donderdag 24 januari 2013

Belogen en bedrogen

Voor degenen die, naar aanleiding van 'de notitieblok' van Bertus Fok vandaag op de voorpagina in De Volkskrant over Rooks, Theunisse en doping, terug willen lezen hoe het indertijd was voor de journalisten in die Tour: drie stukjes uit mijn dagboek dat ik toen, naast de ‘gewone’ verslaggeving, bijhield voor mijn krant. Over drie dol-dwaze dagen, waarin er niet eens tijd was om rustig te eten en er van hot naar her werd gescheurd, want er waren opeens zoveel vraagtekens en die wilden we beantwoord zien. Maar we werden bedreigd met rechtszaken, moesten elk woord op een weegschaal leggen en waren bovendien rioolratten. Wat zijn we, zo blijkt nu nog maar eens, belogen en bedrogen…

HET GERUCHT, DEEL 1

Bordeaux gisteravond 20.14 uur. De schrijfmachines in het perscentrum van de 75ste Tour de France houden plotseling op met ratelen. De derde etappeoverwinning van Jean-Paul van Poppel is opeens niet belangrijk meer, wanneer een Fransman vertelt dat Pedro Delgado en Gert-Jan Theunisse betrapt zouden zijn op het gebruik van doping.

Antenne 2 heeft het gerucht de wereld in geholpen en aangezien het niet om een of andere regionale omroep of dito krant gaat, maar om hét televisiestation van de Tour, klonten journalisten samen en proberen nog voor sluitingstijd van de krant bevestiging van het nieuws te krijgen.

Spanjaarden vliegen naar hun auto’s en racen naar het hotel van hun ‘Perico’. Daar blijkt dat de hele ploeg van Delgado is verdwenen. Andere formaties zitten nog aan tafel. Bij de balie ligt een telegram voor Delgado en zijn ploegleider José-Miguel Echavarri, maar van de Reynolds-equipe is niemand te bekennen. ,,Het zou niet leuk zijn om zo de Tour te winnen’’, zegt Steven Rooks. Zijn ‘maatje’ Gert-Jan Theunisse is even onvindbaar?

Bordeaux, 21.02 uur. Nog meer beroering in de perszaal. De perschef van de Tour, Claude Sudres, komt de snikhete oven binnen. Iedereen sprint op hem af om het grote nieuws te horen, maar Sudres, houdt zich op de vlakte. ,,Directeur-generaal Jean-Pierre Courcol’’, zegt Sudres, ,,heeft mij hierheen gestuurd om jullie in te lichten over het gerucht rond Delgado.’’

De naam Theunisse wordt niet genoemd. Sudres: ,,De Tourdirectie heeft kennis genomen van het gerucht, maar heeft geen officieel commentaar.’’ De perschef belooft dat er, indien zijn bazen ook maar iets vernemen dat het gerucht zou bevestigen, er voor de start van de achttiende etappe de volgende dag in het 127 kilometer verderop gelegen Ruelle-sur-Touvre, een communiqué zal worden uitgegeven. Hij bevestigt alleen dat het gerucht dat de ronde doet, zou gaan over de etappe naar Guzet-Neige.

Bordeaux, 22.03 uur. De perszaal is nagenoeg verlaten. De ochtendbladen kunnen niets meer doen, de krant moest ‘zakken’. Journalisten van middagbladen wachten, tegen beter weten in, op verder nieuws. Dat blijft uit. En dus wordt er opnieuw naar de rennershotels gereden. Daar blijkt een Franse collega zowaar Delgado te hebben gesproken. ,,Ik ben’’, heeft de renner tegen hem gezegd, ,,al zo vaak gecontroleerd in deze Tour. Als het gerucht waar zou zijn had ik al veel eerder gepakt moeten worden.’’

Jan Gisbers, de ploegleider van Theunisse en Rooks, wil liever niet reageren. ,,Als het waar zou zijn is de Tour kapot. Zelfs al wint Steven Rooks dan de Ronde, dan nog kunnen we beter naar huis gaan. Ik kan me absoluut niet voorstellen dat Theunisse iets heeft gepakt, terwijl hij weet dat hij naar de dopingcontrole moet. Er zijn altijd van die rare geruchten. In de Giro hoorde ik opeens dat Adri van der Poel na Luik-Bastenaken-Luik positief zou zijn bevonden. Ach, als ik alles moet geloven zijn er in België alleen al wel tweehonderd dopinggevallen per jaar.’’

