woensdag 9 oktober 2013

De blikken van Kysia Hekster versus de woorden van Henk Krol


Je hebt mensen die zijn ridderlijk in hun verlies, maar er zijn er helaas meer die keer op keer op dat verlies reageren met opmerkingen vol afrekening en venijn. Henk Krol lijkt de laatste dagen niet van de televisie af te slaan. En telkens weer speelt hij de rol van een even vertwijfeld als verontwaardigd slachtoffer.



Krol heeft op geen enkele manier in de gaten dat de achterkant van zijn roem bij elk publiekelijk optreden meer en meer een mijnenveld aan het worden is. Hij is een gevaar voor zichzelf. Maar ja, het kanaal gelooft nu eenmaal graag dat rivieren alleen maar bestaan om hem van water te voorzien. Dat heeft dus alles te maken met ego. En je kunt je daarbij afvragen of dat kanaal dus eigenlijk zelf nog wel in de gaten heeft waar de waarheid ophoudt en de leugen begint.

Vanavond kreeg Krol bij Pauw&Witteman alweer een podium om uit te leggen wat er allemaal is misgegaan. En opnieuw lag het niet aan hem. Sterker nog: de gevallen politicus beweerde dat al die ex-medewerkers, die een dag eerder in Nieuwsuur hun verhaal hadden gedaan, echte leugenaars waren. Iedereen was fout, iedereen loog, hem, Krol zelf, trof geen blaam. Als het even kan trekt Krol werkelijk iedereen mee in zijn eigen vrije val, dat zegt genoeg over zijn persoon. Sterker nog: hij ging vanavond zelfs over tot het daadwerkelijk openlijk beschuldigen van anderen.

Op een gegeven moment wilde ik mij niet langer ergeren en gewoon ‘weg zappen’. Maar dankzij de oplettende regisseur van het programma bleef ik ‘hangen’. Dat had alles te maken met de ‘beeldwisselingen’. Regelmatig zoomde de camera, terwijl Krol fulmineerde en recht probeerde te praten wat krom was, in op de andere gasten. En ik raakte gebiologeerd door Kysia Hekster.

Zelden heb ik zo’n serie repeterende, veelzeggende en vernietigende gelaatsuitdrukkingen achter elkaar gezien als die van Hekster vanavond in Pauw@Witteman. Zonder te spreken vertelde ze meer dan Krol met zijn enorme woordenvloed. Een knap staaltje televisie. Dankzij een regisseur, die feilloos door had wat hij in beeld moest nemen om de kijker te blijven boeien.



Dat inzoomen op Kysia Hekster. Wauw… zo kan doodsaaie ‘goedpraat-televisie’ opeens enorm boeiend worden. De eerste vraag aan Krol was: “Hoe is het nu met je?” Zijn antwoord: “In 1 woord: Klote.” Je kunt je afvragen hoe hij zich na afloop van de uitzending voelde. Waarschijnlijk beter, want hij had zijn zegje kunnen doen. Maar hij zal geen rekening hebben gehouden met een regisseur met vakkennis. Misschien is het daarom handig voor hem om toch even terug te kijken naar ‘uitzending gemist’: zie (http://pauwenwitteman.vara.nl/media/301603)

Het is gewoon waar: Blikken (van Kysia) zijn dodelijker dan (loze) woorden (van Krol).

dinsdag 16 juli 2013

Alweer een “rampenbrief”



Ja hoor…vandaag opnieuw een brief ontvangen van de zorginstelling. Sommige dingen wennen nooit. Het gaat deze keer over alweer nieuwe… “bedreigende (!) ontwikkelingen”.

Rutte II heeft afgesproken dat een groot deel van De Zorg straks verdwijnt uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Zo worden bij voorbeeld ook indicaties voor ‘logeren’ niet langer afgegeven. De gemeenten zullen straks moeten bepalen welke zorg zij willen inkopen. En de zorginstelling zegt nu al te weten dat die gemeenten hun krappe budget liever besteden aan bijvoorbeeld vrijwillige logeergezinnen en logeerhuizen die geheel gerund worden door vrijwilligers.

Vraagje tussendoor: Waar moeten al die vrijwilligers straks vandaan komen???

Enkele maanden geleden werd het vervoer al wegbezuinigd. De volgende stap is nogal rigoureus. Want: De zorginstelling is, zo staat er geschreven, de voorbereidingen al begonnen voor het SLUITEN van hun logeerhuizen. Ze hebben hun medewerkers ingelicht, die vaak met hart en ziel aan hun werk en hun cliënten zijn verbonden. “Voor hen is dit een hard gelag”.

Verder wordt er gesproken over “ingrijpende gevolgen voor ons en ons kind” en over “nog meer forse en onplezierige veranderingen.”

Bijna een jaar geleden ben ik een petitie begonnen onder de noemer: Stop de bezuinigingen in de Gezondheidszorg! Ik heb hier veel mensen mee ‘lastig gevallen’. Ik had zelfs flyers laten drukken.

Hele lieve mensen hebben handtekeningen verzameld. Van anderen, die ik stapels flyers had gestuurd, heb ik daarentegen, ondanks hun toegezegde medewerking, nooit meer iets vernomen, zelfs geen antwoorden op mijn mails meer gekregen.

Gezien het enthousiasme van een leuke ‘startgroep’ en de eerste reacties dacht ik de benodigde 40.000 handtekeningen gemakkelijk te kunnen halen en daarna massaal op te kunnen stomen naar Den Haag. Maar ondanks alle inzet, ondanks de enthousiaste medewerking van een aantal mensen, is de teller na bijna een jaar op nog geen 5.000 blijven steken, waar bij voorbeeld petities als ‘Nee tegen het Koningslied’ in recordtempo de 40.000 passeerden.

Persoonlijk zie ik een deken van gelatenheid over dit land hangen, dit land vol ‘makke schapen’. Of het nu gaat over het verhogen van de pensioenleeftijd, de zorg voor ouderen, het gehandicaptenbeleid... ach… we pikken het allemaal en ik hoor mensen niet alleen denken, maar enkelen ook echt hardop zeggen: “Dat gaat mijn huisje wel voorbij”. Van sommigen heb ik zelfs ronduit schofterige en discriminerende reacties gekregen. Ik zal ze hier niet herhalen en ik vel daar verder ook geen waardeoordeel over.

Het heeft me veel energie gekost om genoeg draagvlak te krijgen voor de petitie. Vaak heb ik me een zeurpiet gevoeld, die telkens weer opriep om toch alsjeblieft een handtekening te zetten, want: “Iedereen krijgt hier vroeg of laat mee te maken”. Ik bedank oprecht de mensen die er wel werk van hebben gemaakt. Maar ik wil en kan mijn energie verder niet meer verliezen aan iets wat verreweg de meesten in dit rijke land dat steeds armer wordt aan zorg simpelweg niet interesseert en raakt.

Ik richt mijn energie nu liever volop op “de ingrijpende gevolgen” en de “forse en onplezierige veranderingen” voor ons kind, die zo dreigend staan omschreven in alweer een “rampenbrief” van de zorginstelling.

Sans rancune verder.

maandag 20 mei 2013

Alleen maar stil

SOMS KUN JE ALLEEN NOG MAAR STIL ZIJN…

Voor sommigen zal de zon nooit meer schijnen

Voor sommigen zullen de sterren nooit meer stralen…

De ogen dof

Het hart schreeuwt van woede en verdriet

Het lijf krimpt knisperend van ellende ineen

Verdwaalt in machteloosheid…

Moeder...

Voor sommigen komt het leven zomaar opeens knarsetandend tot stilstand

En heeft de werkelijkheid een te hoog prikkeldraadgehalte

Omdat er simpelweg geen woorden bestaan voor die werkelijkheid…

Dan is er alleen nog maar de stilte

Een stilte die zo doorzichtig en breekbaar is als kristal

Een gevoel dat je wilt huilen, maar dat voorbij het huilen gaat…

Wat dan rest, midden in die stilte, is nog slechts dat stille verdriet

En dat medeleven

Voor een moeder en haar eindeloze eenzaamheid

En het totale onbegrip voor dat wat er is gebeurd..

RIP: Ruben en Julian

Sterkte moeder Iris voor een verdriet dat niet in woorden is te vangen

vrijdag 12 april 2013

Luchtballon: Minister van (A)Sociale Zaken



Ik wilde rustig gaan slapen, maar zag net Lodewijk Asscher bij Pauw@Witteman. Pfff…. goed praten wat ontzettend krom is, dat is ook een vak. Extra werkplaatsen voor gehandicapten, zegt hij trots. Voor de licht-gehandicapten misschien, een paar, maar wat met al die gehandicapten die helaas simpelweg niet kunnen werken? Die mogen stikken, daar zit Nederland niet op te wachten, dat merk ik nu al elke dag, en heel heftig zelfs, met alle gevolgen van dien.

