donderdag 14 februari 2013

Valentijnsdag: ‘Vijftig tinten grijs’ avant la lettre



Ja hoor, het is weer zo ver: Valentijnsdag! Trending topic, of hoe heet zoiets?, op Facebook en Twitter. Mensen zitten hunkerend te wachten voor hun brievenbus. Heeft er nog iemand een kaartje gestuurd? Tel ik nog mee? Wordt er door Fleurop misschien zelfs nog een bijzonder bloemetje bezorgd?

Ik krijg zelf ook allerlei Valentijns-wensen, maar ik heb er helaas helemaal niets mee. Sorry, ik heb dus weer niemand een kaartje gestuurd dit jaar en er heeft ook niemand een bloemenhulde van me gekregen. Ik vind al dat Valentijns-gedoe namelijk je reinste commerciële flauwekul! Terwijl ik, mensen die me kennen zullen dat beamen, toch echt een romanticus pur sang ben.

De verhalen over de oorsprong van Valentijnsdag spreken mij niet aan. Het begon blijkbaar allemaal met een feest bij de oude Grieken, ter ere van hun God Pan, die als volwassene werd geboren met horens, baard, bokkenpoten en een staart. Naar hem is de Pan-fluit vernoemd. Dat lijkt mooier dan het is, want Pan zat de nimf Syrinx achterna, die graag maagd wilde blijven. Terwijl ze Pans adem al in haar nek voelde bad ze tot de goden, die haar net op tijd in een rietstengel veranderden. Daar maakte Pan echter vervolgens zijn fluit van.

Ook het woord Pan-iek is afkomstig van deze Pan, die met mysterieuze, angstaanjagende geluiden herders en andere mensen op afgelegen plekken de schrik op het lijf joeg. Je kon hem maar beter te vriend houden, hem aanbidden en een feest voor hem organiseren. In de Middeleeuwen werd zijn uiterlijk trouwens gebruikt om de duivel af te beelden. Niet echt een leuk type dus.

De oude Romeinen namen deze Pan over als hun god Faunus, ook wel Lupercus genoemd. Lupercus was een demonengod, die een wolvin (Luperca) als vrouw had. Luperca voedde overigens wel Romulus en Remus, de stichters van de oude stad Rome, op.

Om Lupercus te aanbidden gingen mannen slechts gekleed in bokkenhuiden de straat op. Dan sloegen zij de vrouwen met riemen van bokkenleer. Valentijnsdag als ‘Vijftig tinten grijs’ avant la lettre. Bovendien was er op dit feest een soort loterij. Geslachtsrijpe jongens en meisjes moesten een lootje trekken en hoorden gedurende het feest dan bij elkaar. Om samen te feesten, maar vooral ook om hun maagdelijkheid te verliezen. De grotten van Romulus en Remus waren hier berucht om.

Toch verspreidde dit feest zich tenslotte over heel Europa. Vaak ging het er daarbij liederlijk aan toe. Vrouwen dansten halfnaakt in het rond en sloegen schunnige taal uit. En ter verering van de vruchtbaarheidsgodin doken ze de struiken in, waar de mannen al lagen te wachten. Hele orgieën speelden zich af op deze Valentijns-feesten en dan ging het er bepaald niet romantisch aan toe.

Toen in de Middeleeuwen het Christendom opkwam spraken monniken en priesters schande van deze taferelen. Ze werden verboden omdat het heidense feesten waren die een gevaar vormden voor de bevolking. Maar ondanks het verbod bleef men gewoon ‘Valentijn’ vieren en daarom besloot de kerk om het Valentijns-feest dan maar te adopteren. Dat kon uiteraard alleen maar door het een Christelijk tintje te geven.

Dat deden ze heel handig, want opeens had de echte Valentijn ook ‘echt’ bestaan. Twee keer zelfs. In de derde eeuw was er blijkbaar een priester met deze naam. Hij trouwde in het geheim jonge paren. De Romeinse keizer Claudius was echter van mening dat ongehuwde mannen betere soldaten waren en verkondigde een verbod af. Claudius nam de arme Valentijn gevangen en liet hem vermoorden. Op 14 februari werd hij begraven.

Een andere legende gaat over een christelijke priester die werd vervolgd, gevangen genomen en gemarteld vanwege zijn geloof. Tijdens zijn martelingen genas hij de dochter van zijn bewaker van blindheid. Op 14 februari werd hij onthoofd. Die ochtend stuurde hij het meisje nog een liefdesbriefje dat hij ondertekende met ‘Jouw Valentijn’.

Eigenlijk dachten de christenen van ‘Die Tijd’ net zo commercieel als de Amerikanen van de ’ Nieuwe Tijd’, want toen de Amerikanen Valentijnsdag adopteerden werd die dag tot wat hij uiteindelijk is verworden: Een groot feest voor de commercie, een dag waarop een simpel bloemetje opeens twee keer zoveel kost.



Sorry voor al degenen die Valentijnsdag zo’n geweldige dag vinden, maar hij is dus niet aan mij besteed. Ik hoef geen lootje te trekken om te kijken wie ik mag ontmaagden. Ik hoef niet slechts gekleed in een bokkenhuid de straat op te gaan om vrouwen met riemen van bokkenleer te slaan. Ik ga ook niet in de struiken liggen in afwachting op de een of andere halfdronken vrouw die over me heen valt.

En wat die bloemetjes, kaartjes en liefdesuitingen van nu betreft: toen ik nog getrouwd was kocht ik elke donderdag op de bloemenmarkt in Delft een mooie ruiker voor mijn vrouw. Toen was het gewoon elke donderdag een soort Valentijnsdag en niet slechts één keer per jaar.

zondag 3 februari 2013

Weg met die Logeerhuizen!