Bordeaux, 23.45 uur. Archieven worden nageplozen. Mocht het gerucht werkelijkheid worden dan moet er snel op worden ingespeeld. Gezocht wordt naar het jaar 1978, toen Michel Pollentier in de gele trui, boven op de Alpe d’Huez, werd betrapt tijdens een frauduleuze handeling bij de dopingcontrole. Pollentier had een ‘peertje’ onder zijn oksel verborgen met ‘schone’ urine. Gekeken wordt ook naar 1979, toen onze eigen Joop Zoetemelk werd gedeclasseerd na een positieve reactie op de dopingcontrole.

Bordeaux, vanmorgen 12.00 uur. Nog steeds geen bevestiging. Het gerucht blijft vooralsnog een gerucht. En stilaan groeit de hoop dat dit zo mag blijven ook. Wat zou het een blunder zijn van Antenne 2 als het uit de lucht gegrepen is. Maar wat is het jammer als het gerucht straks werkelijkheid zou worden. Dan wordt er toch wel een erg grauwe sluier getrokken over deze 75ste Ronde van Frankrijk. Over deze Tour die zo mooi verliep. Voor de Nederlanders en voor Pedro Delgado, die niet alleen in de rit naar Guzet-Neige aantoonde de beste te zijn.

Hoeveel is een eventuele eindzege van Steven Rooks dan nog waard? Het wachten is op verder nieuws en het goede nieuws zal dat nieuws zijn, dat voor deze ene keer eens niet bewijst dat er in de buurt van rook altijd voor is.



HET GERUCHT, DEEL 2

Bordeaux, gisterochtend 7.00 uur. ‘Delgado drogué? De Franse kranten openen met het gerucht dat nog steeds een gerucht is. Wel of geen vraagteken achter de knallende koppen is de indicatie hoe serieus de betreffende krant is. Niet meer en niet minder.

l’Equipe houdt zich redelijk op de vlakte, gebruikt veel van die vraagtekens en houdt het bij veronderstellingen. Een Zwitserse collega vertelt dat in zijn krant (Blick) vandaag keihard het bericht staat dat Steven Rooks straks in Ruelle-sur-Touvre in de gele trui vertrekt. Beroepsernst wordt in het gevecht van honderden opgejaagde journalisten om ‘Het Grote Nieuws’ blijkbaar niet overal gelijk ingeschat.

Het Mercure-hotel, 9.10 uur. Jan Gisbers ligt nog op bed. Met grote wallen onder zijn ogen doet hij open. De ploegleider van Gert-Jan Theunisse beweert nog steeds nergens van te weten. ,,Bovendien’’, zegt hij, ,,áls het gerucht waar blijkt te zijn, áls met de namen van Delgado en Theunisse inderdaad de juiste personen zijn genoemd, dan zijn er grove procedurefouten gemaakt. Eerst horen wij ingelicht te worden, dan pas de pers.’’

Het Sofitel, 10.08 uur. Xavier Louy, directeur van de Societé du Tour de France, ontbijt met een zware afvaardiging van de PDM-ploeg. Jan Gisbers, manager Manfred Krikke en pr-man Harry Jansen wensen daar even later verder niet op in te gaan. We stellen enkele directe vragen, maar krijgen slechts ontwijkende antwoorden. Het gevoel groeit dat er een spelletje met ons wordt gespeeld, dat de hele dopingaffaire in de doofpot wordt gestopt. ,,Er komt’’, zo zeggen de heren resoluut, ,,geen communiqué uit, want het gerucht zal een gerucht blijven.’’

Mercure, 10.20 uur. Gert-Jan Theunisse praat zijn mond voorbij en roept dat er donderdag een contra-expertise komt. Als er een tweede controle komt is hij dus inderdaad positief bevonden in Morzine, toen het lot hem voor de dopingcontrole aanwees. De renner wordt, voordat hij hier verder op in kan gaan, bij zijn kraag gegrepen en door de ploegleiding een kamer ingeduwd. Even eerder heeft hij verteld dat hij de hele nacht over de gang van het hotel heeft gedwaald en bovendien geroepen dat een renner die echt doping gebruikt wat hem betreft levenslang geschorst moet worden.