En de zorg voor onze zieke en afhankelijke ouderen, die met keihard werken onze economie zo hebben opgebouwd? Helaas heb ik daar sinds kort ook ervaring mee. En als ‘deskundige’ kan ik zeggen, daarvoor moet je niet meer in Nederland zijn.

Tja, de economische groei en de euro is belangrijker dan onze eigen medemens. En o ja, deze kroonprins van de politiek, deze Lodewijk Asscher, heeft het ook nog vol trots over extra ‘sectorplannen’ (alleen het woord al) voor de jongeren. Maar dan alleen in de bouw en in de metaal, hoor je als aandachtig luisteraar, die door zijn ballonnen heen prikt. Hoe zit het dan met die kenniseconomie die de afgelopen decennia zo enorm door de politiek werd gestimuleerd en al die nu jonge 30-ers met al die mooie en dure opleidingen en prachtige universitaire titels, die nu werkeloos zijn en geen enkele toekomst hebben? Ik ken er die willen ook wel in de bouw en de metaal gaan werken, die solliciteren zich ook al tijdenlang helemaal rot, maar die krijgen alleen maar te horen dat ze te hoog opgeleid zijn.

Asscher blijft zijn best doen om een nederlaag om te buigen in een overwinning en hij is het toonbeeld van de nieuwe politiek. Regeren en belangrijk zijn gaat voor het eigen partijprogramma.

Ik zet hem maar uit, deze Asscher, voordat ik er de hele nacht wakker van ga liggen.

Wat een zwak gelul zeg van deze Minister van (A)Sociale Zaken, van een partij die om te mogen regeren zichzelf schaamteloos hoereert aan Europa en zijn grootste ‘concurrent’ de VVD, waar ze in een deuk liggen!

Moest het even kwijt, met excuses aan de PvdA-leden. Sorry, ik was er ook ooit, met de nadruk op ooit, eentje, maar genoeg is voor mij genoeg.

En als jullie hier niet tegen kunnen of net als die gladjanus Asscher, ook willen goed praten wat krom is, een nederlaag willen ombuigen in een overwinning: Er is een knop hier waarmee je mensen kunt ‘ontvrienden’ en 'blokkeren'.

Sorry Asscher, er zijn ook nog mensen die door jou heen prikken!

vrijdag 5 april 2013

In de week van 1 april 2013 werden de Maagdeneilanden verkracht



Nog even en hij is voorbij, die verdomde week van 1 april. Gelukkig maar. Pfff… dat was even opletten, wat is echt en wat is een grap?

Een tijdje geleden schreef ik een blog over de bezuinigingen in de gezondheidszorg. ‘Straks alle gehandicapten droppen in een groot bos met een hek eromheen?’, vroeg ik mij af. En: ‘Stokslagen voor de ouders die een gehandicapt kind hebben durven krijgen? Omdat ze voor te veel problemen zorgen. Omdat ze voor te veel kosten zorgen. In tijden dat juist landen als bij voorbeeld Griekenland ons geld zo hard nodig hebben?’

Ik schreef onze politieke partijen daarna hierover aan en vroeg ze op de man af: ‘Als dat ‘discrimineren’ van de gehandicapten en hun ouders/verzorgers uiteindelijk de bedoeling is, zeg het dan meteen meneer Rutte, Samson, Pechtold, Roemer, Buma of hoe jullie ook allemaal mogen heten.’ Mijn helaas harde conclusie: ‘Blijkbaar zijn jullie met jullie enorme ego’s de schaamte al lang voorbij!’

Ik staafde die aanklacht met dingen die ik als vader van een zwaar gehandicapte dochter tegenwoordig mee maak. Ik gaf voorbeelden die echt niet kunnen, maar wel gebeuren, soms zelfs met de dood tot gevolg. Ik schreef een brief naar de Koningin die, in tegenstelling tot de politici, wel reageerde. En ik begon een petitie, die maar moeizaam op gang kwam.

Maar inmiddels is het 1 april geweest en, dat is geen grap, is er daadwerkelijk een begin gemaakt met allerlei bezuinigingen in die gezondheidszorg, die groteske gevolgen zullen hebben en steeds meer mensen zullen raken. Vanaf de politieke streefdatum 1 april zullen meer en meer mensen in de gaten krijgen, ook daadwerkelijk voelen, wat er werkelijk aan de hand is in ons (a)sociaal Nederland.

Maandenlang kreeg ik nauwelijks reacties op mijn petitie. Sinds deze week, sinds 1 april dus, opeens wel. En ondertussen lees is sinds die ‘grappendag’ weer nieuwe dingen die echt geen grappen zijn, maar door de massa nog niet als ‘serieus’ worden opgepikt.

‘De beloning van de ING-top ligt significant beneden het marktgemiddelde’. Dit zegt de Raad van Commissarissen (doorgaans dik betaalde erebaantjes van bekende Nederlanders) van ING, nota bene mijn bank. Het is, zo staat er geschreven, ‘zelfs een onhoudbare situatie geworden, omdat bekwame bankbestuurders zich niet met zo’n laag salaris laten afschepen’.

Hoe laag is dat salaris dan van de bank die overeind wordt gehouden door onze peperdure belastingbetalers? Bestuursvoorzitter Jan Hommen verdient 1,35 miljoen euro! En fooitje natuurlijk, inderdaad een onhoudbare situatie. Want: Zelfs topman Piet Moerland van de toch veel kleinere Rabobank verdient meer dan de arme Jan, en wel 1,6 miljoen euro.

Volgens een woordvoerder van de bank verdient de helft van de topmannen bij grote Europese bedrijven meer dan vier miljoen euro per jaar. Overige bestuurders krijgen in de helft van de gevallen meer dan 1,8 miljoen euro. Arme Jan, arme Piet, arme Hollandse bankbestuurders.

De enige bank die ik tegenwoordig vertrouw is mijn eigen vensterbank, maar dit terzijde.

Ondertussen lees ik in de week van die grappige 1 april ook nog wat anders. De schoonzoon van de Cypriotische president Nicos Anastasiades zou met zijn bedrijf A Loutsios & Sons Ltd een bedrag van 21 miljoen euro hebben weggesluisd van de noodlijdende Laiki Bank naar een gezonde Engelse bank. Dat zou een week voordat het reddingsplan voor Cyprus werd aangenomen zijn gebeurd.

Een Cypriotisch televisiestation publiceerde een lijst met namen van meer dan honderd spaarders die onder het reddingsplan uit probeerden te komen door hun spaartegoeden van de risicobanken te halen.

Voorkennis heet zoiets, toch? Het gaat hier dus over banken waar vooral corrupte Russen hun zwarte geld hebben gestald en weer op tijd hebben weggehaald. Natuurlijk moet Europa, met het altijd zo brave Nederland voorop, die Russen en die schoonzoon van de president steunen, want je zal maar je tegoeden van 100 miljoen terug zien lopen naar 80 miljoen, dat is zowaar geen grap.

En vandaag, terwijl de week van 1 april zijn einde nadert, lees ik op de valreep ook in de krant: ‘Tienduizenden superrijken met rekeningen in belastingparadijzen als de Britse Maagdeneilanden en de Kaaimaneilanden ontduiken voor biljoenen dollars de belasting’.

Dit blijkt uit onthullingen van een internationale groep van onderzoeksjournalisten. Dat International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) heeft 2 miljoen e-mails en andere documenten weten te achterhalen, voornamelijk van de Maagdeneilanden, waaruit dit blijkt.

In samenwerking met de Britse krant The Guardian en andere media publiceren ze binnenkort de resultaten van hun onderzoek. In totaal zijn volgens de documenten meer dan 120.000 zogenoemde 'offshore' bedrijven en trusts betrokken bij de duistere zaken van tal van politici, oplichters en megarijken over de hele wereld.

Groepsverkrachting op de Maagdeneilanden dus!

Helaas is niets van dit alles een grap en we hebben het inderdaad over de week van 1 april 2013 en niet over die van 1939.

Waarom blijven we dan toch lijdzaam toezien? Waarom staan wij toe dat, terwijl dit alles aan de hand is, juist de gezondheidszorg in Nederland moet boeten voor al deze corruptie? Omdat er geen geld meer zou zijn voor de zorg?

Dat dank je de koekoek dat daar geen geld meer voor is. Als je alleen maar leest wat er in de week van 1 april allemaal aan ‘nieuws’ is, nieuws wat wij doorgaans met ergernis lezen, maar waar we niet van in het geweer schieten….Want ach, de week van 1 april gaat ook weer voorbij en misschien worden we straks wel wakker en blijkt alles maar een grap te zijn.

Niet dus, want het gaat ook volgende week gewoon weer humorloos en corrupt-vol verder.