“Uw bloeddruk is ondanks de pillen die u slikt nog steeds veel te hoog. Waar maakt u zich toch zo druk om?”

Tja, waar maakt een mens zich druk om? Een kennis van me kan een hele nacht wakker liggen van een beschamende nederlaag van zijn favoriete voetbalclub. Een ander kan zich enorm opwinden over hondenpoep die niet meteen door de eigenaar van het dier wordt opgeruimd.

Ieder mens is anders, iedereen heeft zo zijn eigen pijnpunten. Die van mij zijn op één dag twee keer keihard geraakt. Eerst was er die dikke enveloppe die op de mat plofte. Vol met rekeningen. Nu wist ik wel dat die zo noodzakelijke fysiotherapie van mijn dochter Brigitte weg-bezuinigd zou worden, maar men had aangegeven dat dit met ingang van 2013 zou gebeuren. De rekeningen gingen echter over 2012. Met terugwerkende kracht dus! Toch maar weer even 108 euro per maand. Gelieve binnen twee weken te betalen!

Daarna was er dat telefoontje van een, deze keer overigens aardige, mevrouw van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Binnenkort loopt de indicatie van Brigitte af. De verlenging daarvoor had ik keurig op tijd aangevraagd. Uiteraard begeleid met alle noodzakelijke paperassen. Een formaliteit. Dacht ik. Tot dat telefoontje.

Ik leg nog maar eens uit dat Brigitte ook in haar 25ste levensjaar nog steeds is zoals ze daarvoor ook was. Nee mevrouw, ze kan nog steeds niet praten, lopen, zitten en dat soort dingen. En ja mevrouw, ze heeft nog steeds 24/7 zorg nodig. Er is helemaal niets veranderd sinds de vorige keer.

Mooi. Of juist niet mooi. Het is maar hoe je het bekijkt. Maar het is zoals het is. Althans wat Brigitte betreft. Voor de rest blijkt er steeds meer niet zo te zijn zoals het was. Het probleem deze keer? ‘Zorg met verblijf’. Vanwege deze drie woorden belt de mevrouw van het CIZ me toch maar even.

Eén keer in de maand gaat Brigitte een weekend naar een Logeerhuis. Even een paar daagjes rust voor onze oververmoeide schouder, nek en rug. Zodat de ouders er al die andere dagen van de maand weer tegen kunnen. Want zorgen doen wij, de vader en moeder van Brigitte, het allerliefste toch zelf voor ons bijzondere kind.

Om dat zo lang mogelijk vol te kunnen houden is zo’n weekend rust per maand dus een welkom ‘geschenk’. Dat ene weekend kwam de laatste tijd echter al onder druk te staan toen bekend werd dat het vervoer per 1 januari 2013 werd weg-bezuinigd.

Dan maar zelf halen en brengen. Gelukkig kunnen wij dat. Helaas zijn er ook veel ouders die deze mogelijkheid niet hebben. Daardoor wordt het ook minder druk in het Logeerhuis. Althans wat de aanwezige gehandicapten betreft. De toch al onverantwoord hoge werkdruk voor het personeel neemt daarentegen niet af. Integendeel zelfs. Er wordt ook daar ingekrompen. En niet bepaald evenredig.

Minder handen op de werkvloer en nog meer druk bij het schaarse personeel. Bovendien wordt het weekend logeren met een dag ingekort. Brigitte moet niet op maandag, maar op zondag worden opgehaald. Ja hoor, we passen ons maar weer aan. Wat moet je anders? Maar dan is er dus dat telefoontje van het CIZ. ‘Zorg met verblijf’ wordt geschrapt!

“Geschrapt?”

“Ja meneer”.

Ik hoor dat het om alweer een bezuinigingsmaatregel vanuit de AWBZ gaat. We betalen al een eigen bijdrage voor het Logeerhuis. Maar zelfs een verhoging daarvan is niet meer bespreekbaar. Want: de overheid voert vanaf nu een soort ontmoedigingsbeleid als het om Logeerhuizen gaat. Ze moeten verdwijnen!

“Ontmoedigingsbeleid? Doordat Brigitte een enkel weekendje in een hele maand naar een Logeerhuis gaat, kunnen wij de zorg voor haar langer volhouden. En als ouders zelf voor hun kinderen zorgen is dat toch juist kostenbesparend? Haar permanent ergens anders onderbrengen is toch veel duurder?”

Duurder is het inderdaad, maar dat ouders zelf voor hun gehandicapt kind zorgen vindt de overheid eigenlijk niet meer van deze tijd. Dat moet blijkbaar bestraft worden.

De mevrouw aan de telefoon zit er zelf ook mee en probeert met ons mee te denken.

“U kunt nog wel een Zorgzwaartepakket aanvragen. Dat moet u dan wel elke maand opnieuw doen. En om daarvoor in aanmerking te komen moet uw dochter bovendien minimaal drie aaneengesloten nachten elders slapen.”

“Maar die derde nacht is juist sinds enkele weken weg-bezuinigd, dat kan niet meer!”

“Tja, ik begrijp het probleem, als dat niet meer kan, kunt u ook geen beroep doen op dat Zorgzwaartepakket.”

Ze weet het ook niet meer, mag niet hardop zeggen wat ze er zelf van denkt en zij is alleen maar de boodschapper. Ik begrijp het.

“Dus kan ik uit uw woorden opmaken dat de overheid de Logeerhuizen gewoon de nek om wil draaien?”

Ik zie het niet, maar soms kun je zoiets ook ‘horen en voelen’: De vrouw aan de andere kant van de lijn knikt.