Sofitel, 12.15 uur. Terwijl het grootste gedeelte van de Tourkaravaan al op weg is naar de 127 kilometer verderop gelegen startplaats Ruelle-sur-Touvre, maakt de ploegleider van Pedro Delgado, José-Miguel Echavarri, eindelijk een einde aan in elk geval één van de twee geruchten. Op het moment dat ze bij PDM nog steeds een en al geheimzinnigheid zijn, geeft Echavarri toe dat hij officieel heeft vernomen dat Pedro Delgado positief is bevinden.

Ruelle-sur-Touvre, 14.20 uur. Gert-Jan Theunisse is aan de aandacht van de ploegleiding ontsnapt en zegt dat er advocaten onderweg zijn om zijn belangen te behartigen. Vertwijfeld vraagt hij zich nog steeds af hoe een en ander mogelijk is. ,,Tijdens de Giro heb ik een spierscheuring opgelopen, maar die is alleen met fysiotherapie behandeld. Ik heb op dezelfde manier naar de Tour toegeleefd als Steven Rooks. Onze soigneur, Bertus Fok, heeft alles opgeschreven en niemand begrijpt er iets van. Als ik positief ben zou Steven dat toch ook moeten zijn?’’

Limoges, 19.23 uur. In de perszaal bij de finish van de door Gianni Bugno gewonnen 18de etappe sijpelt door dat de NOS in Nederland een interview heeft opgenomen met de Nijmeegse dopingspecialist professor Van Rossum. In dat televisiegesprek, zo verzekert Mart Smeets ons, vertelt hij dat hij op verzoek van PDM vandaag aanwezig zal zijn bij de contra-expertise van de urinemonsters van Gert-Jan Theunisse in Parijs. We confronteren Jan Gisbers hiermee, maar die blijft beweren dat hij officieel nog steeds niets van een positieve dopinguitslag van zijn renner weet.

Limoges, 21.45 uur. Uit betrouwbare bron vernemen we dat Manfred Krikke zich tegen iemand heeft laten ontvallen waarom er vandaag zo tegen de pers is gelogen. Het zou allemaal te maken hebben met een brief die onderweg is om voor Theunisse nog te redden wat er te redden valt. Een Parijse advocaat stelt in die brief de Tourdirectie verantwoordelijk voor het vroegtijdig uitlekken van een en ander.

Limoges, 22.17 uur. Opnieuw gonst het in de perszaal van de geruchten. Er zouden nog veel meer renners zijn betrapt. Het aantal groeit met de minuut. Een wildwest van speculaties. Wie is de volgende? De gedachten gaan terug naar 1983, naar die dopingrel rond Joop Zoetemelk, eveneens kort voor de rit naar de Puy de Dôme. ‘Softjunks koersen richting Puy de Dope’, schreef een collega toen. De geschiedenis lijkt zich te herhalen.

Bessenes, 0.45 uur. Op de hotelkamer bladeren we een stapel perscommuniqués van de 20ste juli door, om voor de laatste keer voor het slapen gaan te controleren of er niet toch één papiertje tussen zit waarin de Tourleiding zelf eindelijk eens uitlegt wat er nu allemaal aan de hand is. Dat is niet het geval. Maar het oog valt wel op een andere mededeling. Een verzorger van de ploeg van Jan Raas heeft vandaag buiten zijn schuld om een 6-jarig jongetje doodgereden. Wellicht overmand door het feit dat zojuist onze verjaardag ongemerkt is omgevlogen en dat er thuis een zoontje van dezelfde leeftijd zit, ga je dan relativeren en vraag je je opeens in alle redelijkheid af wat je de hele dag hebt zitten doen. Alsof er niets belangrijkers meer op wereld was dan het spitten in de dopingperikelen van de Tour.



BELOGEN EN BEDROGEN

Niet de president van de Tourjury, de Italiaan Mario Prece, zelfs niet de eigen ploegleiding, maar twee journalisten, John Linse van Sport International en ondergetekende, brachten Gert-Jan Theunisse gisteravond om 21.10 uur op kamer 405 van het Mercure-hotel in Clermont Ferrand op de hoogte: Delgado niet gestraft, hij wel. Theunisse luisterde vol ongeloof.