Vandaar mijn verzoek: Doe iets kleins en toch massaals. Laat je een beetje horen en teken in elk geval alvast de petitie op… http://www.petities24.com/stop_de_bezuinigingen_in_de_gezondheidszorg

donderdag 7 maart 2013

Op tafel, naast het kopje koffie, lag een spuit: (Nog) Niets aan de hand!





Het was aan de vooravond van ons vertrek naar het wereldkampioenschap wielrennen in Colombia, najaar 1995. Ik ging nog even bij hem langs. Thuis, toen nog in Den Haag, in een bescheiden bovenwoning aan de De Vriesstraat. Hij zette een kopje koffie op tafel en ik schrok, want op datzelfde tafeltje, midden in de woonkamer, lag een spuit.

‘Niets aan de hand’, lachte Michael Boogerd met die van hem zo bekende brede, witte lach. ‘Gewoon de gebruikelijke injecties die nodig zijn voor Colombia. Mijn vriendin werkt in de verpleging, dus die injecteert mij thuis. Lekker makkelijk, hoef ik er de deur niet voor uit’.

Nu had ik zelf ook net een cocktail aan spuiten gehad. De in die tijd voor Colombia aanbevolen vaccinaties tegen DTP (Difterie, Tetanus en Polio), hepatitis A (besmettelijke geelzucht) en gele koorts. Boogerd zou al die troep dus ook wel moeten hebben. Hij keek me met die grote onschuldige ogen van hem aan en natuurlijk geloofde ik hem. Misschien gek, maar ik geloof hem wat die ene spuit op die tafel daar in zijn oude woonkamer in Den Haag betreft nog steeds.

Ik kan me herinneren dat ik hem nog wel waarschuwde. De wielercultuur was er in die tijd eentje van wantrouwen. Goede Nederlandse coureurs als Frans Maassen werden zomaar opeens voorbij gereden, konden zelfs het peloton niet meer volgen. Italiaanse renners die nooit boven de middelmaat uitkwamen werden opeens winnaars. In de Waalse Pijl deklasseerden drie modale coureurs van Gewiss het complete peloton.

Het journaille was op zoek naar oorzaken. Er moest een nieuw dopingproduct op de markt zijn, dat kon haast niet anders. En dan kom je, zo kort voor het vertrek naar het wereldkampioenschap, even langs bij een van de grootste Nederlandse talenten en ligt er zomaar een spuit op tafel.

‘Niet echt slim van je Michael! Ook al stelt het niets voor. Je laat dit zomaar liggen terwijl je een journalist op bezoek krijgt. Dat is een beetje dom’.

Ik kende hem al langer, had hem zoals ze dat in het jargon noemen ‘zien komen’. Als kleine jongen verzamelde hij handtekeningen. Joop Zoetemelk, Jan Raas, Gerrie Knetemann, Hennie Kuiper, Henk Lubberding, Gerben Kastens; Michael had ze allemaal en was daar trots op. Al op zijn 4de had hij zijn eerste racefietsje gekregen. Apetrots was hij.



Profwielrenners waren helden voor hem, kwamen van een andere planeet. Later als hij groot was moest en zou hij er ook eentje worden en hij deed er alles aan om die droom te verwezenlijken. Hij verzorgde zich goed, werkte harder dan de meeste anderen, was bloedfanatiek en enorm gepassioneerd. En de hele familie leefde en werkte mee.

Maar toen zijn droom eindelijk uitkwam bleek dat grote talent niet meer dan peloton-vulling. Bij het wereldkampioenschap in Colombia stond hij al na een halve ronde langs de kant. Het werd voor de volledige Oranje-ploeg daar trouwens een afgang. Bondscoach Knetemann was na amper vier uurtjes koers al werkloos. Saillant detail: Bij de amateurs werd Danny Nelissen wereldkampioen en we weten inmiddels ook hoe het dit talent na zijn overstap naar de broodrenners is vergaan.

De jongensdroom van Boogerd leek na twee jaar tussen de professionele wielen in een nachtmerrie te eindigen. In het vakblad Wieler Revue kregen alle Nederlandse profrenners een rapportcijfer. Boogerd kreeg een 5-plus. In een begeleidend tekstje stond: ‘Hij zou zogenaamd een klimmer zijn, maar als zijn beste prestatie een vijfde plaats in een criterium in Woerden is, dan weten we niet of hij op de goede weg is’. Tussen haakjes had de redactie van het blad achter de plaatsnaam Woerden nog en soort col getekend, er was immers een bruggetje, een zogenaamde klim, in het parcours.

Ik weet nog hoe Boogerd daar indertijd op reageerde. Kunnen omgaan met kritiek was nooit zijn sterkste punt. Bovendien was de publieke opinie altijd erg belangrijk voor hem. Het was vooral dat cynisch erbij geplaatste colletjes dat hem pijn deed. Verongelijkt zegde hij meteen zijn abonnement op.

Diep van binnen wist Michael Boogerd echter ook wel dat die 5-plus op dat moment een terecht cijfer was. Hij kon blij zijn dat hij voor een minimumsalaris nog net aan de slag mocht gaan bij de toen nieuwe sponsorploeg De Rabobank. Daar, bij dat team, waar hij en zijn kompanen al snel het stempel ‘patatgeneratie’ opgeplakt kregen, ontstond blijkbaar zijn duivels dilemma. Deel uit gaan maken van de dopingcultuur of afscheid nemen van zijn jongensdroom en met de staart tussen de benen de fiets aan de wilgen hangen. Voor dat laatste was Michael Boogerd simpelweg te lang en te fanatiek bezig met fietsen en vooral ook te ambitieus.

… Zeven jaar na die kop koffie in die bovenwoning aan de Haagse De Vriesstraat zat ik weer bij hem thuis. Nu in zijn prachtige, kapitale huis in België. Op tafel lag deze keer geen spuit en het leven lachte hem toe.

Ik was er om voor de Kerstbijlage van de krant een reconstructie te schrijven van zijn historische en heroïsche overwinning in de koninginnerit van de Tour de France naar La Plagne. Hij kon zich nog elk detail van die dag herinneren. Vanaf het moment dat hij wakker werd totdat hij weer ging slapen. Elke bocht, elke pedaaltred, wie er waar langs de kant stond; Boogerd bezorgde me prachtige teksten, waarmee ik een heel boek had kunnen vullen.

Zijn ogen schitterden al die uren dat hij aan het woord was en hij lachte zijn aanstekelijke kwajongenslach. Ja, ik hing aan zijn lippen en ja, ik had in al die lange jaren dat ik hem toen volgde een zwak voor hem gekregen. En, eerlijk is eerlijk, ik heb ook toen geen moment gedacht dat zijn zegetocht richting La Plagne op wat voor manier dan ook gerelateerd zou kunnen zijn aan dopinggebruik. Doping was voorbehouden aan die vermaledijde buitenlanders die alles wonnen. De Rabojongens van de Hollandse stamppot deden dat niet.

Naïef? Ja, met de wetenschap van nu wellicht wel. Maar feit was en bleef dat de mannen van Oranje, met Michael Boogerd voorop, kei- en keihard werkten en toch geen echte winnaarstypes waren. En als er dan, zoals toen op La Plagne, een keer wel werd gewonnen, dan schreven we dat vooral toe als een zege op al die gedopeerden. Het kon dus nog wel. Soms. Af en toe. Nu weten we beter, want ook het bloed van Boogerd was ‘besmet’.



Moeten we hem daarom nu verketteren? Dat mag iedereen voor zichzelf uit maken. Ik doe dat niet, ook al ben ik jarenlang voorgelogen. Van mij mag Lance Armstrong aan de schandpaal worden genageld. Armstrong was een weldoordachte ‘organisator’, Boogerd vooral een gefrustreerde ‘volger’, dat heeft iets zieligs. Ook onder ‘dopers’ heb je meer sympathie voor de een dan voor de ander, sorry, maar niets menselijks is mij vreemd.

Trouwens de ergste dopingzondaar aller tijden vind ik nog steeds de grootste leugenaars aller tijden: de onsympathieke en arrogante Richard Virenque, die in Frankrijk toch nog altijd razend populair is. Zoals Johan Museeuw dat ook altijd in België is gebleven.

De collectieve verontwaardiging in Nederland is groot. Zelfs de mensen van de bank bemoeien zich ermee. Ik vond het stuitend om te zien hoe de heer Moerland, voorzitter van de Rabobank, de sponsor die koste wat het kost meer prestaties van zijn renners verlangde, vorige week in Nieuwsuur met een stalen gezicht zei dat hij zich belogen en bedrogen voelde. Hij was bekocht, misleid. Los nog van het feit dat ik het mij moeilijk kan voorstellen dat ze bij de Rabobank helemaal nergens vanaf wisten, niet eens het geringste vermoeden hadden, klonk het als een goedkoop straatje schoonvegen vanuit een bedrijfstak die nota bene het sjoemelen, misleiden, bedriegen en liegen heeft uitgevonden.

