor een stichting die hetzelfde doet: Buddies. Prachtige mensen, mooie mensen. Mensen die elkaar hebben gevonden, die samenwerken, want waarom zou je ook in de Goede Doelen-sector elke keer weer opnieuw het wiel willen uitvinden?

Samenwerking spaart kosten, samenwerking met gelijk-voelenden en gelijk-werkenden voegt echt iets toe. Geen dure overheadkosten, geen ‘grote’ directeuren die kapitalen moeten verdienen, geen strijkstokken waaraan per definitie veel te veel blijft hangen.

Geen collectes! Ik doneer op mijn manier. Ik schrok in eerste instantie van die sticker op de voordeur van vriendin Vivienne, maar hij maakt duidelijk waar ik al lang mee worstel. Een paar maanden geleden stond er iemand aan mijn deur met een collectebus voor Het Gehandicapte Kind. Die keer was het een vader, met -blijkbaar werkt het op de gulligheid van het volk- ook toen weer een kind, een kerngezond kind, een leuk meisje. Ik doneerde enthousiast in de collectebus, terwijl ik zelf een vader ben van een meervoudig gehandicapte dochter en ik helemaal niets merk van waar dat geld van die collectes uiteindelijk terecht komt.

Misschien moet ik ook wel zo’n sticker bij de voordeur plakken. En aan de woorden ‘Ik doneer op mijn manier’ toevoegen: Ik geef aan Stichting Ambulance Wens, ik geef aan de Stichting ALS, ik zet me belangeloos in voor Buddies en ik heb een dochter die de hulp en het geld vele malen harder nodig heeft dan de directeuren van al die grote instanties die publicitair zo aan de weg timmeren. Want het echte goede zit ‘m vaak in het kleine en persoonlijke.

Dankjewel Kees van Stichting Ambulance Wens (www.ambulancewens.nl), dankjewel Ineke van Stichting ALS (www.stichting-als.nl), dankjewel Ans voor Stichting Buddies (www.buddies.nu). En dankjewel Vivienne voor die zo belangrijke eye-opener in de vorm van die simpele sticker.

Geef aan kleinschalige organisaties om grote doelen te bereiken!

www.guidobindels.nl

donderdag 17 mei 2012

Te veel kikkers, te weinig mensen: Kwaak!



Vandaag lekte HET AKKOORD uit en de verkiezingsstrijd kan nu dus echt beginnen. Ik heb naar aanleiding van mijn vorige blog -en de vele reacties daarop- Tweede Kamerleden van de politieke partijen aangeschreven. In de stille hoop wat meer duidelijkheid te krijgen over de partij waarop ik straks zou kunnen gaan stemmen. Helaas, de reacties vielen tegen en kwamen bovendien uit een hoek die ik niet had verwacht.

‘Dank voor uw mail en mooie weblog! U kunt op mijn steun en inzet rekenen. Bijgevoegd stuk heb ik opgesteld en gisteren herzien.’ Dit schreef mevrouw Esmé Wiegman-Van Meppelen Scheppink, lid van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Nooit gedacht om vanuit die hoek een reactie te krijgen. Maar dank u wel, mevrouw Wiegman-Van Meppelen Scheppink!

Ook Jeanine Hennis-Plasschaert (lid Tweede Kamer VVD) reageerde. ‘Ik stuur het hierbij door naar mijn collega, en woordvoerder in dezen Tamara Venrooy-van Ark.’ Een reactie dus, dat wel, maar daar bleef het bij, want deze Tamara zweeg vervolgens in alle talen. Zoals zovelen zwegen, vooral degenen waar ik het niet van verwachtte.

Grote woorden over hoe de zorg wordt aangepakt hoorde ik vandaag van bij voorbeeld de PvdA, van Diederik Samson.

Beste Diederik, toen het ging over de kernramp van Fukushima was ik erg blij met je. Niemand kon zo goed uitleggen wat er aan de hand was en wat de gevolgen waren als jij. Ik hing aan je lippen, bedankte je meer dan eens voor je helderheid. Maar nu je leider van de PvdA bent is Fukushima, begrijpelijk, heel erg ver weg, oninteressant en dus onbelangrijk, al eet ik nog steeds geen verse zeewier uit Japan. Blijkbaar is voor jouw partij ook de individuele stem van het volk niet meer belangrijk. Het gaat immers nu vooral om het grote geheel.

Met loze beloftes moeten er zieltjes worden gewonnen voor de partij, die ooit, alweer lang geleden helaas, de mijne was. Breng mijn dank over aan Mariette Hamer. Voor het niet eens de moeite nemen om te reageren.