Eenzaam en alleen ligt hij op bed. Steven Rooks wordt elders gemasseerd en de ploegleiding wordt beneden in het café door een andere journalist (van l’Equipe) verteld wat de mededeling was die even eerder in het perscentrum werd gedaan.

Theunisse luistert naar onze uitleg over het hoe en waarom Delgado straks in het geel Parijs mag binnen rijden en waarom hij tien minuten straftijd, 10.000 Zwitserse francs boete en terugzetting naar de laatste plaats in de rituitslag naar Morzine heeft gekregen.

Zijn mond gaat steeds verder open en zijn eerste reactie is: ,,Zo redden ze de Tour en daarvoor moet ik nu boeten. Ze lijken wel gek! Als ik het goed begrijp ben ik nu opeens de zondebok. Op die manier hoeft het fietsen voor mij niet meer. Als er dergelijke spelletjes worden gespeeld… Er wordt nu gewoon om mij gelachen. Zo van we maken die Theunisse positief, dan kunnen we Delgado en de Tour nog redden. Theunisse staat immers slechts vierde in het klassement, dat is niet zo erg.’’

Een lange stilte dan op kamer 405. Hij moet de klap verwerken, denkt na en zegt: ,,Als het aan mij ligt pak ik mijn koffer en ga nu meteen naar huis. Het interesseert me allemaal totaal niets meer wat er verder nog gebeurt. De onrechtvaardigheid wordt alleen bij de zwakkeren gelegd. En die zwakkere zal ik dan wel zijn. Alles heb ik voor de wielersport opgeofferd. Dag en nacht ben ik ermee bezig. Heel lang heb ik moeten knokken voor erkenning. Eindelijk had ik die gevonden. Eindelijk leek al het getob voorbij. En dan nu dit. Om gek van te worden.’’

,,Altijd heb ik geroepen dat een renner die gepakt wordt, wat mij betreft voor zijn leven geschorst mag worden. Ik ben een van de grootste tegenstanders van doping in het peloton en juist ik word nu geslachtofferd. Ik doe al dagen geen oog meer dicht. Ik ben vandaag ook puur op agressie de Puy-de-Dôme opgereden. Was ik maar bij de eerste twee geëindigd, want ik wil dolgraag nog een keer naar de dopingcontrole. Dan pies ik die hele caravan onder! Ik moet geflikt zijn, het kan niet anders.’’

,,Misschien rijd ik de Tour nog uit, misschien ook niet. Maar aan het einde van het seizoen stop ik met de wielersport. Dit is het mij allemaal niet meer waard. Natuurlijk ben ik nu emotioneel, maar ik meen dit wel degelijk serieus. Ik weet niet of ik deze klap nog te boven kom. Als Delgado ook straf had gekregen was het allemaal niet zo erg geweest. Dan had in elk geval Steven nog de Tour gewonnen. Rooks is een van mijn beste vrienden, dus dan was er tenminste nog iets geweest.’’

We laten Gert-Jan Theunisse tenslotte alleen met zijn emoties en lopen op de gang tegen Steven Rooks op. Hij reageert op dezelfde manier als zijn vriend. ,,Dit is toch geen normale zaak meer, hier klopt niets meer van.’’

Rooks gaat verdwaasd op de trap zitten en zegt dat het in principe beter is als Delgado en niet hij gewoon de Tour wint. Samen hebben zei immers keihard gevochten, Delgado en hij. En de Spanjaard was de beste. We zeggen hem dan dat Gert-Jan Theunisse nog steeds alleen in bed zijn ‘verdriet’ zit te verwerken, dat hij nog slechts bezoek heeft gehad van ons, die twee journalisten. Rooks spoedt zich onmiddellijk naar kamer 405.

Pas daarna arriveert de ploegleiding, met in zijn kielzog een hele horde mediamensen. De hel breekt dan opeens uit, de kamerdeur gaat meteen op slot en even later alleen maar even open voor een ineen gedoken Italiaan met op zijn roodwitte sweatshirt, het embleem van de internationale wielrenunie UCI. Het is Mario Prece.

De president van de jury hier in de Tour wordt door pr-man Harrie Jansen van PDM, naar binnen gesleurd. Nieuwsgierig persvolk legt zijn oren tegen het hout te luister.