Nee ik ben niet boos over de biecht van Michael Boogerd, die zo verstrikt was geraakt in zijn eigen leugens dat er geen andere uitweg meer was dan die bekentenis. Ik ben vooral opgelucht dat hij het eindelijk heeft toegegeven en tegelijkertijd ook een beetje verdrietig. Ik heb op de een of andere manier zelfs met hem en zijn familie, die van jongs af aan alles voor hem over had, te doen.

Hij reed voor lul, zei hij, dus daarom kon hij niet anders. Natuurlijk kon hij anders, iedereen kon anders, maar niemand deed het anders. Michael Boogerd valt veel te verwijten, maar feit is ook dat hij op geen slechter moment beroepsrenner had kunnen worden. Hij verdient enige hoon en afkeuring, maar dat moeten we ook weer niet overdrijven.

Doping is zo oud als de wielersport. Grootheden als Eddy Merckx en Joop Zoetemelk werden ooit betrapt. En toen Gert-Jan Theunisse in de Tour door de mand viel werd hij bij de criteriums in Nederland nog als een held onthaald. Met de straf viel het toen trouwens ook nogal mee; hij werd in de uitslag gedeclasseerd.

De tijden zijn wat dat betreft inmiddels veranderd en daar is veel voor te zeggen. Maar het gaat te ver om te stellen dat het kwaad nu tot aan de wortel toe wordt uitgeroeid. De term ‘het nieuwe wielrennen’ klinkt mooi, maar ook dit jaar zullen er weer renners doping gebruiken. En in 2014 en 2015 ook.

… Vijftien jaar geleden was ik verslaggever in wat de geschiedenis in zou gaan als De Doping-Tour. Politie-invallen, arrestaties, renners die naar het ziekenhuis werden afgevoerd om verplicht ‘haarmonsters’ af te staan; je waande je in die Ronde van Frankrijk soms een oorlogsverslaggever. Het was heftig wat er in 1998 allemaal gebeurde, sommigen riepen dat dit het einde was van de wielersport. Zuivering tot op het bot, het moest en zou anders! We doopten onze pennen in azijn, de politiek ging zich ermee bemoeien. Ook toen al werd er gesproken van ‘het nieuwe wielrennen’. Maar het ging dus, zo blijkt inmiddels, daarna gewoon door, zoals het ook nu weer door zal gaan, al horen we dat wellicht pas als we weer 15 jaar verder zijn.

De wielerwereld staat nu net als in 1998 op zijn achterste poten. Maar ondertussen blijven de mensen achter de renners, degenen die het toen voor het zeggen hadden, zwijgen. Bovendien lees ik dat Festina, de officiële tijdwaarnemer van de Tour de France, dit jaar een reclamecampagne gaat beginnen met de spil van genoemde Doping-Tour, met die grootste en meest arrogante leugenaar aller tijden, inderdaad: Richard Virenque. Hoezo ‘reiniging’?

Ach, ik ben er zo’n beetje klaar mee nu, ben inmiddels ook al heel wat jaren geen wielerverslaggever meer. Eigenlijk wacht ik persoonlijk nog maar op één andere bekentenis. Nee, ik zal zijn naam niet noemen, maar ik hoop voor hem dat ook hij ooit zijn zoon weer recht in de ogen durft aan te kijken. Als die bekentenis er is, kijk ik straks weer gewoon met veel plezier naar de Tour de France. En met een beetje geluk kan ik mezelf dan ook weer vijftien jaar lang wijs maken dat de wielersport eindelijk ‘schoon’ is geworden. Wat is het toch een mooie sport!

donderdag 14 februari 2013

Valentijnsdag: ‘Vijftig tinten grijs’ avant la lettre



Ja hoor, het is weer zo ver: Valentijnsdag! Trending topic, of hoe heet zoiets?, op Facebook en Twitter. Mensen zitten hunkerend te wachten voor hun brievenbus. Heeft er nog iemand een kaartje gestuurd? Tel ik nog mee? Wordt er door Fleurop misschien zelfs nog een bijzonder bloemetje bezorgd?

Ik krijg zelf ook allerlei Valentijns-wensen, maar ik heb er helaas helemaal niets mee. Sorry, ik heb dus weer niemand een kaartje gestuurd dit jaar en er heeft ook niemand een bloemenhulde van me gekregen. Ik vind al dat Valentijns-gedoe namelijk je reinste commerciële flauwekul! Terwijl ik, mensen die me kennen zullen dat beamen, toch echt een romanticus pur sang ben.

De verhalen over de oorsprong van Valentijnsdag spreken mij niet aan. Het begon blijkbaar allemaal met een feest bij de oude Grieken, ter ere van hun God Pan, die als volwassene werd geboren met horens, baard, bokkenpoten en een staart. Naar hem is de Pan-fluit vernoemd. Dat lijkt mooier dan het is, want Pan zat de nimf Syrinx achterna, die graag maagd wilde blijven. Terwijl ze Pans adem al in haar nek voelde bad ze tot de goden, die haar net op tijd in een rietstengel veranderden. Daar maakte Pan echter vervolgens zijn fluit van.

Ook het woord Pan-iek is afkomstig van deze Pan, die met mysterieuze, angstaanjagende geluiden herders en andere mensen op afgelegen plekken de schrik op het lijf joeg. Je kon hem maar beter te vriend houden, hem aanbidden en een feest voor hem organiseren. In de Middeleeuwen werd zijn uiterlijk trouwens gebruikt om de duivel af te beelden. Niet echt een leuk type dus.

De oude Romeinen namen deze Pan over als hun god Faunus, ook wel Lupercus genoemd. Lupercus was een demonengod, die een wolvin (Luperca) als vrouw had. Luperca voedde overigens wel Romulus en Remus, de stichters van de oude stad Rome, op.

Om Lupercus te aanbidden gingen mannen slechts gekleed in bokkenhuiden de straat op. Dan sloegen zij de vrouwen met riemen van bokkenleer. Valentijnsdag als ‘Vijftig tinten grijs’ avant la lettre. Bovendien was er op dit feest een soort loterij. Geslachtsrijpe jongens en meisjes moesten een lootje trekken en hoorden gedurende het feest dan bij elkaar. Om samen te feesten, maar vooral ook om hun maagdelijkheid te verliezen. De grotten van Romulus en Remus waren hier berucht om.

Toch verspreidde dit feest zich tenslotte over heel Europa. Vaak ging het er daarbij liederlijk aan toe. Vrouwen dansten halfnaakt in het rond en sloegen schunnige taal uit. En ter verering van de vruchtbaarheidsgodin doken ze de struiken in, waar de mannen al lagen te wachten. Hele orgieën speelden zich af op deze Valentijns-feesten en dan ging het er bepaald niet romantisch aan toe.

Toen in de Middeleeuwen het Christendom opkwam spraken monniken en priesters schande van deze taferelen. Ze werden verboden omdat het heidense feesten waren die een gevaar vormden voor de bevolking. Maar ondanks het verbod bleef men gewoon ‘Valentijn’ vieren en daarom besloot de kerk om het Valentijns-feest dan maar te adopteren. Dat kon uiteraard alleen maar door het een Christelijk tintje te geven.

Dat deden ze heel handig, want opeens had de echte Valentijn ook ‘echt’ bestaan. Twee keer zelfs. In de derde eeuw was er blijkbaar een priester met deze naam. Hij trouwde in het geheim jonge paren. De Romeinse keizer Claudius was echter van mening dat ongehuwde mannen betere soldaten waren en verkondigde een verbod af. Claudius nam de arme Valentijn gevangen en liet hem vermoorden. Op 14 februari werd hij begraven.

Een andere legende gaat over een christelijke priester die werd vervolgd, gevangen genomen en gemarteld vanwege zijn geloof. Tijdens zijn martelingen genas hij de dochter van zijn bewaker van blindheid. Op 14 februari werd hij onthoofd. Die ochtend stuurde hij het meisje nog een liefdesbriefje dat hij ondertekende met ‘Jouw Valentijn’.

Eigenlijk dachten de christenen van ‘Die Tijd’ net zo commercieel als de Amerikanen van de ’ Nieuwe Tijd’, want toen de Amerikanen Valentijnsdag adopteerden werd die dag tot wat hij uiteindelijk is verworden: Een groot feest voor de commercie, een dag waarop een simpel bloemetje opeens twee keer zoveel kost.



Sorry voor al degenen die Valentijnsdag zo’n geweldige dag vinden, maar hij is dus niet aan mij besteed. Ik hoef geen lootje te trekken om te kijken wie ik mag ontmaagden. Ik hoef niet slechts gekleed in een bokkenhuid de straat op te gaan om vrouwen met riemen van bokkenleer te slaan. Ik ga ook niet in de struiken liggen in afwachting op de een of andere halfdronken vrouw die over me heen valt.