Beste Alexander Pechtold. Ook D’66 heeft z’n mond vol van een sociale samenleving. Maar de werkelijkheid is hetzelfde als bij de PvdA. En breng mijn dank voor jullie zwijgen over aan Boris van der Ham.

Beste Emile Roemer, tja, wat kan ik nu over jullie zeggen? Jullie komen in woorden en beloftes zo enorm op voor de gehandicapte en zieke, oudere medemens. Als ik de Stemwijzer invul kom ik altijd weer bij jullie terecht. Maar helaas: woorden zijn het en woorden blijven het. Ook hier geen daden. En de groeten aan jullie Kamerlid Ronald van Raak.

Beste CDA, ach arme CDA. Dankjewel Ger Koopmans voor het zwijgen. Dat doen jullie al zo lang, zwijgen en verzwijgen.

Tot slot: Lieve Jolande Sap. Op jou en jouw Groen Links had ik de laatste tijd echt enige hoop gevestigd. Ik stond zelfs op het punt om van Emiel Roemer naar jou over te stappen. Maar ja, jij hebt het nu vooral druk met ‘Bammetje’ Tofik Dibi. Ik begrijp dat wel, het is nogal een drukke tegenstander en dat nota bene in eigen kring.

Bam!, zei Tofik deze week. Waarmee hij momenteel als geen ander helder maakt waar het in de politiek vooral om draait: Ego’s, enorme ego’s! En loze beloftes. Je zal, beste Jolande, maar op zo’n manier worden aangevallen door knul Dibi…een mes in je eigen rug… tja… dan valt alle zorg voor de zorg toch echt wel in het niet.

Wat moet je met teksten als deze? Lezen, weggooien? Ik weet het ook niet. Massaal de verkiezingen boycotten misschien? Dat zou mooi zijn, maar het zal niet veel helpen en ook niet gebeuren, vrees ik. Nieuwe politiek bestaat niet Tofik Dibi! Het is hooguit een nieuwere versie van de oude politiek. Waarbij het ook nu weer niet om het gevoel van het volk gaat, maar om jouw ego.

Vraag dat volk wat er moet gebeuren met de zorg in Nederland en 99,999 procent zal hetzelfde zeggen. Alleen zal dat dus niet gebeuren. Wat er ook wordt beloofd, de zwakkeren in de samenleving zullen altijd worden aangepakt, of de wind nu van rechts of van links waait. Vooral dat laatste vind ik frustrerend.

Oude politiek, nieuwe politiek, eigenlijk is er in al die jaren helemaal niets veranderd: het is en blijft gaan om zieltjes winnen voor de verkiezingen en om te grote ego’s. En daarna zien we wel verder.

Wie kan er het beste slap ouwehoeren? Wie kan het beste de kiezers verleiden en misleiden? Bam, zegt Tofik Dibi. Ai, denk ik dan, weer iemand die zichzelf opblaast. Te veel kikkers, te weinig mensen in de Nederlandse politiek. Kwaak!

Als het om geen woorden maar daden gaat kom ik nog steeds niet verder dan Feyenoord! Maar dat is helaas geen politieke partij.

zaterdag 5 mei 2012

Een vliegende keeper als bezuiniging

De vraag wordt ons steeds vaker gesteld. ‘Hoe lang denken jullie nog zelf voor Brigitte te kunnen zorgen’? Degenen die hem stellen bedoelen het uiteraard goed. We gaan inderdaad zo stilaan richting zestig en hebben natuurlijk niet het eeuwige leven. Na bijna een kwart eeuw van zorgen, tillen en sjouwen heeft de fysieke gesteldheid bovendien meer deuken opgelopen dan bij een normale huishouding met gewone kinderen het geval is.

Ik gebruik trouwens bewust het woord gewone en niet gezonde, want dat laatste zou impliceren dat Brigitte ziek is en dat is ze gelukkig niet. Gewoon is ze dus ook niet, dat maakt haar dan weer zo bijzonder. Ze heeft 24/7 zorg nodig en dat vergt naast het fysieke ook mentaal het een en ander van de ouders. Maar het gebeurt met de grootst mogelijke liefde, met een diepe en intense verbondenheid en juist dat maakt het zo moeilijk om op die bewuste vraag een antwoord te geven.