De soigneur van de ploeg, Bertus Fok, ziet het ontdaan aan en begint ons uit te schelden. We zijn dagenlang door alles en iedereen rond PDM belogen en bedrogen, maar nu zijn we, zo schreeuwt hij, rioolratten.

zondag 20 januari 2013

Waarom kreeg ik alleen maar pilletjes en geen injecties?

De Tour de France van 1997. De voorbereiding was allesbehalve goed. Ik kwam met een hardnekkige keelontsteking en koorts terug uit de Ronde van Zwitserland. Nee, niet als wielrenner, maar als ambitieuze en hardwerkende journalist. Wat is daar mis mee? Ook al komen we in geen enkel klassement voor, ook journalisten willen altijd koste wat het kost Parijs halen.

Ik had eigenlijk helemaal niet naar Rouen, beginpunt van die Ronde, mogen vertrekken. De huisarts drong er bij terugkeer uit Zwitserland op aan om toch vooral even uit te zieken. Maar ik moest en zou meteen doorgaan naar het Nederlands kampioenschap. En mijn krant verwachtte bovendien mooie voorverhalen van me.

Dus slikte ik zoveel mogelijk pillen om de koorts te dempen en schreef paginagrote verhalen over Rabobank-troef Peter Luttenberger. Over ploegbaas Jan Raas. Over Bjarne Riis, die zijn Tourzege van het jaar ervoor een vervolg wilde geven. Over Mario Cipollini, de sprintende ijdeltuit aller ijdeltuiten. Over wat er in die tijd zoal aan dopingproducten in zwang was en wat wel en wat niet opgespoord kon worden. En over weet ik wat allemaal, het was in elk geval veel.

Nog even het Nederlands kampioenschap en op naar Rouen. Mijn maatje Johan Woldendorp vroeg nog of ik het zeker wist, want afreizen naar de Ronde van Frankrijk is een soort point of no return. Zit je er een keer in, dan is opgeven geen optie meer. Het was niet de eerste keer dat ik me niet lekker voelde. Jaren daarvoor werd ik tijdens de Tour overvallen door hardnekkige diarree, die maar niet te stoppen was. Totdat ‘ome Jean’ zich ermee ging bemoeien. ‘Kom maar even mee naar mij kamer’, zei hij indertijd, ‘dan geef ik je wel iets waar je van opknapt’.

Ome Jean was wijlen Jean Nelissen, gewaardeerd verslaggever van de NOS, een amusante causeur, die uren kon vertellen over die mooie oude tijd. Als je na een lange, zware werkdag bij hem aan tafel schoof, wist je dat de avond in gelach zou eindigen. Met verbazing keek ik die avond toe hoe hij een van zijn koffertjes opende. Het zat vol met pilletjes en drankjes. ‘Hier kan ik het hele peloton mee in koers houden, dus jou ook’, lachte hij.

Jean pakte een flesje, liet wat druppeltjes van het spul op een suikerklontje vallen en gaf het aan mij. Al een uurtje later voelde ik mij een stuk beter. Ik hoefde ook niet meer voortdurend naar de wc te rennen, als ik dat wondermiddeltje maar bleef slikken.

Johan vond mij de dagen erna een wel erg gezellige reisgenoot. Alleen was ik nogal sloom en dat was hij niet van zijn altijd hollende en vliegende, drukke collega gewend. Bovendien keek ik toch wel een beetje raar uit mijn ogen. Stiekem vroeg hij aan Jean wat zijn recept was. ‘Homeopathische druppels cocaïne’, fluisterde hij hem in het oor, ‘maar waag het niet aan Guido te vertellen’. Ik vroeg er niet eens naar, vond het best zo.



Maar in die Tour van 1997 was Jean Nelissen er voor het eerst niet meer bij. En dus moest ik op zoek naar iemand anders die mij ‘in koers’ kon houden. Dokter Nicolas Terrados, ploegarts van ONCE, leek me wel een geschikte vent. Hij wilde me ook wel helpen, schreef me een kuurtje voor. Maar ik werd alleen maar zieker en zieker. Ten einde raad zocht ik tenslotte ook Geert Leinders, de ploegarts van de Rabobank, op. Ook hij gaf me pilletjes. ‘Maar’, zei hij, ‘als die niet binnen twee dagen helpen moet u echt naar de kliniek’.