En wat die bloemetjes, kaartjes en liefdesuitingen van nu betreft: toen ik nog getrouwd was kocht ik elke donderdag op de bloemenmarkt in Delft een mooie ruiker voor mijn vrouw. Toen was het gewoon elke donderdag een soort Valentijnsdag en niet slechts één keer per jaar.

zondag 3 februari 2013

Weg met die Logeerhuizen!

“Uw bloeddruk is ondanks de pillen die u slikt nog steeds veel te hoog. Waar maakt u zich toch zo druk om?”

Tja, waar maakt een mens zich druk om? Een kennis van me kan een hele nacht wakker liggen van een beschamende nederlaag van zijn favoriete voetbalclub. Een ander kan zich enorm opwinden over hondenpoep die niet meteen door de eigenaar van het dier wordt opgeruimd.

Ieder mens is anders, iedereen heeft zo zijn eigen pijnpunten. Die van mij zijn op één dag twee keer keihard geraakt. Eerst was er die dikke enveloppe die op de mat plofte. Vol met rekeningen. Nu wist ik wel dat die zo noodzakelijke fysiotherapie van mijn dochter Brigitte weg-bezuinigd zou worden, maar men had aangegeven dat dit met ingang van 2013 zou gebeuren. De rekeningen gingen echter over 2012. Met terugwerkende kracht dus! Toch maar weer even 108 euro per maand. Gelieve binnen twee weken te betalen!

Daarna was er dat telefoontje van een, deze keer overigens aardige, mevrouw van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Binnenkort loopt de indicatie van Brigitte af. De verlenging daarvoor had ik keurig op tijd aangevraagd. Uiteraard begeleid met alle noodzakelijke paperassen. Een formaliteit. Dacht ik. Tot dat telefoontje.

Ik leg nog maar eens uit dat Brigitte ook in haar 25ste levensjaar nog steeds is zoals ze daarvoor ook was. Nee mevrouw, ze kan nog steeds niet praten, lopen, zitten en dat soort dingen. En ja mevrouw, ze heeft nog steeds 24/7 zorg nodig. Er is helemaal niets veranderd sinds de vorige keer.

Mooi. Of juist niet mooi. Het is maar hoe je het bekijkt. Maar het is zoals het is. Althans wat Brigitte betreft. Voor de rest blijkt er steeds meer niet zo te zijn zoals het was. Het probleem deze keer? ‘Zorg met verblijf’. Vanwege deze drie woorden belt de mevrouw van het CIZ me toch maar even.

Eén keer in de maand gaat Brigitte een weekend naar een Logeerhuis. Even een paar daagjes rust voor onze oververmoeide schouder, nek en rug. Zodat de ouders er al die andere dagen van de maand weer tegen kunnen. Want zorgen doen wij, de vader en moeder van Brigitte, het allerliefste toch zelf voor ons bijzondere kind.

Om dat zo lang mogelijk vol te kunnen houden is zo’n weekend rust per maand dus een welkom ‘geschenk’. Dat ene weekend kwam de laatste tijd echter al onder druk te staan toen bekend werd dat het vervoer per 1 januari 2013 werd weg-bezuinigd.

Dan maar zelf halen en brengen. Gelukkig kunnen wij dat. Helaas zijn er ook veel ouders die deze mogelijkheid niet hebben. Daardoor wordt het ook minder druk in het Logeerhuis. Althans wat de aanwezige gehandicapten betreft. De toch al onverantwoord hoge werkdruk voor het personeel neemt daarentegen niet af. Integendeel zelfs. Er wordt ook daar ingekrompen. En niet bepaald evenredig.

Minder handen op de werkvloer en nog meer druk bij het schaarse personeel. Bovendien wordt het weekend logeren met een dag ingekort. Brigitte moet niet op maandag, maar op zondag worden opgehaald. Ja hoor, we passen ons maar weer aan. Wat moet je anders? Maar dan is er dus dat telefoontje van het CIZ. ‘Zorg met verblijf’ wordt geschrapt!

“Geschrapt?”

“Ja meneer”.

Ik hoor dat het om alweer een bezuinigingsmaatregel vanuit de AWBZ gaat. We betalen al een eigen bijdrage voor het Logeerhuis. Maar zelfs een verhoging daarvan is niet meer bespreekbaar. Want: de overheid voert vanaf nu een soort ontmoedigingsbeleid als het om Logeerhuizen gaat. Ze moeten verdwijnen!

“Ontmoedigingsbeleid? Doordat Brigitte een enkel weekendje in een hele maand naar een Logeerhuis gaat, kunnen wij de zorg voor haar langer volhouden. En als ouders zelf voor hun kinderen zorgen is dat toch juist kostenbesparend? Haar permanent ergens anders onderbrengen is toch veel duurder?”

Duurder is het inderdaad, maar dat ouders zelf voor hun gehandicapt kind zorgen vindt de overheid eigenlijk niet meer van deze tijd. Dat moet blijkbaar bestraft worden.

De mevrouw aan de telefoon zit er zelf ook mee en probeert met ons mee te denken.

“U kunt nog wel een Zorgzwaartepakket aanvragen. Dat moet u dan wel elke maand opnieuw doen. En om daarvoor in aanmerking te komen moet uw dochter bovendien minimaal drie aaneengesloten nachten elders slapen.”

“Maar die derde nacht is juist sinds enkele weken weg-bezuinigd, dat kan niet meer!”

“Tja, ik begrijp het probleem, als dat niet meer kan, kunt u ook geen beroep doen op dat Zorgzwaartepakket.”

Ze weet het ook niet meer, mag niet hardop zeggen wat ze er zelf van denkt en zij is alleen maar de boodschapper. Ik begrijp het.

“Dus kan ik uit uw woorden opmaken dat de overheid de Logeerhuizen gewoon de nek om wil draaien?”

Ik zie het niet, maar soms kun je zoiets ook ‘horen en voelen’: De vrouw aan de andere kant van de lijn knikt.

donderdag 24 januari 2013

Belogen en bedrogen

Voor degenen die, naar aanleiding van 'de notitieblok' van Bertus Fok vandaag op de voorpagina in De Volkskrant over Rooks, Theunisse en doping, terug willen lezen hoe het indertijd was voor de journalisten in die Tour: drie stukjes uit mijn dagboek dat ik toen, naast de ‘gewone’ verslaggeving, bijhield voor mijn krant. Over drie dol-dwaze dagen, waarin er niet eens tijd was om rustig te eten en er van hot naar her werd gescheurd, want er waren opeens zoveel vraagtekens en die wilden we beantwoord zien. Maar we werden bedreigd met rechtszaken, moesten elk woord op een weegschaal leggen en waren bovendien rioolratten. Wat zijn we, zo blijkt nu nog maar eens, belogen en bedrogen…

HET GERUCHT, DEEL 1

Bordeaux gisteravond 20.14 uur. De schrijfmachines in het perscentrum van de 75ste Tour de France houden plotseling op met ratelen. De derde etappeoverwinning van Jean-Paul van Poppel is opeens niet belangrijk meer, wanneer een Fransman vertelt dat Pedro Delgado en Gert-Jan Theunisse betrapt zouden zijn op het gebruik van doping.

Antenne 2 heeft het gerucht de wereld in geholpen en aangezien het niet om een of andere regionale omroep of dito krant gaat, maar om hét televisiestation van de Tour, klonten journalisten samen en proberen nog voor sluitingstijd van de krant bevestiging van het nieuws te krijgen.

Spanjaarden vliegen naar hun auto’s en racen naar het hotel van hun ‘Perico’. Daar blijkt dat de hele ploeg van Delgado is verdwenen. Andere formaties zitten nog aan tafel. Bij de balie ligt een telegram voor Delgado en zijn ploegleider José-Miguel Echavarri, maar van de Reynolds-equipe is niemand te bekennen. ,,Het zou niet leuk zijn om zo de Tour te winnen’’, zegt Steven Rooks. Zijn ‘maatje’ Gert-Jan Theunisse is even onvindbaar?

Bordeaux, 21.02 uur. Nog meer beroering in de perszaal. De perschef van de Tour, Claude Sudres, komt de snikhete oven binnen. Iedereen sprint op hem af om het grote nieuws te horen, maar Sudres, houdt zich op de vlakte. ,,Directeur-generaal Jean-Pierre Courcol’’, zegt Sudres, ,,heeft mij hierheen gestuurd om jullie in te lichten over het gerucht rond Delgado.’’

De naam Theunisse wordt niet genoemd. Sudres: ,,De Tourdirectie heeft kennis genomen van het gerucht, maar heeft geen officieel commentaar.’’ De perschef belooft dat er, indien zijn bazen ook maar iets vernemen dat het gerucht zou bevestigen, er voor de start van de achttiende etappe de volgende dag in het 127 kilometer verderop gelegen Ruelle-sur-Touvre, een communiqué zal worden uitgegeven. Hij bevestigt alleen dat het gerucht dat de ronde doet, zou gaan over de etappe naar Guzet-Neige.