Persoonlijk heb ik de neiging om hem meteen weg te wuiven. ‘Zo lang ik op twee benen kan staan, zo lang ik zelf uit mijn bed kan komen, zal ik zelf voor mijn dochter blijven zorgen’, roep ik dan strijdlustig en eigenwijs. Hoewel ik dat meen en er echt zo over denk, besef ik tegelijkertijd dat ik daarmee de kop in het zand steek. Er komt een moment dat het gewoonweg niet meer kan. ‘Daar moet je’, zeggen diezelfde vragenstellers ook, ‘op voorbereid zijn, je moet nu alvast je maatregelen treffen voordat het te laat is’.

Ook daar hebben ze gelijk in. Maar het is zo verdomde moeilijk om je daar zelf een voorstelling van te maken. Een tijdje geleden namen wij, moeder en vader, het besluit om onze dochter één keer in de maand een weekendje naar het Logeerhuis te brengen. De leidster daar kende Brigitte al vijftien jaar, ze wist alles van haar en de twee konden het uitstekend met elkaar vinden.

Toch kostte het mij de grootste moeite. Elke keer als ik haar voor even wegbracht reed ik met een brok in de keel naar huis. Het ging elke keer goed, ook toen de leidster werd vervangen door een ander. We probeerden ons voor te stellen dat het één keer in de maand gewoon een gezellig ‘uitje’ was voor Brigitte. Ze genoot er ook van. Misschien wel meer dan ik voor mezelf durfde toe te geven. Want ik bleef het moeilijk vinden. De angst dat er iets mis kon gaan werd nooit echt kleiner.

Dat heeft niets met het vertrouwen in de mensen die in het Logeerhuis werken te maken. Dat zijn stuk voor stuk geweldige meiden met het hart op de goede plaats. Zij verdienen alle respect en dus ook dat vertrouwen. Ik probeer het ze elke keer weer te geven, ik probeer alles één keer in de maand even twee nachtjes los te laten en gewoon rustig te slapen. Ik doe echt mijn best!

Vanavond was het weer zo ver. Tijd om weer een weekendje te gaan logeren. Bij binnenkomst zag ik de anderen in hun rolstoelen rond de televisie zitten. Er werd een dvd van een concert van de Toppers gedraaid. Voor de rest was het stil in het pand. Dus vroeg ik het meisje dat er aan het werk was gekscherend of ze maar alleen was vanavond.

‘Ja, ze zijn weer aan het bezuinigen, we werken tegenwoordig met vliegende keepers’, was haar antwoord. Ze oogde vermoeid en meende wat ze zei.

Vliegende keepers? Normaal zijn er twee begeleiders per groep, sinds kort is dat er één geworden. Overigens zonder dat de ouders daarvan met een brief of gesprek op de hoogte zijn gesteld, wat ik op zich al kwalijk vind. Eén begeleider nog maar per groep en als ‘wisselgeld’ een vliegende keeper, die tussen de groepen door loopt en daar kan worden ingezet waar de nood het hoogst is.

‘Gelukkig zijn er vanavond niet zoveel cliënten’, zei het meisje dat blijkbaar de schrik in mijn ogen zag. ‘Ik heb er al twee in bad gedaan. Nog maar vijf te gaan. Maar ik kan ze natuurlijk nu niet meer de aandacht geven die ze anders krijgen en die nodig is. Daar heb ik het gewoon te druk voor’.

Ik kon er niets aan doen, maar ik moest opeens weer denken aan dat noodlottige ongeval een tijdje geleden in een ander verblijf, dat naar mijn mening direct had te maken met de bezuinigingsdrift in de gezondheidszorg. De jonge begeleidster van dit gruwelijke verhaal stond er ook alleen voor.

Ze was een kind in bad aan het doen, toen om de hoek iemand anders een zware epileptische aanval kreeg. Vlug rende ze er naartoe en toen ze even later weer terug naar de badkamer snelde, was het kind in bad verdronken. Alsof het leven van deze jonge meid, die met veel liefde in de gehandicaptenzorg was gaan werken, al niet genoeg verwoest was, werd ze aangeklaagd wegens ‘dood door schuld’.

‘Hoe lang denken jullie nog zelf voor Brigitte te kunnen zorgen’? Ik weet het echt niet, maar ik hoop nog heel lang. Ik durf er gewoonweg niet aan te denken hoe het verder moet als we dat zelf niet meer kunnen. Bestaat er dan eigenlijk nog een gehandicaptenzorg? Of krijgen de ‘achterblijvers’ dan maar ‘een spuitje’.