Ziek aan de Tour beginnen, geen tijd meer krijgen om te genezen, en toch maar door blijven gaan, tja, dan kun je wachten op de klap. Het laatste wat ik me van die Tour de France kan herinneren is de geweldige etappezege van Marco Pantani op Alpe d’Huez. Daarna ging letterlijk het licht uit. Ik stikte!

De EHBO was gelukkig snel ter plaatse. Ik kreeg een zuurstofmasker op mijn mond en de inderhaast opgetrommelde arts scheurde mijn hemd open. Gelukkig was het geen hartinfarct, blijkbaar was de virusinfectie op mijn luchtwegen geslagen. De helikopter bracht me met spoed naar een ziekenhuis in Geneve, waar ik nog even bij moest komen voordat ik terug naar Dordrecht kon. Daar keken de artsen elkaar hoofdschuddend aan toen ze de pillen zagen die ik van de twee Tourdokters had gekregen.

Jaren later bleek dat mijn ‘goede vriend’ Nicolas Terrados een belangrijke spil was in het Spaanse EPO-netwerk. Hij verdween zelfs in de gevangenis. En nu wordt ook Geert Leinders genoemd als de man die zijn renners aan de EPO praatte en ze ook ‘inspoot’.

Natuurlijk, we zijn nu bijna 15 jaar verder en je moet mensen kunnen vergeven. Maar het uitvallen in die Tour van 1997 is voor mij nog steeds het absolute dieptepunt van al die vele jaren dat ik heb ‘meegedaan’ aan de Ronde van Frankrijk.

‘Waarom’?, vraag ik mij anno 2013 dan ook verbolgen af, ‘waarom dokter Nicolas Terrados, waarom, waarde Geert Leinders, hebben jullie mij toen ook niet gewoon een van die injecties gegeven? Waarom werd ik met wat ‘simpele’ pilletjes het bos in gestuurd? Klassenjustitie! Hey, Terrados en Leinders, ik had in die Tour ook gewoon Parijs willen halen’!

vrijdag 18 januari 2013

Dromen over Piet Kleine

Na een paar dagen vorst is Nederland traditioneel alweer bevangen van de Elfstedenkoorts. Hoewel ik als verslaggever de Tocht der Tochten drie keer (1985, 1986 en 1997) met veel plezier heb mogen verslaan, is de aanleiding voor dit stukje een geheel andere. Ik heb de afgelopen nacht immers gedroomd van Piet Kleine en ik probeer die toch wel rare droom nu al schrijvende te duiden.



Ik heb in al die jaren altijd genoten van Piet, olympisch kampioen op de tien kilometer, wereldkampioen allround én Nederlands kampioen marathonschaatsen. Een flegmatieke man, wars van publiciteit, maar desondanks altijd een geduldige en vooral aardige gesprekspartner.

Piet Kleine, multi-talent, krachtpatser pur sang, oermens, was een monument voor de sport en… voor wat toen nog gewoon PTT heette. Ondanks al zijn successen bleef Piet bijna dagelijks zo’n veertig kilometer van dorp naar dorp fietsen om brieven te bezorgen, want Piet genoot van en was trots op zijn eerzame beroep: dat van postbode.

Twee weken geleden bleek dat een pakketje met flyers over mijn petitie ‘Stop de bezuinigingen in de zorg’, ondanks voldoende frankering, niet op de plaats van bestemming was aangekomen. Gewoon zoekgeraakt!

Vorige week volgde ik een bestelling via Track & Trace, want dat kan tegenwoordig, de techniek staat voor niets, en zag dat die ergens tussen 13.00 en 16.30 uur zou worden bezorgd. Dus moest de hond maar even wachten op zijn middagwandeling. Maar er kwam niets en niemand! Om 21.30 uur ’s-avonds ging de bel. Ik schrok. Bekenden weten dat ze rond die tijd zachtjes op het raam moeten kloppen, omdat anders mijn kind wakker kan worden. Het was de postbode, met het voor veel eerder aangekondigde pakketje.

Gisteren moest ik verantwoordingsformulieren voor de zorg van mijn kind invullen. De ontvanger drukte mij telefonisch op het hart die deze keer toch in elk geval ‘aangetekend’ (en dus een heel stuk duurder) op te sturen, want: ‘U moest eens weten meneer hoeveel post er tegenwoordig zoek raakt en wat voor problemen dat tot gevolg heeft’. Ze voegde er nog aan toe dat ik zelfs dan volgende week beter ook nog even kon bellen of e.e.a. was aangekomen.