Bordeaux, 22.03 uur. De perszaal is nagenoeg verlaten. De ochtendbladen kunnen niets meer doen, de krant moest ‘zakken’. Journalisten van middagbladen wachten, tegen beter weten in, op verder nieuws. Dat blijft uit. En dus wordt er opnieuw naar de rennershotels gereden. Daar blijkt een Franse collega zowaar Delgado te hebben gesproken. ,,Ik ben’’, heeft de renner tegen hem gezegd, ,,al zo vaak gecontroleerd in deze Tour. Als het gerucht waar zou zijn had ik al veel eerder gepakt moeten worden.’’

Jan Gisbers, de ploegleider van Theunisse en Rooks, wil liever niet reageren. ,,Als het waar zou zijn is de Tour kapot. Zelfs al wint Steven Rooks dan de Ronde, dan nog kunnen we beter naar huis gaan. Ik kan me absoluut niet voorstellen dat Theunisse iets heeft gepakt, terwijl hij weet dat hij naar de dopingcontrole moet. Er zijn altijd van die rare geruchten. In de Giro hoorde ik opeens dat Adri van der Poel na Luik-Bastenaken-Luik positief zou zijn bevonden. Ach, als ik alles moet geloven zijn er in België alleen al wel tweehonderd dopinggevallen per jaar.’’

Bordeaux, 23.45 uur. Archieven worden nageplozen. Mocht het gerucht werkelijkheid worden dan moet er snel op worden ingespeeld. Gezocht wordt naar het jaar 1978, toen Michel Pollentier in de gele trui, boven op de Alpe d’Huez, werd betrapt tijdens een frauduleuze handeling bij de dopingcontrole. Pollentier had een ‘peertje’ onder zijn oksel verborgen met ‘schone’ urine. Gekeken wordt ook naar 1979, toen onze eigen Joop Zoetemelk werd gedeclasseerd na een positieve reactie op de dopingcontrole.

Bordeaux, vanmorgen 12.00 uur. Nog steeds geen bevestiging. Het gerucht blijft vooralsnog een gerucht. En stilaan groeit de hoop dat dit zo mag blijven ook. Wat zou het een blunder zijn van Antenne 2 als het uit de lucht gegrepen is. Maar wat is het jammer als het gerucht straks werkelijkheid zou worden. Dan wordt er toch wel een erg grauwe sluier getrokken over deze 75ste Ronde van Frankrijk. Over deze Tour die zo mooi verliep. Voor de Nederlanders en voor Pedro Delgado, die niet alleen in de rit naar Guzet-Neige aantoonde de beste te zijn.

Hoeveel is een eventuele eindzege van Steven Rooks dan nog waard? Het wachten is op verder nieuws en het goede nieuws zal dat nieuws zijn, dat voor deze ene keer eens niet bewijst dat er in de buurt van rook altijd voor is.



HET GERUCHT, DEEL 2

Bordeaux, gisterochtend 7.00 uur. ‘Delgado drogué? De Franse kranten openen met het gerucht dat nog steeds een gerucht is. Wel of geen vraagteken achter de knallende koppen is de indicatie hoe serieus de betreffende krant is. Niet meer en niet minder.

l’Equipe houdt zich redelijk op de vlakte, gebruikt veel van die vraagtekens en houdt het bij veronderstellingen. Een Zwitserse collega vertelt dat in zijn krant (Blick) vandaag keihard het bericht staat dat Steven Rooks straks in Ruelle-sur-Touvre in de gele trui vertrekt. Beroepsernst wordt in het gevecht van honderden opgejaagde journalisten om ‘Het Grote Nieuws’ blijkbaar niet overal gelijk ingeschat.

Het Mercure-hotel, 9.10 uur. Jan Gisbers ligt nog op bed. Met grote wallen onder zijn ogen doet hij open. De ploegleider van Gert-Jan Theunisse beweert nog steeds nergens van te weten. ,,Bovendien’’, zegt hij, ,,áls het gerucht waar blijkt te zijn, áls met de namen van Delgado en Theunisse inderdaad de juiste personen zijn genoemd, dan zijn er grove procedurefouten gemaakt. Eerst horen wij ingelicht te worden, dan pas de pers.’’

Het Sofitel, 10.08 uur. Xavier Louy, directeur van de Societé du Tour de France, ontbijt met een zware afvaardiging van de PDM-ploeg. Jan Gisbers, manager Manfred Krikke en pr-man Harry Jansen wensen daar even later verder niet op in te gaan. We stellen enkele directe vragen, maar krijgen slechts ontwijkende antwoorden. Het gevoel groeit dat er een spelletje met ons wordt gespeeld, dat de hele dopingaffaire in de doofpot wordt gestopt. ,,Er komt’’, zo zeggen de heren resoluut, ,,geen communiqué uit, want het gerucht zal een gerucht blijven.’’

Mercure, 10.20 uur. Gert-Jan Theunisse praat zijn mond voorbij en roept dat er donderdag een contra-expertise komt. Als er een tweede controle komt is hij dus inderdaad positief bevonden in Morzine, toen het lot hem voor de dopingcontrole aanwees. De renner wordt, voordat hij hier verder op in kan gaan, bij zijn kraag gegrepen en door de ploegleiding een kamer ingeduwd. Even eerder heeft hij verteld dat hij de hele nacht over de gang van het hotel heeft gedwaald en bovendien geroepen dat een renner die echt doping gebruikt wat hem betreft levenslang geschorst moet worden.

Sofitel, 12.15 uur. Terwijl het grootste gedeelte van de Tourkaravaan al op weg is naar de 127 kilometer verderop gelegen startplaats Ruelle-sur-Touvre, maakt de ploegleider van Pedro Delgado, José-Miguel Echavarri, eindelijk een einde aan in elk geval één van de twee geruchten. Op het moment dat ze bij PDM nog steeds een en al geheimzinnigheid zijn, geeft Echavarri toe dat hij officieel heeft vernomen dat Pedro Delgado positief is bevinden.

Ruelle-sur-Touvre, 14.20 uur. Gert-Jan Theunisse is aan de aandacht van de ploegleiding ontsnapt en zegt dat er advocaten onderweg zijn om zijn belangen te behartigen. Vertwijfeld vraagt hij zich nog steeds af hoe een en ander mogelijk is. ,,Tijdens de Giro heb ik een spierscheuring opgelopen, maar die is alleen met fysiotherapie behandeld. Ik heb op dezelfde manier naar de Tour toegeleefd als Steven Rooks. Onze soigneur, Bertus Fok, heeft alles opgeschreven en niemand begrijpt er iets van. Als ik positief ben zou Steven dat toch ook moeten zijn?’’

Limoges, 19.23 uur. In de perszaal bij de finish van de door Gianni Bugno gewonnen 18de etappe sijpelt door dat de NOS in Nederland een interview heeft opgenomen met de Nijmeegse dopingspecialist professor Van Rossum. In dat televisiegesprek, zo verzekert Mart Smeets ons, vertelt hij dat hij op verzoek van PDM vandaag aanwezig zal zijn bij de contra-expertise van de urinemonsters van Gert-Jan Theunisse in Parijs. We confronteren Jan Gisbers hiermee, maar die blijft beweren dat hij officieel nog steeds niets van een positieve dopinguitslag van zijn renner weet.

Limoges, 21.45 uur. Uit betrouwbare bron vernemen we dat Manfred Krikke zich tegen iemand heeft laten ontvallen waarom er vandaag zo tegen de pers is gelogen. Het zou allemaal te maken hebben met een brief die onderweg is om voor Theunisse nog te redden wat er te redden valt. Een Parijse advocaat stelt in die brief de Tourdirectie verantwoordelijk voor het vroegtijdig uitlekken van een en ander.

Limoges, 22.17 uur. Opnieuw gonst het in de perszaal van de geruchten. Er zouden nog veel meer renners zijn betrapt. Het aantal groeit met de minuut. Een wildwest van speculaties. Wie is de volgende? De gedachten gaan terug naar 1983, naar die dopingrel rond Joop Zoetemelk, eveneens kort voor de rit naar de Puy de Dôme. ‘Softjunks koersen richting Puy de Dope’, schreef een collega toen. De geschiedenis lijkt zich te herhalen.

Bessenes, 0.45 uur. Op de hotelkamer bladeren we een stapel perscommuniqués van de 20ste juli door, om voor de laatste keer voor het slapen gaan te controleren of er niet toch één papiertje tussen zit waarin de Tourleiding zelf eindelijk eens uitlegt wat er nu allemaal aan de hand is. Dat is niet het geval. Maar het oog valt wel op een andere mededeling. Een verzorger van de ploeg van Jan Raas heeft vandaag buiten zijn schuld om een 6-jarig jongetje doodgereden. Wellicht overmand door het feit dat zojuist onze verjaardag ongemerkt is omgevlogen en dat er thuis een zoontje van dezelfde leeftijd zit, ga je dan relativeren en vraag je je opeens in alle redelijkheid af wat je de hele dag hebt zitten doen. Alsof er niets belangrijkers meer op wereld was dan het spitten in de dopingperikelen van de Tour.