Ja, ik ben weer even cynisch. En ja, ik schrijf dus alweer een blog over de zorg. Mensen die daar moe van worden kunnen gewoon doorbladeren. Ik blijf dit soort (wan)toestanden signaleren. Net zo lang tot er genoeg mensen opstaan die zeggen: zo kan het niet langer, zo gaan wij in Nederland niet met onze medemensen om, want dit is vragen om ongelukken.

Ondertussen kijk ik uit naar maandag. Als Brigitte weer gewoon gezond en wel thuis is.

maandag 23 april 2012

Zijn ze in Den Haag nu zo dom of ben ik zo slim?

'Maar meneer van de afdeling Medische beoordelingen, mijn dochter heeft echt fysiotherapie nodig. Haar rug is enorm scheefgegroeid, haar voetjes klappen bijna dubbel, ze is spastisch en als ze geen fysiotherapie krijgt worden de problemen alleen maar groter en kunnen, zo zegt de arts, zelfs haar organen in de knel geraken. Dan is het leed echt niet meer te overzien, daar kan ze zelfs aan doodgaan.’

‘Dat kan wel zo zijn, maar dat is een zaak van de AWBZ, die moet dat vergoeden.’

‘Maar de AWBZ heeft deze kostenpost dit jaar helemaal wegbezuinigd, die zeggen ‘daar heb je de ziektekostenverzekeraar voor’, dus klop ik nu bij u aan.’

‘Daar hebben wij niets mee te maken, het AWBZ kan bezuinigen wat ze wil, wij gaan dat echt niet vergoeden’.

‘Dus komt het weer op de haar zo liefdevol zelf verzorgende ouders neer? Ik was er al bang voor. Maar nu ik u toch eindelijk aan de lijn heb, er is ook nog een ander probleem. Ik heb een mooie, aanvullende, dure verzekering voor mijn dochter bij u, maar nu wordt de tandarts opeens niet meer vergoed. Omdat ze zo weinig kan en ook niet zomaar haar mond open kan doen in een tandartsstoel, moeten wij twee keer per jaar met haar naar een speciale kliniek op controle. Die speciale kliniek is inderdaad erg duur, maar wij hadden een afspraak met jullie dat jullie die kosten zouden vergoeden.’

‘Dat klopt, dat hebben we in het verleden ook gedaan, maar dat doen we nu dus niet meer. Is allemaal veranderd. Ze moet maar naar een gewone tandarts.’

Naar een gewone tandarts kan ze dus niet. En die fysiotherapie heeft mijn dochter keihard nodig. Natuurlijk krijgt ze die, zoals we ook met haar naar de tandarts blijven gaan. Als is dat, financieel gezien, weer een rib uit ons lijf. Er is de laatste tijd al zoveel weg bezuinigd en op onze ruggen terechtgekomen.

De gezondheidszorg staat enorm onder druk. Het maakt niet uit wie straks de nieuwe regering gaat vormen, er moet stevig bezuinigd worden. Je doet je best om daar in elk geval nog een klein beetje begrip voor te hebben, ook al treft het vooral de zwakkeren in onze samenleving. Maar er is en blijft iets heel raars aan de hand met die gezondheidszorg.

Als we ons kind uit huis plaatsen (op laten nemen) krijgt ze die fysiotherapie en die tandarts wél vergoed. Ik ben geen econoom, maar volgens mij kost uit huis plaatsing de samenleving vele, echt vele, malen meer dan als de ouders hun gehandicapte kind gewoon zelf thuis verzorgen.

Toen ik vanochtend klaar was met het schrijven van een zoveelste verweerschrift en voor mijn eigen gezondheid een herhaalrecept ging halen bij de apotheek, merkte ik trouwens dat er anno 2012 nog meer gekke dingen gebeuren met die gezondheidszorg.

‘Meneer, uw pillen worden niet meer vergoed.’

‘O? Hoe komt dat dan zo opeens?’

‘U heeft pillen van 200 mg en die vergoeden ze dus vanaf dit jaar niet meer. Als u nu diezelfde pillen neemt van 100 mg en dan gewoon twee per dag slikt in plaats van een, is er geen probleem, want 100 mg vergoeden ze nog wel.’

‘Dat verzint u niet! Echt waar? Nou, doe dan maar die van 100 mg’.

Even later loop ik met twee keer zoveel doosjes pillen naar huis. Het kost dubbel zo veel aan verpakkingsmateriaal, het neemt dubbel zo veel volume (van de fabrikant, tot het vervoer en de opslag in de apotheek) in beslag. Ik ben dus geen econoom, maar volgens mij is dit niet echt handig.

Vroeger leerde ik dat goedkoop ook duurkoop kan zijn. Volgens mij is dat ook met die fanatieke bezuinigingsdrift in de gezondheidszorg het geval. Daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben.