Het deed me denken aan dat artikel in de krant, enkele weken geleden. Daarin stond dat de brancheorganisatie van juweliers en edelsmeden haar leden adviseert om niet meer in zee te gaan met PostNL, zoals dat deel van de PTT tegenwoordig heet. Steeds vaker, zo zei een vertegenwoordiger van die brancheorganisatie, komen pakjes met kostbare inhoud, zelfs als ze aangetekend zijn verstuurd, niet aan.

Vanaf 15 januari 1799 was de postbezorging een staatsaangelegenheid. Dat bleef het tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen noemde men de PTT opeens log en inefficiënt. Privatisering werd het nieuwe toverwoord. Het kan niet toevallig zijn dat daarna reorganisatie op reorganisatie volgde. ‘Om te voldoen aan de marktwerking’ was en is telkens de verklaring. En dus werden bij het huidige PostNL duizenden postbodes ontslagen, terwijl topman Peter Bakker in 2011 gewoon 5,4 miljoen euro als vertrekpremie mee kreeg.

Privatisering, ik heb er geen verstand van, maar de praktijk leert wel dat het met die verzelfstandiging van wat ooit overheidsdiensten waren niet altijd even goed gaat. Ook in de energiesector werden topsalarissen en bonussen opeens een onderdeel van de dagelijkse gang van zaken. Midden jaren negentig werden Pro Rail en NS uit elkaar gehaald. Iedereen die wel eens met de trein reist kent de gevolgen daarvan. Ik zal het in dit verband maar niet hebben over mijn angsten met betrekking tot de privatisering in de zorg, want ik wil me beperken tot het duiden van mijn droom, al heeft dit er blijkbaar allemaal wel mee te maken.

Hier bij mij in Dordrecht wordt er op maandag geen post meer bezorgd. Op zaterdag is het ook opvallend stil. Steeds vaker valt er pas ‘s-avonds ook de gewone post in mijn brievenbus. Deze week was Robin, de dochter van een dierbare vriendin, jarig. Het is traditie dat ze op die dag van mij per post een pakketje met cadeautjes krijgt. Pfff…gelukkig ging het goed, ik was blij om te horen dat het was aangekomen.

Tijdens de Ster-reclame zie ik een spot van PostNL voorbij komen. Daarin worden moeders opgeroepen om, tussen de zorg voor hun kinderen en het huishoudelijke werk door, ook nog even snel de post te bezorgen. Ik weet niet wat moeders met jonge kinderen hiervan denken, maar op mij komt het over alsof ze anders niets te doen zouden hebben.

Mijn pakjesbezorger is een hoogbejaarde man. En, ik spreek het voorzichtig en met respect uit, maar het is wel zo, onlangs stond er een zwakbegaafde brievenbezorger voor mijn deur, die even niet begreep waar de getallen en letters van de postcode voor stonden. Prachtig als PostNL opkomt voor deze mensen in onze samenleving, maar ik vrees dat hier verdere kostenbesparing de enige reden voor is.

Wat een droom al niet voor gedachten los kan maken.

‘It giet oan’, want zo begon die droom. Ja hoor, in 2013 is het dus eindelijk echt zover. In de kooi voor de start staan de briesende helden van deze tijd te trappelen van ongeduld. Maar wie staat daar onverstoorbaar voor zich uit staren, midden tussen al dat jonge, fanatieke bloed? Juist ja, Piet Kleine, een zestiger tegenwoordig, maar nog steeds dat oermens.

Deze keer slaat hij geen enkele stempelpost over. Hij schaatst en schaatst en schaatst als nooit tevoren. En natuurlijk wint hij, want daarom is het een droom.

Olympisch kampioen, wereldkampioen en nu ook de glorieuze winnaar van de Elfstedentocht; na afloop vraagt de verslaggever hem of hij nu nog iets te wensen heeft. Piet hijgt even uit, recht dan zijn schouders en kijkt met die markante, knoertharde kop van hem recht in de camera.



“Ja hoor, dat het vak van postbode weer in ere wordt hersteld!”