BELOGEN EN BEDROGEN

Niet de president van de Tourjury, de Italiaan Mario Prece, zelfs niet de eigen ploegleiding, maar twee journalisten, John Linse van Sport International en ondergetekende, brachten Gert-Jan Theunisse gisteravond om 21.10 uur op kamer 405 van het Mercure-hotel in Clermont Ferrand op de hoogte: Delgado niet gestraft, hij wel. Theunisse luisterde vol ongeloof.

Eenzaam en alleen ligt hij op bed. Steven Rooks wordt elders gemasseerd en de ploegleiding wordt beneden in het café door een andere journalist (van l’Equipe) verteld wat de mededeling was die even eerder in het perscentrum werd gedaan.

Theunisse luistert naar onze uitleg over het hoe en waarom Delgado straks in het geel Parijs mag binnen rijden en waarom hij tien minuten straftijd, 10.000 Zwitserse francs boete en terugzetting naar de laatste plaats in de rituitslag naar Morzine heeft gekregen.

Zijn mond gaat steeds verder open en zijn eerste reactie is: ,,Zo redden ze de Tour en daarvoor moet ik nu boeten. Ze lijken wel gek! Als ik het goed begrijp ben ik nu opeens de zondebok. Op die manier hoeft het fietsen voor mij niet meer. Als er dergelijke spelletjes worden gespeeld… Er wordt nu gewoon om mij gelachen. Zo van we maken die Theunisse positief, dan kunnen we Delgado en de Tour nog redden. Theunisse staat immers slechts vierde in het klassement, dat is niet zo erg.’’

Een lange stilte dan op kamer 405. Hij moet de klap verwerken, denkt na en zegt: ,,Als het aan mij ligt pak ik mijn koffer en ga nu meteen naar huis. Het interesseert me allemaal totaal niets meer wat er verder nog gebeurt. De onrechtvaardigheid wordt alleen bij de zwakkeren gelegd. En die zwakkere zal ik dan wel zijn. Alles heb ik voor de wielersport opgeofferd. Dag en nacht ben ik ermee bezig. Heel lang heb ik moeten knokken voor erkenning. Eindelijk had ik die gevonden. Eindelijk leek al het getob voorbij. En dan nu dit. Om gek van te worden.’’

,,Altijd heb ik geroepen dat een renner die gepakt wordt, wat mij betreft voor zijn leven geschorst mag worden. Ik ben een van de grootste tegenstanders van doping in het peloton en juist ik word nu geslachtofferd. Ik doe al dagen geen oog meer dicht. Ik ben vandaag ook puur op agressie de Puy-de-Dôme opgereden. Was ik maar bij de eerste twee geëindigd, want ik wil dolgraag nog een keer naar de dopingcontrole. Dan pies ik die hele caravan onder! Ik moet geflikt zijn, het kan niet anders.’’

,,Misschien rijd ik de Tour nog uit, misschien ook niet. Maar aan het einde van het seizoen stop ik met de wielersport. Dit is het mij allemaal niet meer waard. Natuurlijk ben ik nu emotioneel, maar ik meen dit wel degelijk serieus. Ik weet niet of ik deze klap nog te boven kom. Als Delgado ook straf had gekregen was het allemaal niet zo erg geweest. Dan had in elk geval Steven nog de Tour gewonnen. Rooks is een van mijn beste vrienden, dus dan was er tenminste nog iets geweest.’’

We laten Gert-Jan Theunisse tenslotte alleen met zijn emoties en lopen op de gang tegen Steven Rooks op. Hij reageert op dezelfde manier als zijn vriend. ,,Dit is toch geen normale zaak meer, hier klopt niets meer van.’’

Rooks gaat verdwaasd op de trap zitten en zegt dat het in principe beter is als Delgado en niet hij gewoon de Tour wint. Samen hebben zei immers keihard gevochten, Delgado en hij. En de Spanjaard was de beste. We zeggen hem dan dat Gert-Jan Theunisse nog steeds alleen in bed zijn ‘verdriet’ zit te verwerken, dat hij nog slechts bezoek heeft gehad van ons, die twee journalisten. Rooks spoedt zich onmiddellijk naar kamer 405.

Pas daarna arriveert de ploegleiding, met in zijn kielzog een hele horde mediamensen. De hel breekt dan opeens uit, de kamerdeur gaat meteen op slot en even later alleen maar even open voor een ineen gedoken Italiaan met op zijn roodwitte sweatshirt, het embleem van de internationale wielrenunie UCI. Het is Mario Prece.

De president van de jury hier in de Tour wordt door pr-man Harrie Jansen van PDM, naar binnen gesleurd. Nieuwsgierig persvolk legt zijn oren tegen het hout te luister.

De soigneur van de ploeg, Bertus Fok, ziet het ontdaan aan en begint ons uit te schelden. We zijn dagenlang door alles en iedereen rond PDM belogen en bedrogen, maar nu zijn we, zo schreeuwt hij, rioolratten.

zondag 20 januari 2013

Waarom kreeg ik alleen maar pilletjes en geen injecties?

De Tour de France van 1997. De voorbereiding was allesbehalve goed. Ik kwam met een hardnekkige keelontsteking en koorts terug uit de Ronde van Zwitserland. Nee, niet als wielrenner, maar als ambitieuze en hardwerkende journalist. Wat is daar mis mee? Ook al komen we in geen enkel klassement voor, ook journalisten willen altijd koste wat het kost Parijs halen.

Ik had eigenlijk helemaal niet naar Rouen, beginpunt van die Ronde, mogen vertrekken. De huisarts drong er bij terugkeer uit Zwitserland op aan om toch vooral even uit te zieken. Maar ik moest en zou meteen doorgaan naar het Nederlands kampioenschap. En mijn krant verwachtte bovendien mooie voorverhalen van me.

Dus slikte ik zoveel mogelijk pillen om de koorts te dempen en schreef paginagrote verhalen over Rabobank-troef Peter Luttenberger. Over ploegbaas Jan Raas. Over Bjarne Riis, die zijn Tourzege van het jaar ervoor een vervolg wilde geven. Over Mario Cipollini, de sprintende ijdeltuit aller ijdeltuiten. Over wat er in die tijd zoal aan dopingproducten in zwang was en wat wel en wat niet opgespoord kon worden. En over weet ik wat allemaal, het was in elk geval veel.

Nog even het Nederlands kampioenschap en op naar Rouen. Mijn maatje Johan Woldendorp vroeg nog of ik het zeker wist, want afreizen naar de Ronde van Frankrijk is een soort point of no return. Zit je er een keer in, dan is opgeven geen optie meer. Het was niet de eerste keer dat ik me niet lekker voelde. Jaren daarvoor werd ik tijdens de Tour overvallen door hardnekkige diarree, die maar niet te stoppen was. Totdat ‘ome Jean’ zich ermee ging bemoeien. ‘Kom maar even mee naar mij kamer’, zei hij indertijd, ‘dan geef ik je wel iets waar je van opknapt’.

Ome Jean was wijlen Jean Nelissen, gewaardeerd verslaggever van de NOS, een amusante causeur, die uren kon vertellen over die mooie oude tijd. Als je na een lange, zware werkdag bij hem aan tafel schoof, wist je dat de avond in gelach zou eindigen. Met verbazing keek ik die avond toe hoe hij een van zijn koffertjes opende. Het zat vol met pilletjes en drankjes. ‘Hier kan ik het hele peloton mee in koers houden, dus jou ook’, lachte hij.

Jean pakte een flesje, liet wat druppeltjes van het spul op een suikerklontje vallen en gaf het aan mij. Al een uurtje later voelde ik mij een stuk beter. Ik hoefde ook niet meer voortdurend naar de wc te rennen, als ik dat wondermiddeltje maar bleef slikken.

Johan vond mij de dagen erna een wel erg gezellige reisgenoot. Alleen was ik nogal sloom en dat was hij niet van zijn altijd hollende en vliegende, drukke collega gewend. Bovendien keek ik toch wel een beetje raar uit mijn ogen. Stiekem vroeg hij aan Jean wat zijn recept was. ‘Homeopathische druppels cocaïne’, fluisterde hij hem in het oor, ‘maar waag het niet aan Guido te vertellen’. Ik vroeg er niet eens naar, vond het best zo.