Zijn ze in Den Haag nu zo dom of ben ik zo slim?

maandag 9 januari 2012

Facebook is mijn eigen, persoonlijke grens

De naam van het dorpje ben ik vergeten, het kleine hotel kan ik me nog heel goed voor de geest halen. Het was ergens in de buurt van Gap, lag verscholen in een bos, zo op het oog ver weg van alle hectiek van de Tour de France. Ik had net een interview gedaan met een bekende wielrenner en had nieuws, een echte primeur. Hij was niet tevreden met de ploeg waarin hij fietste en had mij dat niet alleen verteld, maar meteen ook de naam toevertrouwd van het nieuwe team waar hij naartoe zou gaan. Het was al laat, de deadline naderde, gauw naar de krant bellen dus. Hijgend meldde ik mij bij wat de receptie bleek te zijn en vroeg of er telefoon was op mijn kamer. Niet dus. In het hele gebouw was er maar één. Hier.

Een collega van een concurrerende krant sloeg me op de schouder. ‘Wat ben je laat, kom zitten, we hebben al een goede fles wijn open getrokken’. Ik keek opzij en zag nog twee andere journalisten aan een tafel zitten. Wat moest ik doen? Als ik hier de krant ging bellen was ik mijn mooie primeur kwijt, iedereen kon immers meeluisteren. Even later reed ik verdwaald door de omgeving. Op zoek naar een telefooncel. Eindelijk, daar, verstopt in de duisternis, was er een! Muntjes, had ik genoeg muntjes? Het zou er om spannen. Ik scheen met de lampen van de auto op de telefooncel, zodat ik tenminste mijn in allerijl geschreven tekst kon lezen.



Contact! ‘Ik heb een primeur’!, gilde ik door de lijn. ‘Maar de krant zakt over vijf minuten, je bent te laat’. Niks te laat, dat kon niet waar zijn. ‘Geef me iemand van de opname, snel’. Ik las mijn tekst op, schreeuwend bijna en zwetend. Opeens werd de verbinding verbroken. De muntjes waren op. Ik kon niets meer doen. Stijf van de stress probeerde ik het kleine hotel terug te vinden, want een TomTom moest nog worden uitgevonden. Pas ver na middernacht zag ik het eindelijk. De keuken was uiteraard gesloten, er was ook verder niets meer te eten. De collega’s waren naar bed. Ik belde de krant. Slechts de helft van het verhaal was doorgekomen, maar het belangrijkste stond er in. De sportpagina was al ‘gezakt’, maar ze hadden het belangrijk genoeg gevonden om op de voorpagina te zetten. ‘Mooie primeur’!

Voor de jongeren onder ons: dit speelde zich af in een tijd dat er nog geen mobiele telefoons of computers waren. Als journalist moest je de verhalen doorbellen. Dat werd dan aan de andere kant van de lijn op een cassettebandje opgenomen en door iemand van de opnameredactie op papier getikt. Daarbij was het niet alleen van belang dat je elke naam goed spelde – Jan Raas, hoofdletter Johan, Anton, Nico, hoofdletter Richard, Anton, Anton, Simon- maar ook dat je duidelijk articuleerde. Het is me in de Ronde van Italië wel eens overkomen dat er in de krant stond dat het de fraaiste Giro sinds jaren was, terwijl ik het toch echt aan de telefoon over de saaiste had. Toen ik terugkwam vroeg de overbuurman, een fervent volger, of ik die avond dronken was geweest.



Maar ik dronk nooit voordat een verhaal veilig en wel de redactie had bereikt. Op die ene keer na dan, in het verre Alma Ata, in de oude Sovjet-Unie. Er was een tijdsverschil van acht uur. In ons voordeel. Maar uur na uur verdampte en we kregen maar geen verbinding met Nederland. De telefoniste van het hotel, die daarvoor moest zorgen, schonk ons opgefokte Hollanders lachend het ene glas champagne na het andere in. En toen er, na zeven lange uren wachten en proberen, eindelijk contact met het thuisfront was, kwam er van goed articuleren weinig meer terecht.

Het was een uitzondering. Iets wat voor een Belgische collega overigens regel was. Die was vaak dronken in de baas zijn tijd en niet zo’n beetje ook. Hij maakte er een gewoonte van om in de perszaal in slaap te dutten. Meestal maakte iemand hem dan wel wakker, maar die ene keer niet. Bijna iedereen was al vertrokken. Dat gebeurde dan weer in de tijd dat het faxen populair was. De Vlaming dacht daar handig gebruik van te kunnen maken. Hij zag een paar tafels verderop enkele papieren liggen van een landgenoot, streepte diens naam boven het verhaal door, zette zijn eigen naam erbij en faxte het door. Gered door de gong. Tevreden belde hij daarna zijn redactie of de fax goed was doorgekomen. Dat was-ie. Alleen was er een ander probleem. Onze held op sokken had het verhaal gejat van een Belg die uit Wallonië kwam. Het was dus in het Frans. Pfff, dat schreeuwde om nog maar een drankje.



Doorbellen, faxen, het leverde vaak stress op. Maar veel erger werd het toen de computer er aan kwam. Schermpjes waarop je maar enkele regels kon lezen. Vergezeld van een onhandig apparaat waarin je dan de hoorn van de telefoon moest stoppen. Tandy, alleen al van de naam kan ik het nog benauwd krijgen. Krrrgggggg-ieieieie-krrrggggggg-pppggggggeuggggg... bij die laatste tonen had je verbinding en kon je het verhaal verzenden.

Ondingen waren het, de verbinding werd vaak verbroken omdat de hoorn niet diep genoeg in de ‘cups’ zat, regelmatig los schoot, en dan kon je weer opnieuw beginnen, hopende dat je verhaal niet was verdwenen en er weer snel een pppggggggeuggggg kwam. Soms kwam die helemaal niet. Zoals in Colombia. Uiteindelijk bleek dat de telefooncentrale daar nog op puls werkte in plaats van op toon. Het kan ook andersom zijn geweest. In elk geval moest er dan iets op je computer worden veranderd en om dat voor elkaar te krijgen kon je maar beter meteen ook een halve programmeur zijn.



Ik kan nog vele tientallen verhalen vertellen om aan te geven hoe gemakkelijk het leven wat dat betreft voor de journalist tegenwoordig is geworden. Je hoeft geen dozen met archieven meer mee te zeulen op je reizen, want je kunt zo alles op internet opzoeken. Je belt vanuit de auto of het vliegtuig even met je redactie. Je tikt een verhaal op een superdunne laptop, drukt op ‘verzenden’ en klaar. Je bent altijd en overal bereikbaar, hebt geen muntjes meer nodig, noem het allemaal maar op. Maar is het leven daardoor ook leuker geworden? Ik durf te zeggen van niet.

De stress die bovengenoemde voorbeelden met zich mee brachten was groot, maar heb ik altijd als een gezonde stress ervaren. Soms ging het helemaal mis, dat hoorde erbij, maar als het goed ging, was de voldoening enorm, voelde je je soms zelfs euforisch. Het gaf iets extra’s aan je vak, iets romantisch. Als je thuis kwam had je altijd wel wat te vertellen.

Je hoort mij niet zeggen dat vroeger alles beter en leuker was. Het was ook best wel interessant om al die ontwikkelingen mee te maken. Van MS-DOS naar Windows, man, nieuwe werelden gingen er voor je open. En echt, het is allemaal nog niet eens zo gek lang geleden. Het is gewoon razendsnel gegaan. Waar het mij om gaat is wat al die ontwikkelingen met ons doen.



Ik ben blij met mijn mobiele telefoon. Daar kan ik overal vandaan mee bellen. Gewoon bellen, verder niets. Ik was de eerste Nederlandse journalist met een mobiele telefoon in de Tour, ook al had je toen op tachtig procent van de plekken waar je was geen bereik. Via MS-DOS kon ik als geen andere journalist afdalen naar de kelders van mijn eerste computers. Vaak werd ik zelfs om hulp gevraagd. Ik pretendeer ook daarna nog lang met alle ontwikkelingen te zijn meegegaan, maar ik merk dat ik inmiddels toch zo stilaan mijn persoonlijke grens heb bereikt.

Om mij heen heeft iedereen een iPhone en/of een iPad. Er wordt vrolijk getwitterd, er worden spelletjes gespeeld. Steeds vaker zit ik met mensen aan tafel, die midden tijdens het eten of, erger nog, gewoon tijdens het gesprek, even hun mail checken en beantwoorden, even twitteren wat ze aan het doen zijn. Het maakt het er niet bepaald gezelliger op. Ik heb zelfs vrienden die hun iPhone mee naar bed nemen. 24/7 bereikbaar, dan hoef je niets te missen. Pling, alweer een mailtje.