Maar in die Tour van 1997 was Jean Nelissen er voor het eerst niet meer bij. En dus moest ik op zoek naar iemand anders die mij ‘in koers’ kon houden. Dokter Nicolas Terrados, ploegarts van ONCE, leek me wel een geschikte vent. Hij wilde me ook wel helpen, schreef me een kuurtje voor. Maar ik werd alleen maar zieker en zieker. Ten einde raad zocht ik tenslotte ook Geert Leinders, de ploegarts van de Rabobank, op. Ook hij gaf me pilletjes. ‘Maar’, zei hij, ‘als die niet binnen twee dagen helpen moet u echt naar de kliniek’.

Ziek aan de Tour beginnen, geen tijd meer krijgen om te genezen, en toch maar door blijven gaan, tja, dan kun je wachten op de klap. Het laatste wat ik me van die Tour de France kan herinneren is de geweldige etappezege van Marco Pantani op Alpe d’Huez. Daarna ging letterlijk het licht uit. Ik stikte!

De EHBO was gelukkig snel ter plaatse. Ik kreeg een zuurstofmasker op mijn mond en de inderhaast opgetrommelde arts scheurde mijn hemd open. Gelukkig was het geen hartinfarct, blijkbaar was de virusinfectie op mijn luchtwegen geslagen. De helikopter bracht me met spoed naar een ziekenhuis in Geneve, waar ik nog even bij moest komen voordat ik terug naar Dordrecht kon. Daar keken de artsen elkaar hoofdschuddend aan toen ze de pillen zagen die ik van de twee Tourdokters had gekregen.

Jaren later bleek dat mijn ‘goede vriend’ Nicolas Terrados een belangrijke spil was in het Spaanse EPO-netwerk. Hij verdween zelfs in de gevangenis. En nu wordt ook Geert Leinders genoemd als de man die zijn renners aan de EPO praatte en ze ook ‘inspoot’.

Natuurlijk, we zijn nu bijna 15 jaar verder en je moet mensen kunnen vergeven. Maar het uitvallen in die Tour van 1997 is voor mij nog steeds het absolute dieptepunt van al die vele jaren dat ik heb ‘meegedaan’ aan de Ronde van Frankrijk.

‘Waarom’?, vraag ik mij anno 2013 dan ook verbolgen af, ‘waarom dokter Nicolas Terrados, waarom, waarde Geert Leinders, hebben jullie mij toen ook niet gewoon een van die injecties gegeven? Waarom werd ik met wat ‘simpele’ pilletjes het bos in gestuurd? Klassenjustitie! Hey, Terrados en Leinders, ik had in die Tour ook gewoon Parijs willen halen’!

vrijdag 18 januari 2013

Dromen over Piet Kleine

Na een paar dagen vorst is Nederland traditioneel alweer bevangen van de Elfstedenkoorts. Hoewel ik als verslaggever de Tocht der Tochten drie keer (1985, 1986 en 1997) met veel plezier heb mogen verslaan, is de aanleiding voor dit stukje een geheel andere. Ik heb de afgelopen nacht immers gedroomd van Piet Kleine en ik probeer die toch wel rare droom nu al schrijvende te duiden.



Ik heb in al die jaren altijd genoten van Piet, olympisch kampioen op de tien kilometer, wereldkampioen allround én Nederlands kampioen marathonschaatsen. Een flegmatieke man, wars van publiciteit, maar desondanks altijd een geduldige en vooral aardige gesprekspartner.

Piet Kleine, multi-talent, krachtpatser pur sang, oermens, was een monument voor de sport en… voor wat toen nog gewoon PTT heette. Ondanks al zijn successen bleef Piet bijna dagelijks zo’n veertig kilometer van dorp naar dorp fietsen om brieven te bezorgen, want Piet genoot van en was trots op zijn eerzame beroep: dat van postbode.

Twee weken geleden bleek dat een pakketje met flyers over mijn petitie ‘Stop de bezuinigingen in de zorg’, ondanks voldoende frankering, niet op de plaats van bestemming was aangekomen. Gewoon zoekgeraakt!

Vorige week volgde ik een bestelling via Track & Trace, want dat kan tegenwoordig, de techniek staat voor niets, en zag dat die ergens tussen 13.00 en 16.30 uur zou worden bezorgd. Dus moest de hond maar even wachten op zijn middagwandeling. Maar er kwam niets en niemand! Om 21.30 uur ’s-avonds ging de bel. Ik schrok. Bekenden weten dat ze rond die tijd zachtjes op het raam moeten kloppen, omdat anders mijn kind wakker kan worden. Het was de postbode, met het voor veel eerder aangekondigde pakketje.

Gisteren moest ik verantwoordingsformulieren voor de zorg van mijn kind invullen. De ontvanger drukte mij telefonisch op het hart die deze keer toch in elk geval ‘aangetekend’ (en dus een heel stuk duurder) op te sturen, want: ‘U moest eens weten meneer hoeveel post er tegenwoordig zoek raakt en wat voor problemen dat tot gevolg heeft’. Ze voegde er nog aan toe dat ik zelfs dan volgende week beter ook nog even kon bellen of e.e.a. was aangekomen.

Het deed me denken aan dat artikel in de krant, enkele weken geleden. Daarin stond dat de brancheorganisatie van juweliers en edelsmeden haar leden adviseert om niet meer in zee te gaan met PostNL, zoals dat deel van de PTT tegenwoordig heet. Steeds vaker, zo zei een vertegenwoordiger van die brancheorganisatie, komen pakjes met kostbare inhoud, zelfs als ze aangetekend zijn verstuurd, niet aan.

Vanaf 15 januari 1799 was de postbezorging een staatsaangelegenheid. Dat bleef het tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen noemde men de PTT opeens log en inefficiënt. Privatisering werd het nieuwe toverwoord. Het kan niet toevallig zijn dat daarna reorganisatie op reorganisatie volgde. ‘Om te voldoen aan de marktwerking’ was en is telkens de verklaring. En dus werden bij het huidige PostNL duizenden postbodes ontslagen, terwijl topman Peter Bakker in 2011 gewoon 5,4 miljoen euro als vertrekpremie mee kreeg.

Privatisering, ik heb er geen verstand van, maar de praktijk leert wel dat het met die verzelfstandiging van wat ooit overheidsdiensten waren niet altijd even goed gaat. Ook in de energiesector werden topsalarissen en bonussen opeens een onderdeel van de dagelijkse gang van zaken. Midden jaren negentig werden Pro Rail en NS uit elkaar gehaald. Iedereen die wel eens met de trein reist kent de gevolgen daarvan. Ik zal het in dit verband maar niet hebben over mijn angsten met betrekking tot de privatisering in de zorg, want ik wil me beperken tot het duiden van mijn droom, al heeft dit er blijkbaar allemaal wel mee te maken.

Hier bij mij in Dordrecht wordt er op maandag geen post meer bezorgd. Op zaterdag is het ook opvallend stil. Steeds vaker valt er pas ‘s-avonds ook de gewone post in mijn brievenbus. Deze week was Robin, de dochter van een dierbare vriendin, jarig. Het is traditie dat ze op die dag van mij per post een pakketje met cadeautjes krijgt. Pfff…gelukkig ging het goed, ik was blij om te horen dat het was aangekomen.

Tijdens de Ster-reclame zie ik een spot van PostNL voorbij komen. Daarin worden moeders opgeroepen om, tussen de zorg voor hun kinderen en het huishoudelijke werk door, ook nog even snel de post te bezorgen. Ik weet niet wat moeders met jonge kinderen hiervan denken, maar op mij komt het over alsof ze anders niets te doen zouden hebben.

Mijn pakjesbezorger is een hoogbejaarde man. En, ik spreek het voorzichtig en met respect uit, maar het is wel zo, onlangs stond er een zwakbegaafde brievenbezorger voor mijn deur, die even niet begreep waar de getallen en letters van de postcode voor stonden. Prachtig als PostNL opkomt voor deze mensen in onze samenleving, maar ik vrees dat hier verdere kostenbesparing de enige reden voor is.

Wat een droom al niet voor gedachten los kan maken.

‘It giet oan’, want zo begon die droom. Ja hoor, in 2013 is het dus eindelijk echt zover. In de kooi voor de start staan de briesende helden van deze tijd te trappelen van ongeduld. Maar wie staat daar onverstoorbaar voor zich uit staren, midden tussen al dat jonge, fanatieke bloed? Juist ja, Piet Kleine, een zestiger tegenwoordig, maar nog steeds dat oermens.

Deze keer slaat hij geen enkele stempelpost over. Hij schaatst en schaatst en schaatst als nooit tevoren. En natuurlijk wint hij, want daarom is het een droom.

Olympisch kampioen, wereldkampioen en nu ook de glorieuze winnaar van de Elfstedentocht; na afloop vraagt de verslaggever hem of hij nu nog iets te wensen heeft. Piet hijgt even uit, recht dan zijn schouders en kijkt met die markante, knoertharde kop van hem recht in de camera.



“Ja hoor, dat het vak van postbode weer in ere wordt hersteld!”