Onlangs was ik bij een vergadering. Met allemaal leuke en verstandige, volwassen mensen. Na afloop kwam de wijn op tafel, waren er hapjes. Gezellig, nog even nababbelen. Dacht ik. ‘Hoeveel punten heb jij gehaald?’, vroeg er een. ‘Ik speel nu met een hele slimme dame uit Australië’, zei de ander. Er vlogen woorden over tafel, er werd stoer gedaan en ik begreep er helemaal niets van.



Het ging over de online variant van scrabble. Wordfeud! ‘Verslavend joh, maar zo leuk’. Ik hief mijn schouders op, liep naar buiten om een sigaretje te roken. Later die avond zette ik thuis mijn computer aan en zag een mailtje van iemand die ook bij die vergadering was en mij zeer dierbaar is. ‘Je moet toch echt aan de Apple hoor, anders tel je straks niet meer mee’.

Ondertussen hoor ik van mijn opvolgers bij de krant hoe snel mijn beroep is veranderd, hoe het woord nieuwsgaring een heel andere omgeving heeft gekregen. Ik zocht mensen thuis of in hun hotel op, voerde lange gesprekken, raakte vertrouwd met ze en zij met mij. Nu zeggen de ‘grootheden’ steeds vaker ‘volg me maar op Twitter’, of ‘kijk maar op de website, daar staat alles al wat ik kwijt wil’. Mooie primeurs zijn er amper meer te halen, iedereen kijkt mee, alles is openbaar. Zelfs de luie journalist hoeft niets meer te missen. Als hij maar ‘online’ is.

Met z’n allen voortdurend bereikbaar en online. Ik ken bekende mensen die werkelijk alles met de buitenwereld delen. ‘Zojuist alweer mijn tweede kopje koffie op’ of ‘Even met de kleine naar zwemles’. En: ‘Ben aangekomen in het zwembad’. En: ‘Zwemles is voorbij, nu even knulletje helpen aankleden’. Ik ken onbekende mensen die al hun gemoedstoestanden delen met de rest. Nog elke dag verbaas ik me over sommige berichten op de diverse prikborden van Facebook. ‘Die verdomde maandelijkse periode is er weer, buikpijn!’ En: ‘Vertrek morgen lekker voor een weekje naar Spanje’. Kortom: Kandidaat-inbrekers wees welkom!



Ja, ik zit dus op Facebook en ja soms vind ik dat gewoon leuk. Maar als er echts iets met mezelf is, dan stuur ik dat wel via een berichtje naar de enkelingen met wie ik dat wil delen, áls ik het al wil delen. Dat ik tijdens het schrijven van deze blog inmiddels alweer toe ben aan mijn derde kopje koffie vind ik niet interessant voor anderen, ik heb ook geen enkele behoefte om dat met anderen te delen.

Ieder het zijne. Met respect voor iedereen. Maar ik zelf ga niet aan de iPhone, ik ga niet aan de iPad en ik ga al helemaal niet twitteren. Facebook is mijn eigen, persoonlijke grens. Wat is die van jullie?

maandag 2 januari 2012

Overpeinzingen tijdens de horrorwinter


De boom is de deur uit, ik heb gestofzuigd, geboend en gedweild, de wasmachine draait. Kerst en Oud&Nieuw zijn weer achter de rug, de hond is blij met de restanten van al die overvloedige maaltijden. Ik zit in poloshirtje op de bank en laat al die prachtige kaarten nog maar eens door mijn handen glijden.

Het zijn er opvallend veel dit jaar. Met warme wensen voor een bijzonder, warm, liefdevol, gezond, fijn, flitsend, creatief, levendig etc. 2012! Geschreven door mensen die mij dierbaar zijn. Woorden van hoop. Vrolijke woorden, die je goed doen, die belangrijk zijn, want woorden geven de werkelijkheid richting. Alles wat er bestaat is er omdat we er woorden aan geven. Het woord is eigenlijk de werkelijkheid zelf.

Het is best wel bijzonder dat er telkens nieuwe woorden bij komen. Elk jaar wordt er een nieuw ‘Woord van het Jaar’ gekozen. ‘Tuigdorp’ was het in 2011. Het verwees ‘caviapolitie’ en ‘occupyer’ naar de plaatsen twee en drie. Het woord ‘horror’, Latijns voor angst, kwam niet in de verkiezingen voor. Dat kon ook niet, want het is al vele eeuwen oud. Toch kwam ik het in 2011 in de kolommen van de kranten opvallend vaak tegen. Horror werd in 2011 het synoniem voor bangmakerij, een koers die de media steeds meer gaan varen.

‘Horrorwinter op komst’. De openingskop op de voorpagina van zomaar een krant. ‘Er is een echte horrorwinter op komst. Het zal in december naar verwachting bijna alle dagen sneeuwen en in januari zijn temperaturen mogelijk van min 25 graden celsius’. Weersvoorspellingen van vooraanstaande meteorologen logen er op 26 oktober 2011 niet om. ‘Het wordt de Winter des doods’, riepen de Britten, ‘Siberische kou boven West-Europa’, de Duitsers. ‘Er moeten enorme hoeveelheden strooizout worden ingeslagen’, vonden wij Nederlanders.

Amper twee maanden later blijkt dat we een van de warmste decembermaanden ooit achter de rug hebben en ook nu, bij de start van het nieuwe jaar, is het buitengewoon warm. Wat nou alle dagen sneeuw? Wat nou min 25 graden?



Bangmakerij, we kwamen het in 2011 te vaak tegen. Niet alleen als het om de economie ging, om de crisis, maar ook om de kleine dingen des levens. Het werd een trend! ‘Horrorwinter’, maar ook een ‘horror-muggenplaag’ en ‘horror-wespen’ in aantocht.
Maak je maar op voor een invasie van volwassen steekmuggen lazen we op 2 augustus, alweer op een voorpagina. De natte julimaand in combinatie met de stijgende temperaturen hadden voor de ideale omstandigheden voor de beestje gezorgd. Ons werd aangeraden om waar mogelijk zo veel mogelijk stilstaand water op te ruimen, want die zouden vol zitten met muggenlarven. Emmers, regentonnen, schaaltjes onder bloempotten, dakgoten, waterplassen op platte daken, we moesten aan de slag, anders zou het leed niet te overzien zijn. Ook zouden we er goed aan doen om ’s avonds laat en ’s ochtends vroeg ramen en deuren dicht te houden. Ik verzin dit niet, het stond echt zo in de krant!

Zoals er ook stond dat de horrorwesp er aan kwam. Door het mooie voorjaar waren de omstandigheden voor wespenkoninginnen uitzonderlijk goed geweest, er waren veel meer wespennesten gebouwd dan de voorgaande jaren. Vooral in het westen van het land en in Brabant konden we onze borst nat maken. We zouden helemaal gek worden van die uit de kluiten gewassen wespen. Er werd zelfs gerept over ongekende proporties!
Maar wat er ook kwam, geen wespenplaag. En ik heb persoonlijk nog nooit zo weinig last gehad van muggen als in 2011.

Gelukkig Nieuwjaar! Al die mooie kaarten, met al die mooie wensen, ik krijg ze graag, ik lees ze met een glimlach. Al blijf ik het een raar fenomeen vinden om elkaar in de nacht van 31 december op 1 januari ‘Gelukkig Nieuwjaar’ te wensen, terwijl je weet dat als je de volgende dag wakker wordt de ziektekostenverzekering weer duurder is geworden, de gas-, water- en elektriciteitsprijzen omhoog zijn gegaan.



Ook de krant wordt weer duurder. En wat staat er in die eerste krant van het nieuwe jaar? Dat we ons kunnen opmaken voor een ‘horrorscenario’, want 2012 is toch echt wel het jaar waarin de wereld zal vergaan. Op 21 december is het allemaal afgelopen. Dat hebben de Maya’s voorspeld op hun nu opeens alom gevreesde kalender. Trouwens, niet alleen de Maya’s, ook Nostradamus heeft dat neergeschreven in zijn verzameling profetieën, zo wrijft het artikel mij nog maar eens extra onder de neus.

Bangmakerij! De horrorwespen heb ik overleefd, de horrormuggen zijn mijn huis voorbij gegaan, van de horrorwinter heb ik geen last, maar nu, aan het begin van het horrorjaar 2012 moet ik me volgens de media toch echt wel zorgen gaan maken over het einde der tijden.

Ik ruim de kerst- en nieuwjaarskaarten op. Met warme wensen voor een bijzonder, warm, liefdevol, gezond, fijn, flitsend, creatief, levendig etc. 2012! Geschreven door mensen die mij dierbaar zijn. Woorden van hoop vooral. Vrolijke woorden. Woorden die mijn werkelijkheid richting geven. De woorden die je uitspreekt ga je denken, voelen, doen. Nog een klein jaartje wachten, dan hoop ik ze weer te krijgen, die mooie kaarten, van die prachtige individuen. Met Gelukkig 2013 er op!

Kan ik in plaats van een abonnement op de krant geen abonnement op Nieuwjaarskaarten krijgen?